Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

03 maart 2024 – Matteüs 26 – Wij hebben God niet begrepen

Votum & groet

Zingen:                Psalm 100: 1, 2, 3, 4/Juich, alle volken, prijs de Heer

Gebed

Bijbellezing:                       Matteüs 26: 20-35                                                                                     

Zingen:                DNP Psalm 25: 1, 2, 6/Heer, ik wil mijn hart verheffen

Preek                    Matteüs 26: 30-35

Zingen:                 Opwekking 268/Hij kwam bij ons, heel gewoon

Geloofsbelijdenis

Zingen:                Sela/Mijn herder

Gebed                 

Collecte

Zingen:                 Opwekking 818/Eenmaal maakt U alles weer nieuw

Zegen                  

Matteüs 26: 30-35

[1]       Wij hebben God niet begrepen. Wij moeten door Hem gegrepen worden.

            Volgens mij is dat de kern van het verhaal dat we vandaag lezen, het verhaal van Jezus en Petrus. En om dat op het spoor te komen neem ik  je in deze preek eerst mee in het verhaal; daarna vertel ik iets over Petrus en hoe hij hier de plank misslaat; tenslotte wil ik kijken hoe we dat misschien op onszelf kunnen toepassen. Eerst: het verhaal.

            Van sommige dingen uit dit verhaal van Jezus en Petrus en de leerlingen weten we precies hoe het gebeurde. Zoals het begin, Matteüs 26: 30: [2] ‘Toen ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.’ Die lofzang, dat weten we, dat zijn de Psalmen 115 tot en met 118. Samen met de Psalmen 113 en 114 horen deze Psalmen bij het vieren van het Paasfeest in Israël. Het Paasfeest is het feest van de bevrijding uit Egypte. Over die bevrijding uit Egypte gaat het letterlijk in Psalm 114. En die andere Psalm van 113 tot 118, zijn Psalmen waarin de God de Bevrijder van Israël wordt geprezen. Halleluja, zo beginnen ze allemaal of ze eindigen zo. Dus dat is de lofzang die ze gezongen hadden, voordat ze naar de Olijfberg vertrokken.

            Van sommige dingen in dit verhaal van Jezus en Petrus weten we ongeveer hoe het gebeurde. We weten dat ze het Paasfeest hadden gevierd in een huis in de binnenstad van Jeruzalem. [3] Daar hadden ze een bovenverdieping afgehuurd en daar hadden ze gegeten. Ik geloof dat je vandaag de dag als je in Jeruzalem bent nog steeds die zaal kunt bezoeken, maar eerlijk is eerlijk: als er vandaag ergens in Israël een bordje staat met ‘dit is de plek waar x is gebeurd,’ dan weet je haast zeker dat het daar in elk geval niet is gebeurd. Dus kunnen we niet helemaal precies maar wel ongeveer nagaan welke weg Jezus en de leerlingen hebben gevolgd vanaf dat huis ergens links in het midden van de stad naar de Olijfberg. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze vanuit de binnenstad eerst afgedaald naar de Aspoort, de poort in de zuidoosthoek van de stad. Dat is ongeveer een kilometer lopen, maar dan wel in die kilometer ongeveer 200 meter naar beneden, over straten en door steegjes, in het donker. En dan die poort rechtsonder uit en dan linksaf, de beek Kidron volgen naar het Noorden, totdat je een kilometer verder rechtsaf weer omhoog kunt naar de Olijfberg. Dat is wat we ongeveer kunnen nagaan.

            En sommige dingen in dit verhaal van Jezus en Petrus zijn open. En ik kan er niks aan doen, maar als ik dat lees en als ik dan probeer me voor te stellen hoe dat ging, in het donker, trapje op, trapje af, dan beginnen mijn gedachten die open plekken in te vullen. Bij voorbeeld als Jezus onderweg tegen hen zegt: [4] ‘Jullie zullen Mij deze nacht allemaal afvallen.’ Is dat omdat Petrus en Johannes voorop liepen en in het donker over een losse steen of een rondslingerend stuk touw struikelden? En dat Petrus een krachtterm probeerde tegen te houden en dat Jezus toen profeteerde dat ze in het donker van deze nacht allemaal gingen struikelen? Het verhaal houdt de aanleiding van de woorden van Jezus open, maar ik zie het zo voor me.

