Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

05 juni 2022 – Handelingen 2 – Gods verbijsterende aanwezigheid

Votum & groet

Zingen:                DNP 29: 1, 4/Engelen, erken de Heer

Gebed

Bijbellezing:        Handelingen 2: 1-13                                                                                                

Zingen:                Lied 678: 1, 4, 5, 9/Vrees niet, gij land, verheug u en wees blijde

Preek                   

Zingen:                 Gezang 250: 1, 2, 3/God is getrouw, zijn plannen falen niet

Geloofsbelijdenis van Nicea                                                                                   

Zingen:                 Lied 405: 1, 3, 4/Heilig, heilig, heilig

Gebed                 

Collecte              

Zingen:                 Lied 704: 1, 2, 3/Dank, dank nu allen God

Zegen   

Handelingen 2: 1-13

[1]      Pinksteren: en wat doet de Heilige Geest dan met jou? Nou, daar wil ik het vanmorgen nu eens niet over hebben. Nee, grapje, daar ga ik het wel over hebben. Over wat de Heilige Geest van Pinksteren doet met jou. Maar om daar iets zinnigs van te zeggen wil ik je vanmorgen vragen om samen met mij de Bijbel nog eens door te gaan. Het is Pinksteren geworden, het is Pinksteren geweest. Wat gebeurt er dan, wanneer je vanuit Gods openbaring in de Heilige Geest met nieuwe ogen terugkijkt en vooruitkijkt en op zoek gaat naar de kern? Ik nodig je uit om in grote stappen de Bijbel nog eens door te gaan, om te ontdekken waar God nu eigenlijk mee bezig is. En je weet het: dan gaat het vanzelf over wat de Heilige Geest dan doet met jou.

[2]      Wat gebeurt er wanneer we in het licht van heel de Bijbel de Geest van God zien als de drager van Gods verbijsterende aanwezigheid? De drager van Gods verbijsterende aanwezigheid. Dan kan het goed dat jou eerste vraag is: daar heb ik nog nooit iets over gelezen, in de Bijbel, over ‘Gods verbijsterende aanwezigheid.’ Dat snap ik. Ik zal uitleggen wat ik bedoel. Waarover gaat, volgens jou, de Bijbel dan wel? Je zou kunnen zeggen: de Bijbel gaat over hoe ik in de hemel kom. Mijn antwoord is: nee hoor. Je zou kunnen zeggen: de Bijbel is een boek met verhalen over Israël en over Jezus. Opnieuw zou ik zeggen: nee hoor.

En wat ik je dan vraag is de Bijbel te zien als het boek dat gaat over Gods heerlijkheid. Gods wat? Ja, oud woord, heerlijkheid: In de Nieuwe Bijbelvertaling: zijn majesteit, zijn luister, zijn glorie. In Nederlands van nu: zijn beroemdheid, zijn uitstraling. Wanneer Koningin Maxima een kamer binnenkomt, dan valt zij op, dan is er iemand. Zo ook God, maar dan nog wel wat krachtiger. Als Hij er is, dan is Hij er met al zijn heerlijkheid, zijn verbijsterende aanwezigheid. De Bijbel vertelt de geschiedenis van Gods verbijsterende aanwezigheid. En de Geest is de drager van Gods verbijsterende aanwezigheid. Volg me maar.

Voor Jezus kwam, kon je Gods verbijsterende aanwezigheid ervaren in de natuur en in de tempel. [3] Eerst die natuur. Psalm 29.

Een psalm van David.

[4] Erken de HEER, o goden,

erken de HEER, zijn macht en majesteit,

erken de HEER, de majesteit van zijn naam,

buig u voor de HEER in zijn heilige glorie.

De stem van de HEER boven de wateren,

de God vol majesteit doet de donder rollen,

de HEER boven de wijde wateren. […]

De stem van de Heer ontbrandt in vurige vlammen,

de stem van de Heer brengt de woestijn tot beven,

beven doet de Heer de woestijn van Kades.

Majesteit! roept heel zijn paleis.

