Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

16 oktober 2022 – Romeinen 8

Votum & groet

Zingen:                Nieuwe Psalmberijming 131: 1, 2, 3/Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer

Gebed

Bijbellezing:        Romeinen 8: 14-17                                                                                   

Zingen:                 GK 2006 Gezang 105: 1, 2, 3, 6/In vuur en vlam zet ons de Geest

Preek                   

Zingen:                 Lied 675: 1, 2/Geest van hierboven

Gebed

Collecte

Zingen:                 Lied 425/Vervuld van uw zegen

Zegen

Romeinen 8: 14-17.

[1]      Als jij het gebed van Jezus bidt, brengt God de hemel op aarde.

Het gaat vanmorgen over het begin van het gebed dat Jezus ons leert. Over dat gebed gaan we het in de tijd die komt in een aantal kerkdiensten en bijeenkomsten hebben. Het gebed, het Onze Vader, is dit jaar ook het onderwerp van de Bijbelstudie Voor Iedereen. [2] Daar hoort ook een boekje bij van Ronald Westerbeek, Feest van het koninkrijk. Voor iedereen wie z’n geloof wel wat verdieping kan gebruiken: hier is je kans, doe vooral mee.

Voor mij is er nog een andere reden om het over het gebed te hebben. Nu we geen middagdiensten meer hebben, zoals we die eerder hadden, hebben we ook geen catechismuspreken meer, of in elk geval hebben we er niet de vanzelfsprekende ruimte voor, die er eerder wel was. Nu gaat het mij niet om de vorm, alsof die vorm heilig was. Misschien is de vorm van de Catechismus of van catechismuspreken wel niet meer effectief. Geen probleem, dan kies je een andere vorm. Maar het gaat mij om de inhoud. Ongeveer vanaf tweeduizend jaar geleden, heeft de kerk altijd onderwijs gegeven over drie onderwerpen: [3] geloof, gebod en gebed. De geloofsbelijdenis, de Tien Geboden en het Onze Vader. Die inhoud, die is belangrijk. Daarom is er dit jaar aandacht voor het Onze Vader en dan volgend jaar voor de geloofsbelijdenis of voor de Tien Geboden, elk jaar eentje. Maar goed, nu eerst het Onze Vader.

[4]      Als jij het gebed van Jezus bidt, brengt God de hemel op aarde.

            Jullie kennen allemaal het gebed dat Jezus ons geleerd heeft. Dat is mooi. Toch zit er iets in de structuur van het gebed, waarvan ik denk dat het van betekenis is, maar wat je gemakkelijk over het hoofd ziet. Ik zet het gebed van Jezus even schematisch op het scherm:

[5]      Onze Vader in de hemel

                        uw naam

                        uw rijk

                        uw wil

            -op aarde zoals in de hemel

                        ons brood

                        onze schulden

                        onze verzoeking

            breng uw rijk overal!

            Wat ik nu voorstel (en het komt weer eens van professor Van Bruggen) is dat we dat tussenzinnetje ‘op aarde zoals in de hemel’ lezen als toevoeging bij elk van de eerste drie gebeden. [6] Laat uw naam geheiligd worden – op aarde zoals in de hemel. Laat uw koninkrijk komen – op aarde zoals in de hemel. Laat uw wil worden gedaan – op aarde zoals in de hemel. Dat lijkt me de natuurlijke betekenis, vanwege de structuur van het gebed. Je begint in de hemel, met God. Dan bid je drie dingen voor Hem, namelijk dat die ook op aarde werkelijkheid worden. Vervolgens bid je voor ons op aarde en dan eindig je met de lof voor God, die de hemel op aarde zal brengen. Je hoeft het natuurlijk niet met deze uitleg eens te zijn, maar ik ben overtuigd. En dat verklaart hoe ik bij deze samenvatting voor mijn preek komt:

[7]      Als jij het gebed van Jezus bidt, brengt God de hemel op aarde.

            Oké, nu is eigenlijk alles wat ik tot nu toe heb gezegd een soort lange inleiding op wat ik dan in de preek wil gaan zeggen. En ik zet het maar gewoon van te voren op de beamer wat ik wil gaan zeggen. Als jij het gebed van Christus bidt, brengt God de hemel op aarde. [8] Wat een wonder dát jij gelooft! Wat een wonder wát jij gelooft. En: hou vol! Ik zal dit gewoon laten staan als geheugensteuntje. Nu dus eerst: wat een wonder dát jij gelooft.