Of ook dit: dat ze op weg zijn naar de Olijfberg en dat Jezus zich bij de Olijfberg de woorden herinnert van de profeet Zacharia. Het is een in Israël beroemde profetie, vroeger en nu: ‘Er komt een dag dat de Heer zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. […] Die dag zal [de Heer] zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west.’ Dat is Zacharia 14. Maar binnen de profetieën van Zacharia is er dus een profetie die daaraan voorafgaat, Zacharia 13. ‘Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie Ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verstrooid raken. Weerloos als ze zijn zal Ik ze treffen.’ Zou dit ook de associatie zijn geweest in de gedachten van Jezus? ‘Jullie zullen Mij deze nacht allemaal afvallen, [5] want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.”’ Maar ook dit laat het verhaal open. Er staat alleen dat Jezus dit gezegd heeft, en wel als waarschuwing. Daar gaat het om.

Maar één ding is zeker, en dat is de reden waarom Matteüs (en ook Marcus en Lucas en Johannes) ons dit verhaal van Jezus en Petrus en de leerlingen vertellen. Die reden is dat zij, die er bij waren, zeker willen weten dat de lezers van hun boeken nooit zullen vergeten dit ene: wij hebben God niet begrepen. Stap voor stap legde Jezus ons uit wat er ging gebeuren. Stap voor stap legde Jezus ons uit wat er moest gebeuren. Stap voor stap legde Jezus ons uit dat dit de weg van God was. De weg van God met Hem en in Hem. De weg van God ook met ons. Maar wij hebben God niet begrepen. Zelfs degene die het dichtst bij Jezus stond, onze eerbiedwaardige broeder Petrus zelf, hij heeft Jezus niet begrepen. Dus hij heeft God niet begrepen. En wij evenmin. Dat is zeker. [6] ‘Petrus zei daarop tegen Hem: ‘Misschien zal iedereen U afvallen, ik nooit!’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je: deze nacht, nog voor de haan gekraaid heeft, zul jij Mij driemaal verloochenen.’ Petrus zei: ‘Al zou ik met U moeten sterven, verloochenen zal ik U nooit.’ Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij.’ Wij allemaal. Wij hebben God niet begrepen.

Hoe kan het dat Petrus en de leerlingen de plank zo misslaan? Voor een deel is dat omdat God ook ergens iets onnavolgbaars heeft. Hij gedraagt zich niet helemaal zoals een mens van zijn god of van zijn goden kan verwachten. Of eigenlijk zelfs: Hij gedraagt zich helemaal niet zoals een mens van zijn god kan verwachten. Daarom is het niet verbazend dat Petrus en de leerlingen struikelen. Dat zij God niet hebben begrepen. Daarom is het ook niet verbazend als jij en ik soms struikelen. Dat wij God niet hebben begrepen. We zijn toe aan stap twee in de preek. Na het verhaal nu de moraal. Waarom struikelt Petrus? Waarom struikelen de leerlingen? En als we dat helder kunnen krijgen, vinden we misschien ook een antwoord op dezelfde vraag voor ons: waarom hebben wij God soms nog steeds niet begrepen?

[7]       Petrus. Als je net Psalm 115 tot en met 118 hebt gezongen over de grootheid en de goedheid van de Heer, over zijn weergaloze acties van bevrijding en over zijn almacht over de hele aarde; en als je bent opgegroeid met al de sterke verhalen van vroeger van wat God heeft gedaan en van wat Hij dus nog gaat doen; als je dan Jezus ontmoet en tot de ontdekking bent gekomen dat Hij de door God beloofde nieuwe koning is, die eindelijk alles gaat rechtzetten; als dat allemaal in je hoofd is gaan zitten en in je hart en in je DNA, misschien is het dan ook wel geen wonder dat de boodschap van Jezus niet tot je doordringt. Welke boodschap? De boodschap dat ook God als Hij komt, de boodschap dat ook Jezus nu Hij is gekomen, eerst moet knielen voor alle mensen om dienaar van allen te zijn en [8] eerst moet buigen voor de dood, voordat er sprake kan zijn van een nieuw begin… Petrus had het allemaal niet begrepen. De leerlingen hadden het allemaal niet begrepen. Wij hadden het allemaal niet begrepen.