[5]      Het verbazende van deze Psalm is dat hij oorspronkelijk uit Kanaän komt. Uit heidens Kanaän. Daar zat een dichter met oog voor de natuur en die hoorde in een onweersbui in de heuvels de echo van iets veel groters, de echo van de verbijsterende aanwezigheid van de godheid. Dan kun je als vrome Jood twee dingen doen. Je kunt zeggen dat die Kanaäniet er compleet naast zit met z’n vieze afgoderij – of je kaapt gewoon het hele idee. David doet het laatste. Kennelijk kan ook een heiden in de natuur iets weerspiegeld zien van de eeuwige. Hij snapt het niet half, maar hij is iets op het spoor. En jij, gelovige, neemt het idee over en vult het in. Dat proces, dat moet je vandaag vrolijk blijven toepassen. Ik weet niet hoe het precies zit met die big bang en met 14,5 miljard jaar van evolutie. Maar ik snap de christenen wel die dan juist kunnen zeggen: als daar iets van waar is, wat is God dan machtig! Gods verbijsterende aanwezigheid, in de natuur, in de schepping. Zijn onzichtbare eigenschappen, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken. Dat zegt Israël, dat zegt de kerk.

[6]      Maar Gods verbijsterende aanwezigheid was nog meer zichtbaar in en om de tempel. Misschien kun je zeggen dat de tempel en eerder de tabernakel, bedoeld waren om de aanwezigheid van Jahwe niet alleen maar verbijsterend te laten zijn. Dan is de tempel als een transformator tussen de hoogspanning van Gods heiligheid en de kwetsbaarheid van mensen, zondige schepselen. In elk geval kun je zeggen dat de tabernakel en de tempel door God bedoeld zijn als plaatsen waar de hemel op aarde komt. En natuurlijk spatten de vonken er dan af: Gods verbijsterende aanwezigheid.

[7]      Bij voorbeeld als Salomo zijn tempel van God af heeft. Een indrukwekkende tempel, goud en kostbaar hout en zoveel meer. Heerlijk! Maar Salomo blijft bescheiden, 1 Koningen 8:

‘Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan u niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor u heb gebouwd. HEER, mijn God, […] luister naar de smeekbeden die uw dienaar en uw volk Israël naar deze tempel richten, luister ons gebed vanuit de hemel, uw woonplaats, luister ons en schenk ons vergeving.’

En wat doet God?

‘Zodra de priesters uit het heiligdom naar buiten kwamen, vulde een wolk de tempel van de HEER. De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van de HEER vulde de hele tempel.’

Majesteit: Gods verbijsterende aanwezigheid.

[8]      Daar in de tijd van Salomo gebeurde in het groot, wat eerder in het klein één van ons had meegemaakt, Mozes, de knecht van God. Het hoogtepunt van de geschiedenis van Gods oude volk Israël was toen God zijn verbond met hen sloot bij de berg Sinaï. Hij beloofde dat Hij hun God zou zijn, zij beloofden dat zij zijn volk zouden zijn. En dat ging gepaard, vanzelfsprekend, met onweer en donder, met vuur en met rook: Gods verbijsterende aanwezigheid. En toen had God Mozes de 10 Geboden gegeven, en Mozes had ze aan het volk doorgegeven. Maar dat ging niet zomaar. Want Mozes’ gezicht glansde zo, doordat hij met de Heer had gesproken, dat ze het niet konden aanzien. Iets van Gods verbijsterende aanwezigheid was op Mozes overgegaan. Wat een geweldig moment, wat een hoogtepunt.

Och, zegt veel eeuwen later ene meneer Paulus, het stelde toen allemaal nog niet zoveel voor… Oké, nu spring ik wat heen en weer, dus ik zal even zeggen waar ik ben. [9] Het uitganspunt is: de Bijbel gaat over Gods verbijsterende aanwezigheid, om te beginnen in de schepping en dan ook in en om de tempel. Zoek maar eens in de Bijbel op de woorden ‘heerlijkheid,’ ‘majesteit,’ ‘luister’ en ‘glorie,’ dan kun je het zelf zien. En een hoogtepunt van die aanwezigheid van God beleefden we bij de Sinaï. Hoogtepunt? Paulus zegt: voorlopig hoogtepunt. En ik wil dat je begrijpt dat Paulus dan de revolutie preekt, dat hij bijna letterlijk een heilig huisje sloopt. Een beetje alsof de paus de Sint Pieter met de grond gelijk maakt, boem!, en dan op de puinhopen gaat staan en zegt: ‘Zo. En nu gaan we echt kerk zijn.’ (En iets zegt me dat deze paus dat wel zou willen, en dat is precies waarom ik van hem houd.) Maar goed, terug naar Paulus.