            Als je ongeveer zo oud bent als ik of nog wat ouder, dan herken je dit plaatje misschien wel. Dat je werd geboren in een kerk, waar echt om de haverklap kinderen werden geboren en gedoopt. Dat je opgroeide in een omgeving, waar een heleboel vriendjes net als jij naar een gereformeerde school en naar een gereformeerde kerk gingen. Misschien zelfs wel naar een gereformeerde volleybalvereniging – maar dan moet je niet alleen van gereformeerd houden, maar ook van volleyballen. En ik hou wel van gereformeerd… Dat je belijdenis deed tussen een heleboel anderen. Mijn punt is, als je dit herkent, dat je dan dus best in een bubbel bent opgegroeid. Een bubbel waarin het redelijk gewoon was om in God te geloven en om gereformeerd te zijn. [9] Ooit was geloven heel gewoon.

            Dat het een bubbel was, betekent al dat het niet was hoe de gemiddelde Nederlander het leven ervaarde. Alleen: het kenmerk van een bubbel (en ik bedoel er niks negatiefs mee) is dat je er minder van mee krijgt hoe het leven buiten de bubbel is. Misschien heb je wel eens heimwee naar hoe het was toen je opgroeide. Ik heb dat wel. Natuurlijk is dat niet helemaal eerlijk. Ik bedoel: als je zoals ik best veilig en beschermd bent opgegroeid, ja duh, natuurlijk voelt het niet fijn als je groter wordt. Dat komt voor een deel omdat jij nu de bescherming moet bieden, die je vroeger cadeau kreeg. Maar voor een ander deel heb je ook gewoon gelijk, als je voelt dat de wereld veranderd is. [10] Er zijn niet meer genoeg gelovende Nederlanders om je heen, om je het gevoel te geven dat hoe jij leeft normaal is. Daarom zeg ik: wat een wonder dat jij gelooft!

            Nu wil ik vanuit deze nieuwe situatie een link leggen met wat Paulus zegt in Romeinen 8 en met de wereld waarin hij dat zegt. Paulus was opgegroeid in een Joodse bubbel. Joodse besnijdenis, Joodse synagoge, Joodse school. Maar de wereld was duidelijk niet-Joods. De wereld was vaak anti-Joods. Romeinse keizers die konden er wat van, van Joden pesten. Voor een Jood, zeker voor een Jood zoals Paulus die buiten de grenzen van Israël woonde, was het zonder meer duidelijk: het is een wonder dat ik nog geloof, dat wij nog geloven, dat wij er nog zijn. Hardnekkig blijven geloven dat de God van de Joden de schepper is van hemel en aarde, de echte koning van de wereld. En toen kwam Jezus.

            En toen kwam Jezus. En Paulus had het eerst helemaal niet door. Integendeel, Paulus kon het eerst helemaal niet geloven. Paulus ging er eerst dwars tegen in. Totdat Christus zelf ingreep en Paulus door de wind dwong. Wat veranderde er toen? Toen ging Paulus zien dat de God van de Joden inderdaad de echte koning van de wereld was. Toen ging Paulus zien dat de Geest van Christus was gaan waaien over de wereld, om alles en iedereen aan te raken en nieuw te maken. ‘Alles en iedereen aanraken en nieuw maken.’ Hoe dan? Nou, kijk maar, zegt Paulus. Overal op de wereld gaan mensen door de wind. Overal op de wereld gaan mensen Vader zeggen tegen God. De God van de Joden, Abba, is Vader, is de koning van de wereld. ‘Onze Vader in de hemel.’ Paulus is er zich zijn leven lang over blijven verbazen. Paulus heeft er voor gekozen zich er zijn leven lang over te blijven verbazen. [11] Wat een wonder dat ik dit meemaak. Wat een wonder dat jullie geloven.

            Het lijkt mij goed om in een wereld die misschien meer lijkt op de wereld van het jaar 50 dan op de wereld van 1950, dat hardop te zegen. Als jij het gebed van Jezus bidt, brengt God de hemel op aarde. Wat een wonder dát jij dat gelooft.

