Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

03 juli 2022 – Efeziërs 3 – Vader-heid

Votum & groet                

Zingen:                Psalm 84: 1, 2/Hoe lief’lijk is uw huis, o Heer

Gebed

Bijbellezing:        Efeziërs 3: 14-19                                                                                                       

Preek                   

Zingen:                 Lied 704: 1, 2, 3/Dank, dank nu allen God

Collecte              

Vieren van het Avondmaal,

                              Sela, Wonderlijk

Lied 381/Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet

Zingen:                 Opwekking 770/Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam

Zegen                  

Efeziërs 3, 15

[1]      Het gaat vanmorgen over vader zijn en dus, Joost, laat ik met jou beginnen. Wat voor vader ga jij zijn? Of, want je bent al de vader van Ivan en Raoul, wat voor vader wil jij zijn? Maar nee, het is niet eerlijk dat ik jou nu voor blok zet. Laat me voor mezelf spreken. Wat voor vader ben ik geweest? Of wat voor vader heb ik willen zijn? Want daar is natuurlijk nog wel verschil tussen. [2] Twee dingen wil ik noemen over het soort vader dat ik graag had willen zijn. De eerste is: bescherming. Ik vond en vind dat vader zijn een beroep doet op mijn kracht en op wat ik kan doen om mijn kinderen te beschermen. Ik wil veilig voor hen zijn, ik wil hun veilige basis zijn. Dat is niet altijd gelukt en dat doet mijn kinderen en mij verdriet. Maar ik verlangde er wel naar. En het tweede waar ik naar verlangde: dat zij konden groeien en bloeien. Zelfde verhaal, lukte niet altijd, maar het was wel mijn verlangen.

            Ik noem deze twee verlangens, veiligheid en bloei, omdat het vanmorgen gaat over vader zijn, maar dan in het licht van de enige van wie ik weet dat het Hem wel gelukt is: God de Vader. [3] Ik geloof met heel mijn hart dat zijn vader zijn daarop gericht is: dat jij door en door weet dat je een veilige basis hebt en dat jouw hemelse Vader jouw groei en bloei voor ogen heeft. In Jeremia 29, 11 staat: [4] ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER: Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk; Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ Dus jij en ik en jullie allemaal: als wij vader willen zijn, echt en goed, dan kan dat alleen als we leentjebuur spelen bij God. [5] ‘Vertel ons, Vader, wat betekent het een echte en goede vader te zijn?’

            Nu ben ik wel bang, dat het woord ‘vader’, dat dat woord zelf al niet voor iedereen veilig is, of ook alleen al niet voor iedereen positief. Misschien had jij wel vader willen zijn, maar is het je niet gegeven. Wat ga jij dan met jou verlangens doen? Misschien was jouw eigen vader juist niet veilig, was hij juist verstikkend voor jou, en misschien heeft hij dat nooit willen toegeven. En sowieso, ‘vader’, hallo, en de moeders dan? Als ik vandaag alleen een boodschap voor aardige vaders heb, nou, dan kunnen er natuurlijk heel wat van ons hier wel inpakken. Maar gun het me dan dat je nog even blijft zitten. En luister alsjeblieft naar het evangelie van je hemelse Vader. Je hoeft Hem niet helemaal te begrijpen, om door Hem bemind te worden.