[10]    Paulus preekt de revolutie. Hoe dan? Luister maar. O nee, eerst nog even wat meer uitleggen: Paulus is de man die er de hele tijd op hamert dat alles uit de tijd van Mozes en Salomo, dus de wet en de tempel, dat dat machtig en mooi was geweest – en tegelijk dodelijk. Met dat God zegt: ‘Doe dit (de wet, de tempeldienst) – en je zult leven,’ met dat God dat zegt, zegt Hij impliciet ook: ‘Doe dit niet (de wet, de tempeldienst) – en je gaat dood.’ Of eigenlijk: je gaat in ballingschap, maar dat komt op hetzelfde neer. En dan kun je wel mooi staan juichen bij een stralende Mozes, maar dan vergeet je even dat vlak daarvoor Mozes de eerste set van 10 geboden kapot gesmeten had, omdat het volk het verbond met God al had verbroken, nog voordat ze eraan waren begonnen. God had Israël iets schitterends in handen gegeven, een verbinding naar het leven, maar in hun handen (lees: in onze handen) wordt het je dood. Wat je trots had kunnen zijn, had mogen zijn, wordt je ondergang.

En luister dan naar wat Paulus zegt, 2 Korintiërs 3:

‘Wanneer de dienst die de dood bracht en die met letters in steen werd gegrift, al met zo veel luister verscheen dat het volk van Israël niet naar Mozes kon kijken vanwege de stralende glans op zijn gezicht – een glans die verdween –, zal dan de dienst die de Geest brengt niet nog groter luister hebben? Wanneer de dienst die tot veroordeling leidt al met luister is bekleed, dan is de dienst die tot vrijspraak leidt dat des te meer. De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu. […] Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien, zullen door de Geest van de Heer meer en meer naar de luister van dat beeld worden veranderd.’

Paulus preekt de revolutie en het is de revolutie van de Geest. De Geest, die de drager is van Gods verbijsterende aanwezigheid, maar dan niet langer dodelijk zoals de wet, maar leven gevend.

Wist je dat Pinksteren niet alleen het feest van de oogst is, maar ook het feest van Gods wetgeving op de Sinaï? Geen wonder dat het weer stormt in het huis waar Jezus’ volgelingen op Pinksteren samen zijn. Geen wonder dat ook hun gezichten stralen, iets als vlammen op hun hoofd. Hier gaat God iets nieuws beginnen: zijn Geest schrijft Gods wet in onze harten. En met dat Hij dat doet, verandert er meer. Want vanaf nu kun je de tempel wel sluiten, die transformator tussen Gods verbijsterende aanwezigheid en ons, zondige mensen. Dat had de Heer zelf al gezegd: breek maar af, Ik ga iets beters bouwen. En dit is wat Hij bouwen wil: ons. [11] ‘Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?’ De wolk en de donder, de wet en de tabernakel waren symbolische dragers van Gods verbijsterende aanwezigheid. Ons is de Geest gegeven, de drager van die heerlijkheid zelf. Zo is het steeds Gods doel geweest.

Maar dan moet je niet denken dat het ophoudt met jouw innerlijk leven. Denk je echt dat je de verbijsterende aanwezigheid van God in je leven kunt beperken tot, bij voorbeeld, tien minuten stille tijd per dag? Dwaas! De profeten van vroeger wisten het al: er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht, de dag dat Gods verbijsterende aanwezigheid opnieuw de hele aarde zal bedekken, de hele schepping zal overspoelen. Jesaja 6:

‘In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. (Natuurlijk: de tempel.) Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. [12] Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’

Wat zeg je, Jesaja? De hele aarde? Ja, zegt Jesaja. Heel de aarde is vervuld van Gods majesteit, Gods verbijsterende aanwezigheid.

