Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

17 juli 2022 – Genesis 15 – Een eigen huis, een plek onder de zon

Votum & groet

Zingen:                 Lied 513: 1, 2, 3, 4/God heeft het eerste woord

De Tien woorden

BGT Romeinen 6: 2-11 (vers 2 vanaf ‘De zonde heeft geen macht meer…’)

Zingen:                DNP Psalm 130: 1, 2/Vanuit het diepe duister                                                               

Gebed

Bijbellezing:        NBV Genesis 15                                                                          

Zingen:                DBP Psalm 105: 1, 3, 4/Lof aan de Heer, elk volk moet weten

Preek    

Zingen:                 Lied 912: 1, 2, 5, 6/Neem mijn leven/handen/wil/liefde

Gebed

Collecte

Zingen:                 Opwekking 520/Wees mijn verlangen

Zegen

Genesis 15

[1]      ‘Een eigen huis, een plek onder de zon

            en altijd iemand in de buurt, die van me houden kon.

            toch wou ik dat ik net iets vaker, iets vaker simpelweg gelukkig was…’

            Zeg, laten we eerlijk zijn: als je je eigen huis, je plek onder de zon in Rotterdam hebt staan, of ook als je misschien aan het uitkijken bent naar je droomhuis, wie weet van de grond af door jezelf opgebouwd of in elk geval naar je eigen smaak ingericht – laten we eerlijk zijn, als je dan niet regelmatig jezelf simpelweg gezegend voelt, dan klopt er iets niet. Helemaal als bij dat mooie plaatje ook hoort dat je van God mensen om je heen hebt gekregen, mensen om van te houden en, net zo goed, om van jou te houden…

[2]      ‘Een eigen huis, een plek onder de zon.’ Voor Abram was het een droom die hij nog niet echt zag uitkomen. God had hem niet alleen een eigen huis beloofd, in de zin van zijn eigen gezin, een familie. God had Hem ook de ruimte beloofd, het erfdeel, de grond waarvan hij zou kunnen leven. Maar we ontmoeten Abram op een moment dat hij nog geen duimbreed van het land voor zichzelf heeft gekocht of gekregen. En op geen enkele manier lijkt het er op dat moment op dat Abram ooit bekend zal zijn als vader Abraham, vader van veel volken… En toch loopt er een lijn van wat God beloofd aan Abram naar wat Hij jou vandaag als zegen geeft. Laten we eens kijken.

[3]      En laten we, om te beginnen, eens kijken naar God. De God van Abram, zoals Hij hier met onze vader omgaat, als dat is hoe Hij is, wat een God is Hij! Kijk dan hoe Hij er zijn goddelijk plezier in heeft om in te gaan op al Abrams tegenwerpingen – en tegelijk: wat een diepgang en wat een bereidheid zijn ogen niet te sluiten voor de donkere kanten van het leven. Kijk dan wat een geduld Hij heeft, wat een bereidheid om met Abram mee te denken – en tegelijk: wat brandt er diep in Hem een vuur, een goddelijke, niet te temmen kracht, een doorzettingsvermogen waar je niet tegen in wilt gaan. Wat een God is Hij!

            Gods eerste zet in deze ontmoeting is dat Hij belooft Abram rijk te maken. Dat komt op een gevoelig moment. Abram heeft kort hiervoor een oorlog gevoerd om zijn neef, Lot, te bevrijden. Daarbij had Abram ook de koningen van Sodom en Gomorra bevrijd. Die koning van Sodom had Abram al zijn bezit aangeboden, maar Abram had geweigerd: ‘U gaat niet kunnen zeggen dat u Abram rijk hebt gemaakt.’ ‘Precies,’ zegt God, ‘want dat ga ik doen.’ Maar Abram heeft een probleem. ‘Al maakt U mij rijk, het is verspilde moeite. Als ik geen gezin heb, loopt het allemaal dood. Terug naar af.’

            En God? God, vol plezier, vol diepgang, vol geduld en vol vuur, God nodigt Abram uit naar buiten te gaan en de sterren te tellen. Let op: we zijn bij Hebron, Zuid-Israël, halfwoestijn, 930 meter hoogte. Even wat anders dan anderhalve meter onder de zeespiegel en onder de wolken en met allemaal lichtvervuiling in Nederland. De lucht staat vol licht en de bedoeling is wel: dat ga jij niet kunnen tellen, jongen. Zo staat het er soms ook bij in de Bijbel: ontelbaar als de sterren aan de hemel. En tegelijk, een beetje tussen haakjes, maar ik kom er nog op terug: het schijnen er tweeduizend te zijn die je kunt tellen. Voor Abram op dat moment evengoed onvoorstelbaar: hoe ga je van nul naar duizend komen?