En dan ook: wat een wonder wát jij gelooft! Wat geloof jij dan? Nou, luister maar naar wat je zelf zegt, als je het gebed bidt dat Jezus ons leert bidden. Want wij, zijn leerlingen, vroegen Hem: ‘Heer, leer ons bidden.’ En Jezus zei: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan maar: ‘Onze Vader in de hemel.’’ Maar luister dan naar wat je zelf  zegt, als je het gebed bidt dat Jezus ons leert . Hoor je dat? Je zei Vader tegen God. Want dat mag van Jezus. Maar als je dat zegt, zeg  je van jezelf dat jij een kind van God bent. [12] Goedemorgen. Kind van God. Natuurlijk zijn er altijd mensen die dat claimen, dat ze kind van God zijn. ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.’ Nee hoor, je vergist je. Of ook, er schijnt ergens een of ander voetbalclubje te zijn, waarvan de spelers zichzelf zien als godenzonen. Ja hoor, in je dromen. Dit is heel anders. Want dit begint heel anders. Dit begint niet bij jezelf. Dit begint bij Christus. Hij, de Zoon van God zelf, zegt dat ook jij een kind van God mag zijn. Dat mag jij geloven, in de zin van: nog zekerder weten dan dat 1+1=2 en nog vaster vertrouwen dan je overtuigd bent van het liefhebben van je geliefde. Wat een wonder wat jij gelooft.

Want, zegt Paulus, als kind ben jij ook erfgenaam, erfgenaam van God, samen met Christus.  Want wij delen in zijn lijden om ook met Hem te kunnen delen in Gods luister. Gods luister, wat is dat? Ha, als je een keer een paar dagen over hebt voor bijbelstudie, probeer het dan maar eens. Zoek op: glorie, heerlijkheid, luister, majesteit, eer – kortom, de naam van God. Het is het meest onderbelichte kernpunt van de Bijbel. Oké, dat weet ik niet of het onderbelicht is. Maar het kernpunt is het zeker. De grootheid van God. Dat Hij alles wat mooi en goed en gaaf is is, maar dan tot de macht eindeloos. En dan nu het wonder: dat jij erfgenaam bent van Gods heerlijkheid. [13] De afgelopen week hebben we Marrie de Graaff begraven en Aad van Kampen. Dat was verdrietig, want afscheid nemen is verdrietig. Maar het was niet hopeloos. Want zij waren: erfgenamen van Gods heerlijkheid. Vandaag hebben wij Joris gedoopt, jullie hebben het zelf kunnen zien. Je kunt het je afvragen: waarom zou je een kind dopen dan? Ik vind dit wel een goede reden: hij is erfgenaam van Gods heerlijkheid. Dat is wat wij mogen geloven. We mogen delen in Gods heerlijkheid. Wow. Wat een wonder wat jij gelooft.

Maar goed, daar zie  je nu dus nog niks van. Van die heerlijkheid, die glorie. O nee? Daar denkt dan Paulus anders over. Daar denkt God dan anders over. Ik ben bij de laatste stap van mijn verhaal: hou vol. En het zit zo. Het ligt voor de hand om, als jij op zoek gaat naar bewijzen dat jij inderdaad kind van God bent en erfgenaam van Gods heerlijkheid, dat je dan gaat zoeken naar waar het straalt, naar waar de zegen van God niet te ontkennen is, naar waar de hemel al doorbreekt in jouw leven op aarde. En je hebt, of: ik heb de neiging om wat tegenzit te zien als tegenbewijs. Mijn vreemdelingschap als gelovige in Nederland. Mijn zwakke kanten en mijn mislukkingen. Mijn verdriet en mijn pijn. Daar wil God toch een eind aan maken. Ja, dat wil Hij. Maar: het feit dat er in mijn leven veel misgaat, bewijst nu net niet dat ik niet bij Hem hoor. Integendeel. Jij mag één met Jezus zijn. Jouw lijden mag deel van zijn lijden zijn. Maar Jezus’ lijden bewees niet dat Hij niet bij God hoorde. Integendeel. Zijn lijden bewees dat Hij de Zoon was. En wie Zoon is, is erfgenaam. En jij ook.

En dus? Dus dit: hou vol. Hou wat vol? Hou het bidden vol. ‘Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, op aarde zoals in de hemel.’ Als jij het gebed van Christus bidt, brengt God de hemel op aarde. De halve wereld om je heen kent God niet, die gaan zijn naam niet heiligen, daar gaat de hemel niet op aarde zijn. En soms heb je als gelovige zelf de neiging om God maar te verzwijgen, als je Hem al niet wilt loochenen. Doe het niet. Hou vol. Hou wat vol? Hou bidden vol. Leer het jezelf, het gebed van de Heer. Leer het je kinderen, het gebed dat de Heer je leerde. En leer jezelf en je kinderen het serieus te nemen, als je zegt wat je zegt: ‘Onze Vader in de hemel.’ Geloof me, dan is dit een selffulfilling prayer. Dan is daar al de hemel op aarde.

Amen.

Scroll naar boven