            (Tussen haakjes, dan: geen wonder, dat wanneer dan de Geest van God wordt uitgestort, Hij de scheve voegen van de oude schepping laat scheuren. Geen wonder, dat mensen niet maar in Psalmen, maar ook in nieuwe woorden gaan spreken. Geen wonder, dat geestelijk en lichamelijk kapotte mensen genezing krijgen. Geen wonder dat verslaafden en andere gevangenen bevrijd worden. Geen wonder? Een groot wonder! Ja, in de zin dat het niet overal en altijd door gebeurt. Maar wie snapt dat de Geest de drager is van Gods verbijsterende aanwezigheid, van zijn heerlijkheid, die is niet verbaasd als de Geest uit puur goddelijk plezier hier en daar dingen die uit het lood zijn geraakt in de oude schepping, rechtzet – en daarin vrolijk zijn eigen gang gaat.)

[13]    Maar, maar, maar. Als met de komst van de Geest wij zelf weer dragers van Gods heerlijkheid worden en als dan ook de hele aarde weer drager van Gods heerlijkheid mag worden – waarom is daar dan na tweeduizend jaar nog zo weinig van terecht gekomen? Waarom merken christenen in Irak en Syrië er zo weinig van? Of, iets kleiner maar net zo concreet: waarom ben ik dan soms (of vaak) zo beperkt in het laten zien van Gods heerlijkheid, van de Geest van God? Het kan natuurlijk zijn dat je er zelf de rem op zet. We zijn Nederlanders onder elkaar en je moet natuurlijk wel een beetje normaal blijven doen. O ja? Heel vaak betekent ‘normaal’ zoiets als ‘gemiddeld.’ Je kijkt om je heen en je past je aan. Maar let alsjeblieft op, dat je jezelf en de Geest van God niet te kort doet. Want de Geest vindt gemiddeld niet normaal. De Geest is de Geest van God, en God wil verbijsterend aanwezig zijn. Zet daar niet zelf de rem op.

            Maar er is nog iets anders. Paulus preekt de revolutie: de Geest van God maakt van mensen een tempel, en vanuit precies die mensen gaat Gods heerlijkheid de wereld heroveren. [14] Maar de revolutie begint met Jezus de Messias en de revolutie draait om Jezus de Messias en de revolutie gaat op de manier van Jezus de Messias. In de woorden van Jezus’ lieve leerling Johannes, Johannes 1:

‘Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien (Grootheid? Heerlijkheid en luister! Verbijsterende aanwezigheid!), de verbijsterende aanwezigheid van de enige Zoon van de Vader. […] Uit zijn overvloed hebben wij allen opnieuw genade ontvangen: de wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die  aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.’

En deze Jezus is de gekruisigde. [15] Waar vind je de kern van Gods heerlijkheid? In het offer van liefde en trouw tot in de dood van Jezus van Nazareth. Daar is het hart van Gods verbijsterende aanwezigheid.

            Het is Petrus, die dan de conclusie trekt, 1 Petrus 4:

‘Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.’

U zegt? ‘Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.’ [16] In jouw offer van liefde en trouw tot in de dood, daar is de Geest, daar vind je Gods verbijsterende aanwezigheid. Ik zeg je niet dat het gemakkelijk is, hier niet en in Oekraïne niet; integendeel. Maar hier zegt Petrus je: wat er kapot gaat en kapot is in je leven, bewijst niet dat God oorverdovend afwezig is. Wanneer jij het brengt bij Christus en je weg zoekt om er als christen mee om te gaan, met je tranen en je klagen, met je vallen en je opstaan, dan zweeft de Geest van God over de chaos van je leven, heel Gods verbijsterende aanwezigheid. Nu al en niet pas als alles goed en glad is.

            Paulus in Romeinen 8:

‘Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te worden – door Hem roepen wij God aan met ‘Abba, Vader’. De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En als we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen: erfgenamen van God, samen met Christus. Want wij delen in zijn lijden om ook met Hem te kunnen delen in Gods luister.’

[17] Delend in zijn heerlijkheid, door de Geest. En dus:

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.’

Bewezen heeft. In Christus en door zijn Geest. De Bijbel gaat niet over hoe jij in de hemel komt. De Bijbel gaat over hoe de hemel ons heeft bereikt en gaat bereiken. De Bijbel vertelt geen verhalen over Israël en over Jezus. De Bijbel vertelt hoe God zijn verbijsterende aanwezigheid in de wereld en in jou heeft volgehouden en zal volhouden. En dat doet Hij door zijn Geest. Dat is het woord van God.

Amen.

Scroll naar boven