            En Abram? ‘Abram vertrouwde op de Heer en de Heer rekende hem dit toe als rechtvaardigheid.’ Als je een ervaren bijbellezer bent, dan gaan hier waarschijnlijk de nodige lichtjes knipperen. En terecht. De lijn van God naar ons loopt via Abram. Als je bij God wilt horen, moet je familie van Abram zijn. Maar hoe dan? Ben je dat alleen als je moeder een dochter van Abram is? Of ben je dat alleen als je besneden bent? Wanneer ben je familie van Abram? Paulus heeft er diep over nagedacht en in bijna al zijn brieven kom je het antwoord tegen dat Paulus bij het licht van de Geest heeft gevonden: je bent een kind van Abram als je deelt in zijn geloofs-DNA. Kijk maar hier, naar deze ontmoeting. Waarom omarmt God Abram? Omdat Abram zich laat omarmen. [4]

En hier is een moment dat ik het jou terecht mag vragen: ben jij een kind van Abraham? Weet jij dat er een God is die jou draagt? Nee, je hoeft niet rijk te zijn en rijkdom is geen bewijs dat Hij je draagt. En nee, je hoeft niet eerst door de juiste religieuze hoepels te springen voordat je bij Hem uitkomt, want Hij is er al en Hij was er al lang. Hij kende je al toen je nog niet eens geboren was. Vol plezier en diepgang, vol geduld en vuur keek Hij uit naar jouw leven. Hij geeft je mensen om je heen, jouw plek onder de zon. En jij? Reageer niet allergisch op God. Wees jij een kind van Abram: laat je door God omarmen.

Goed, waar waren we? God zelf pakt de draad weer op. Hij zou Abram rijk maken. Nu gaat Hij Abram vertellen wat dat dan betekent. ‘Ik heb je uit Ur weggeleid, om je dit land in bezit te geven.’ En Abram, die God op zijn woord was gaan geloven als het over zijn huis ging, zijn eigen gezin, Abram aarzelt als het op zijn plek onder de zon aankomt. En God, vol geduld, gunt Abram zijn aarzeling en vult zijn eigen woorden aan met een heilig en zichtbaar teken en zegel, een sacrament. ‘Abram, haal drie dieren en twee vogels en snijd de dieren doormidden.’ En wij staan erbij en wij kijken ernaar en we snappen er geen hout van. Dit is vast niet wat ze bij D’66 bedoelen met ‘de halvering van de veestapel.’ Maar wat het dan wel betekent? Opeens is vierduizend jaar geleden en vierduizend kilometer verderop wel heel ver weg. [5]

Maar misschien is het niet erg om hier in het duister te tasten over wat dit allemaal betekent. Want duister, daar lijkt het precies om te gaan. De kadavers trekken gieren aan. Abram jaagt ze weg. Het wordt donker en Abram valt in slaap. Maar de angst is er niet minder beklemmend om. En op dit moment blijkt dat precies de bedoeling van God. Want God heeft een onheilsboodschap. Er gaat vier eeuwen lang geen plek voor Abrams volk zijn onder de zon. En die kinderen zelf groeien op als slaven, met altijd iemand in de buurt – die je mishandelen kon. Nee, God zou God niet zijn als Hij niet zou beloven dat er een eind aan kwam. Maar God zou ook God niet zijn als Hij zou ontkennen dat het donker kan zijn. En God zou God niet zijn, als Hij zelf het donker zou vermijden.

Dat wil zeggen… Naar de mens gesproken heeft God natuurlijk de keus. De diepe bron van vreugde en liefde die Hij is, wat zou Hij zich druk maken om jou en om het donker in jouw leven? Ik denk dat het besef dat God die keus heeft de achtergrond is van de angst die Abram overweldigt. Want wat als God ons wel ziet, maar ons voorbijgaat en zijn schouders voor ons ophaalt? God heeft de keus – maar hier heeft Hij gekozen, eens voor altijd. Het enige wat je hoeft te snappen van die kapotte dieren is dit: dat het de gewoonte was wanneer je een verdrag sloot om dan tussen doormidden gesneden dieren te lopen om daarmee te zeggen: dit mogen de goden mij doen wanneer ik mij niet houd aan mijn woord. [6]

Dus met dat God hier zelf tussen de dode dieren door gaat neemt God het op zich: zo mogen de goden mij doen, wanneer ik mij niet houd aan mijn woord. Ja, wat nou, goden, welke goden? God kan niet boven zichzelf uitgrijpen en om een beoordeling vragen van anderen, want hoger dan de ene God is er niet. Dus kan God ook niet naar een ander doorverwijzen als het eropaan komt zijn woord te houden. Hij neemt het hier in deze ontmoeting met Abram op zich om elke punt en komma van zijn woorden waar te maken. Al gaat het Hem zijn leven kosten. Het is wel terecht dat het donker is. Geen mens had het toen door en misschien de engelen ook niet eens. Hoewel de duivel even vreemd zal hebben gekeken. Zet God hier echt zichzelf op het spel om zijn beloften aan een mensenfamilie waar te maken? Het antwoord is ja, en hier zet Hij in principe voor het eerst zijn schouders onder het kruis van Golgotha. God loopt niet weg voor het donker.