Terwijl we het patroon hadden kunnen herkennen. Weet je nog, Paasfeest, weet je nog hoe God ons bevrijdde uit Egypte, uit de slavernij? Ja, met een machtige hand en met een uitgestrekte arm! Ja, dat, maar ook eerst door de woestijn. Eerst twee jaar, toen veertig. En toen pas het beloofde land. En later, veel later, de ballingschap. Zeventig jaar van verbanning voordat we terug konden komen. En dat niet alleen, de Psalmen en de profeten, ze hebben echt niet gezwegen over dit patroon, deze weg van het volk van God die ook de weg van de mens van God is en kennelijk moet zijn. De weg van lijden en dood. En wat dacht je van al die offers altijd? Zie je het patroon dan niet? Maar kennelijk was het niet echt tot ons doorgedrongen. Hadden we het niet begrepen. Petrus niet, de leerlingen niet, wij heidenen al helemaal niet.

En dus. Wat als ik nu het probleem van Petrus zo definieer: ik geloof in God die – puntje, puntje, puntje… Wat staat er dan op die puntjes? ‘God die zijn volk bevrijdt?’ ‘God die de vijanden verslaat?’ ‘God die mij mijn verlangen geeft?’ Maar wat als ik het probleem van Petrus dan iets scherper definieer: ik geloof alleen in God als Hij – puntje, puntje, puntje… ‘Ik geloof alleen in God als Hij alle dingen rechtzet.’ ‘Alles wat mij tegenzit opruimt.’ ‘Mij gelukkig maakt.’ En als ik het dan nog scherper formuleer? [8] Ik geloof pas dan in God als Hij eerst – puntje, puntje, puntje… Wat dan? Wat dan, als je dan lang moet wachten? Wat dan als God niet de God van de oplossingen is? Mag Hij dan jou God nog zijn? Petrus wist het toen nog niet, maar Jezus wel, dat wat Petrus betrof God op deze manier niet zijn God hoefde te zijn en Jezus niet langer zijn redder. Petrus was op weg om zijn Heer te verloochenen, te niet-erkennen.

Aan de ene kant – en je merkt, we zijn al bij de laatste stap in deze preek gekomen, over wat het misschien over ons te zeggen heeft – aan de ene kant hebben jij en ik het aardig wat makkelijker dan Petrus en de leerlingen toen. Wij weten dat de Heer het heeft waargemaakt, het lijden, de dood – en het leven. En wij geloven het ook en het is vandaag ook niet mijn doel om te ontkennen dat jij oprecht een volgeling van Jezus bent en een kind van God. Maar er is wel die andere kant. Je kunt veertig of vijftig keer toeleven naar Goede Vrijdag en Pasen en toch tot de ontdekking komen dat iets in jou God nog steeds niet begrepen heeft. Of ook: er kunnen dingen gebeuren in je leven, die je vertrouwen op de proef stellen, die tussen jou en je Heer komen in te staan. En je begrijpt het niet meer. Je begrijpt Hem niet meer.