            Om te beginnen: Paulus noemt God hier de Vader en de Bijbel doet dat vaker, maar God laat zichzelf kennen als heel wat meer dan dat. [6] Je kunt er een heel rijtje van maken, van kwaliteiten van God, woorden en beelden die Hem een beetje beginnen te beschrijven. Eén daarvan is dus Vader. Maar een andere is bij voorbeeld ‘de barmhartige’. Mee eens? Mee eens, dat dat een typische eigenschap is van God? Dat Hij barmhartig is, dat is bijbels toch? Maar het mooie van dat woord is dat het heel erg vrouwelijk is. Niet dat mannen niet barmhartig kunnen zijn, they better be, maar omdat het woord in het Hebreeuws afgeleid is van ‘moederbuik’, als de plek waar een baby’tje groeit. Geloof me, God als bron van al het goede verenigt in zichzelf alle mooie kanten van het leven. Hij is er de oorsprong van. En als wij denken: Hij is òf dit òf dat, dan zegt Hij vrolijk: ‘Nee hoor, Ik ben én én. Én vaderlijk én moederlijk. En als jij dat niet meteen snapt, nou, dan geef Ik je zeventig of tachtig jaar en dan nog een eeuwigheid om erachter te komen.’ Dus als ik vandaag focus op God als Vader, dan zeg ik eerst: ook moeder, ook rots, ook vuur, ook liefde, vooral liefde.

            Zo noemt Paulus God hier de Vader. [7] ‘Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op de aarde.’ ‘Die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op de aarde.’ Vraagteken…. Vader, oké dan. Maar ‘vader van elke gemeenschap’? ‘Van elke gemeenschap in de hemelsferen’? Vraagteken… Het kan zijn dat je inmiddels wel doorhebt dat ik een grote fan van Paulus ben. Ik hou van die man. Ik weet dat er veel mensen zijn, ook gelovigen, die dat anders ervaren. Je kunt hem moeilijk vinden. Of irritant. Misschien laat je hem het liefst links liggen. Mijn boodschap is: doe dat niet. Ja, ik zou willen dat we nog veel meer brieven en boeken van hem zouden hebben. Ik zou willen dat hij nog leefde, zodat we live met hem in gesprek zouden kunnen. Maar met wat we hebben, geloof me, er zit zoveel in. En volgens mij geldt dat hier ook.

            ‘Ik buig mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde.’ Dat ene begrip ‘gemeenschap’ is een poging van Paulus om samen te vatten wat hij wil zeggen. Het gaat om zoiets als je afkomst, je stamboom, je clan. Maar in de taal van Paulus klinkt daarin wel het woord ‘vader’ door. Als ik vandaag het Nederlands zou uitvinden, zou ik hiervoor het woord ‘vaderheid’ gebruiken. Vaderheid, om te laten doorklinken dat Paulus hier beweert dat je het vaderschap van God weerspiegeld ziet in de structuur van heel de schepping. [8] En met dat ene woord opent Paulus een heel blik aan ideeën, een compleet wereldbeeld, dat ik het liefst vandaag tussen jouw oren wil stoppen en in je hart en in het diepste van jouw vrouw zijn en van jouw man zijn en van jouw moeder zijn en vader zijn en ouderling zijn en diaken zijn, kortom, van jouw mens zijn.

            Wat Paulus hier aanstipt is dit: heel deze verwarrende wereld die jij alleen vanuit jezelf kunt ervaren, heel deze wereld inclusief jijzelf heeft een structuur en die structuur is genade en die structuur is door God gegeven. Nee, dat zie ik niet altijd en dat zie ik niet meteen. Nee, dat ervaar ik niet altijd en ook niet meteen. Ergens anders beschrijft Paulus de wereld als ‘in barensweeën’, ga er maar aan staan. Het hele evangelie van Jezus Christus gaat er natuurlijk over dat de wereld nog niet af is. Gaat erover dat wij vanuit onszelf door en door niet aan de kant van God staan. Je zou de moed er bij verliezen. Maar dan zegt Paulus: er is een hemelse Vader en zijn vader-zijn is het sjabloon dat dieper dan diep in zijn schepping zit ingebakken. Om jou een basis te geven, waarop jij kunt groeien en bloeien. Gods Vader-zijn draagt onze wereld. [9]

            Lieve Joost en Esther, God heeft jullie Lennart toevertrouwd. Maar echt en goed vader als Hij is, geeft Hij Lennart in jullie een basis, een plek, waar net hij tot bloei kan komen. Ik weet uit ervaring dat jullie en ik dat niet redden. Wij zijn niet altijd veilig voor mensen om ons heen en wij blokkeren hun bloei nog wel eens. God zij dank is Hij de grote Vader, die recht zet wat krom is, die de rots is waarop Lennart mag staan, gevoed door zijn liefde om te groeien en bloeien. Maar onze tekorten veranderen niets aan ons verlangen: dat ook wij, op onze beurt gedragen door Papa groeien tot de ouders die de kinderen die God ons toevertrouwd nodig hebben.