Want in het donker is iets of iemand als een oven waar rook uit kwam en een brandende fakkel. Er gloeit een vuur diep in Hem, dat blijft gloeien in het donker. Het is het vuur van zijn heilige liefde. Het is het vuur van zijn Geest. Er is geen duister dat Hem kan doven. En dit vuur kan bewegen. Het kan naar je toekomen, zelfs als je overweldigd bent door angst en diepe duisternis. Het kan de aasgieren bij jou wegjagen en het zal dat ook doen. Het is in Jezus Christus naar ons toegekomen om een eind te maken aan de terreur van het duister en de dood.

Maar goed, waar raakt dit jou en jouw leven? Ik hoop natuurlijk dat het je raakt dat je zo’n God hebt, die het puin van de wereld op zijn schouders neemt en jou en mij omarmt. Maar vandaag wil ik graag dat je ook ziet dat deze ontmoeting van God met Abram zich elke keer dat iemand gedoopt wordt herhaalt. Een heilig en zichtbaar teken en zegel. Waarbij God niet wegloopt voor de donkere kanten van ons bestaan. In tegendeel. De betekenis van de doop is juist dit: hoe diep jij ook mag zinken, de armen van Christus reiken dieper. Zelfs waar het voor jouw onleefbaar wordt, daar houdt Hij zijn adem in zolang als het nodig is om jou op te pikken. Om jou je plek onder de zon te geven. In het huis van de Heer, in de hele wereldwijde familie van Abram.

            Een eigen huis, een plek onder de zon. Het is niet moeilijk om wat lijnen te zien lopen van hoe God omging met Abram naar hoe Hij omgaat met jou. Maar voordat ik de preek afrond, staat er nog wel een vraag open. Deze vraag: [7] En Israël dan? Want we gaan gegarandeerd de mist in als we Israël overslaan. Nu lopen de meningen over Israël onder christenen nogal uiteen. De één ziet alle profetieën van vroeger in onze tijd in vervulling gaan, de ander houdt niet op te wijzen op Palestijnse christenen en hoe zij in de knel zitten. En als dominee heb ik het gevoel dat alles wat ik hierover op de preekstoel zeg, tegen me gebruikt gaat worden in een geestelijke rechtbank. Dus zeg ik maar eerlijk dat ik er niet zoveel van vindt. Behalve dat ik er wat van moet vinden, wanneer ik preek over Genesis 15 en deze woorden tegenkom: ‘Dit land, zei God, geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier de Eufraat.’ Wat lezen we hier?

Om mijn antwoord te geven, zet ik even twee dingen naast elkaar: Gods belofte om Abram rijk te maken, de eigenaar van een groot gebied, en Gods belofte om Abram vader te maken, de vader van een menigte volken. Bij de belofte van kinderen wees God Abram op de sterrenhemel: die duizenden sterren, spiegel je daar maar aan. Maar ondertussen zag God geen duizenden, maar miljarden kinderen voor Abraham voor Zich, werkelijk voorbij alles wat Abram zich toen kon bedenken. Ik denk dat er bij de plek onder de zon die Abram beloofd krijgt net zoiets aan de hand is. Het land dat Abram bekend was, was het land tussen Eufraat en Nijl, tussen de rivier in het Oosten en de rivier in het Westen – en Abram krijgt het helemaal toegezegd. Onvoorstelbaar – en ook feitelijk nooit het geval geweest, zelfs niet in de tijd van koning Salomo. En dus? En dus mag je ook deze belofte als opstapje lezen: de dag komt, Abram, dat de plek onder de zon voor jou en je familie de hele wereld gaat zijn, ook de delen die jij nu nog helemaal niet kunt overzien.

[8]      Israël zelf gelooft dat de God van Abraham, Isaak en Jakob de God is die hemel en aarde gemaakt heeft. God gaf aan Adam en Eva de hele wereld als hun plek onder de zon, voor hen en voor hun hele huis, alle nakomelingen die de goede God hun ooit zou geven. God heeft redenen om voor een tijd te kiezen voor het volk van Abraham en het land van Israël. Sterker nog: God heeft redenen om zich nog verder terug te trekken, zich te concentreren in één zoon van Abram en van Adam, Jezus Christus. De enige toegang tot God gaat via Hem en via Hem kan God bij wijze van spreken van stenen kinderen van God maken. En kijk, deze Jezus van Nazareth kwam naar ons oordeel geen plek toe bij ons onder de zon. Zijn voeten mochten niet op onze grond staan, dus kruisigden wij Hem. Zo stierf Hij, zonder plek en zonder mensen om Hem heen die van Hem hielden.

Maar in God brandt het vuur van een liefde die de dood overleeft. Hij is de God van vreugde en diepgang, van geduld en van vuur. Hij wil je ontmoeten. Leg jij jouw leven in zijn sterke hand?

Amen.

Scroll naar boven