Als de boodschap van dit verhaal van Jezus en Petrus en de leerlingen is, dat zelfs onze eerbiedwaardige broeder Petrus de Heer niet had begrepen, dan ligt het in de lijn van dit verhaal dat wij zelf ook eerlijk in de spiegel kijken. Wat zijn in mijn hart de voorwaarden waaraan God moet voldoen, voordat Hij mijn God mag zijn? … Wat moet Hij eerst doen, voordat ik bij Hem over de brug wil komen? … Wat voor God moet Hij zijn, voordat jij Hem serieus neemt? … En wat dan, als Hij dát toch niet gaat doen? Wat als Hij in plaats daarvan precies die onmogelijke God gaat zijn die Hij heeft laten zien dat Hij is in Jezus Christus? De God, die niet van een afstand met een magische vingerknip jou naar Disneyland tovert, maar die waar je bent, in de rotzooi, in de pijn, in de chaos die het leven kan zijn, die waar je bent bij je neerknielt en je aankijkt en je voeten wast. [9] En vervolgens de dood in gaat. Is dat, is dat jouw koning?

Wij hebben God niet begrepen. [10] Wij moeten door Hem gegrepen worden. Dat is een feit, waarover zelfs onze gerespecteerde broeder Petrus is gestruikeld. En ik bid dat wat hem is overkomen ook jou mag overkomen. Want jij en ik mogen weten dat het verhaal van Jezus en Petrus en het verhaal van Jezus en de leerlingen en het verhaal van Jezus en ons hier niet is afgelopen. Ze gingen verder door het Kidrondal, de Olijfberg op, daarna volgde de kruisiging en honderdmaal halleluja de dag van Pasen en Jezus heeft ze opgezocht en precies de Jezus die door Petrus was verloochend heeft Petrus niet losgelaten, maar hem de genade gegeven van erbij te mogen horen. En toen Petrus later één- en andermaal terugviel in onbegrip (dat hij niet doorhad dat de liefde van God ook voor heidenen gold, en dat hij niet doorhad dat de liefde van God de wetten van Mozes buitenspel had gezet), toen heeft de Geest van Jezus hem één- en andermaal weer bij de lurven gepakt en op het juiste spoor gezet. Hij had God niet begrepen. Wie kan de liefde van God begrijpen? Je moet er door gegrepen worden.

Misschien is dit wel een verhaal dat je herkent. Dat je herkent, omdat je het hebt meegemaakt. Dat ook jij God weer eens niet helemaal of ook helemaal niet begrepen had. Dat dat een blokkade ging vormen tussen God en jou. Maar dat jij toen linksom of rechtsom door God bent gegrepen en misschien dat je het nog steeds niet allemaal begrijpt, maar één ding weet je wel: ik ben gegrepen door God. Ik ben gegrepen door zijn liefde. Zo’n verhaal kan een bekeringsverhaal zijn, of ook gewoon een verhaal van wat je als gelovige met God hebt meegemaakt. Ik denk dat het goed is om zulke verhalen wel met elkaar te delen. Ik weet niet of jullie of wij dat veel doen. Het kunnen bemoedigende verhalen zijn. Juist omdat ze beginnen, niet met ‘kijk mij nu eens, wat goed van mij,’ maar omdat ze beginnen met ‘wat was ik dom.’ Want ik had God nog niet begrepen. Maar Hij heeft mij wel gegrepen.

En als je zo’n verhaal nu niet of nog niet kunt vertellen? Het kan zijn dat je dan, negatief, iets los moet laten. Zijn er verborgen voorwaarden in je hart waaraan God moet voldoen voordat je Hem je vertrouwen geeft? Het geeft niet, het kan de beste overkomen, zie Petrus, maar de boodschap van vandaag is wel dat je God dan nog niet hebt begrepen. Maar dan nodig ik je wel uit, positief, om God daar dan om te blijven bidden, dat jij, ook al snap jij Hem voor geen meter, ook door Hem gegrepen mag worden. Het komt me voor dat je met zo’n gebed God in zijn hart raakt. Mijn onbegrip kan Hem in de weg staan. Maar als ik Hem vraag om mijn God te zijn, alleen maar om  mijn God te zijn en mij in liefde te omarmen – ik heb nog nooit gehoord dat Hij zich dan niet naar ons toebuigt. Hij wil niets liever dan dat. Zie Jezus. Zie Golgotha. Zie Pasen.

Amen.

Scroll naar boven