            Maar Paulus zegt meer. Het vader-zijn van God is het sjabloon dat dieper dan diep in zijn schepping zit ingebakken. Maar zie het dan ook in alle structuren en zie het dan ook in jezelf, waar Hij jou een plek geeft om zijn vaderschap handen en voeten te geven. Ben je lerares of coach: [10] God zet jou in om andere mensen, een nieuwe generatie een basis te geven en ruimte voor groei en voor bloei. Werk je in de supermarkt of ergens in de voedselsector: God zet jou in om anderen een basis te geven en ruimte voor groei en voor bloei. Bij de politie of in de politiek, de voedselbank of de cultuur, hier is je huiswerk: buig deze week eens je knieën voor dé Vader en zie hoe Hij jou nodig heeft in zijn zorg voor zijn wereld. En ik kop hem maar even in, hoewel het me duidelijk genoeg lijkt: [11] doe dat vooral als je vandaag ouderling wordt of diaken. Laat het vader-zijn van God je dragen en sturen in je werk in de kerk.

[12]    ‘Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op de aarde.’ Nog één ding. Wat doen die hemelsferen daar? Stiekem denk ik dat ‘hemel’ bij Paulus een codewoord is om de keizer in Rome schaakmat te zetten. De keizer in Rome van toen, die werd ‘de heer en redder van de wereld’ genoemd. Nou, daar moet je bij Paulus niet mee aankomen. De Heer en Redder van de wereld, dat is er maar één, God Jezus. Maar als je dat hardop zou zeggen, dan gaat je hoofd eraf. Dus sla je de keizer over en zeg je dat God regeert in de hemel. Dan kan iedereen invullen wat dus  de rol van de keizer in Rome is. Een bijrol, op z’n hoogst. En dus voor ons en voor altijd de conclusie: ook daar waar het onze macht te boven gaat, ook daar regeert het vader-zijn van God. [13]

            Ik heb het een keer meegemaakt. Één van mijn dochters was achttien en dus oud genoeg voor een jaar naar Australië. Daar sta je dan als vader. Je wilt niet weten, hoe sterk een vader kan zijn, om alles wat het geluk van een kind bedreigt bij ze weg te houden. Die veilige basis te zijn, dat is je verlangen. Maar bij groei en bloei hoort kennelijk ook ruimte geven en dus stond ik daar op Schiphol, afscheid nemen. Toen heb ik tegen God gezegd: ‘Ik heb het geprobeerd om als vader een beetje een kopie van U te zijn, maar Australië valt buiten mijn bereik. Maar U bent haar Vader vanuit de hemel, U zegt het zelf, en reken maar dat ik U aan uw woord ga houden, vaders onder elkaar.’ Drie dagen later belde mijn dochter. Ze had zich alleen gevoeld en ook wel onzeker, maar ze was op zondag naar een kerk gegaan en had daar een paar lieve mensen ontmoet. – Weet je, het is maar een ervaring en, zeker, ik kan je ook andere ervaringen vertellen. Maar geloof is de zekerheid van wat je niet ziet: er is een God, die echt en goed Vader wil zijn en zijn liefde draagt de wereld, draagt onze generaties en onze kerk, draagt jou en jou en mij. En Hij is de enige, voor wie ik op mijn knieën ga.

            Amen.           

Scroll naar boven