Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

19 maart 2023 – Openbaring 12 – Red ons uit de macht van het kwaad

Votum & groet Sela, Votum en groet

Zingen:                Psalm 42: 1, 3/Heer, een hert in dorre streken

Gebed

Bijbellezing:        Openbaring 12: 7-12     

Zingen:                DNP Psalm 2: 1, 2/Wat willen al die wereldleiders toch

Preek:

Zingen:                 Opwekking 717/Stil, mijn ziel, wees stil

Geloofsbelijdenis

Zingen:                 Opwekking 661/Maak groot onze God

Gebed                 

Collecte              

Zingen:                 Opwekking 428/Genade, zo oneindig groot (basisschool bovenbouw)

Zegen                  

Openbaring 12

[1]       ‘Breng ons niet in beproeving, maar red ons van het kwaad.’ Dat is in de nieuwste vertaling het gebed waarover we het vanmorgen gaan hebben. En ik vertel er meteen maar bij: ik wil het vandaag vooral hebben over het tweede deel, ‘red ons van het kwaad.’ Dus niet zoveel over het eerste deel, ‘breng ons niet in beproeving.’ Dat houden jullie dan tegoed voor een andere keer. Vanmorgen vertel ik iets over de macht van het kwaad. [2]

            Om te beginnen: de duivel is vandaag populairder dan ooit. Ik hoor van mijn kinderen dat het beroemdste Nederlandstalige liedje wereldwijd een liedje is van Paul Elstak en Jebroer, ‘Ik ben een kind van de duivel.’ Ook al heeft de rest van de wereld geen idee wat ze zingen, het is wel tekenend. En anders kom je in elke game of film wel iets of iemand tegen, die de verpersoonlijking van het kwaad is, een symbool van de duivel. Voor mij heeft het iets vreemds, dat je eerst als cultuur met elkaar afspreekt dat God niet bestaat – want dat is een beetje het geval in West-Europa – en dat je vervolgens het tegenbeeld van God overal en nergens laat opduiken. Misschien kan dat, omdat je hem vooral in je fantasie laat opduiken. Het is allemaal maar een spelletje, niet echt.

            In de Bijbel kom je de duivel ook tegen, meer dan eens. Eén van die keren hebben we dus gelezen, Openbaring 12 [3], een stukje daarvan, over een oorlog in de hemel. Op het eerste gezicht: een verhaal waar ze bij Marvel wel raad mee zouden weten: legers en helden en bakken geweld. Maar hé, het staat in de Bijbel en dus moet je het allemaal wel letterlijk nemen, nietwaar? Het gaat vanmorgen over de macht van het kwaad en dat kwaad dat komt samen in de persoon van de duivel. Maar wat is dan eigenlijk de boodschap van de Bijbel? Wat is de boodschap van Openbaring 12?

            Oké, ik ga iets geks zeggen. Ik ga iets geks zeggen over Openbaring en ik nodig je uit om na te denken of ik iets zinnigs zeg. Wat ik zeg is dit: ik denk niet dat  de vraag die Johannes in Openbaring beantwoordt, ik denk niet dat die vraag is: wat gebeurt er nu eigenlijk in de hemel? Ik denk dat de vraag die Johannes in Openbaring beantwoordt deze vraag is: wat gebeurde er toen eigenlijk op aarde, bij ons, in die tijd. En dat we in het beantwoorden van die vraag naar wat er bij ons op aarde gebeurde, ook wat meekrijgen over wat er zich achter de schermen afspeelt, dat is mooi meegenomen, maar volgens mij is dat altijd [4] achtergrondinformatie bij wat zich toen voor onze ogen op aarde afspeelde.

            Wat speelt zich voor onze ogen af? Dat wil zeggen, allereerst: wat speelde zich af voor de ogen van de mensen voor wie Johannes de Openbaring mocht opschrijven? Nou, dat weten we niet en dat weten we wel. Dat weten we niet: het is de vraag wanneer precies Johannes dit boek heeft geschreven. Was het al in de jaren 60 van de eerste eeuw? Of was het pas in de jaren 90? Beide zijn mogelijk. Johannes was de jongste van de 12 leerlingen van Jezus, dus geboren ergens tussen het jaar 10 en het jaar 15. En aan de ene kant kun je dingen die Johannes vertelt koppelen aan mensen en gebeurtenissen rond het jaar 65. Zo is ‘het getal van het beest’ waar Johannes het ergens over heeft, het getal 666, goed te verbinden aan de naam van keizer Nero en keizer Nero was een van de grootste christenvervolgers aller tijden in de jaren 60. Aan de andere kant, in het jaar 70 was de tempel in Jeruzalem door de Romeinen verwoest, en dat trauma past weer goed als achtergrond bij Johannes’ dromen van een nieuw Jeruzalem, zonder tempel, vol van God. Maar we weten het niet.

            Wat we wel weten: die wereld van toen was een wereld vol gevaar, vol gevaar voor iedereen die zich christen noemde. Die wereld van toen was een wereld vol onzekerheid, voor iedereen die Jezus wilde volgen als Heer en als redder. En dan maakt het niet zoveel uit in welk jaar je hem vastpint. Het gaat om de realiteit van de wereld waarin christenen leven in de latere decennia van de eerste eeuw. De realiteit van vervolgingen tot de dood. [5] De realiteit van voor de leeuwen geworpen worden. De realiteit van dat alles – en dat dan dat alles zo compleet in strijd leek te zijn met de woorden van Jezus. Want Jezus beleed je toch als je Heer en je Redder? Was Hij niet de koning van alle koningen, de heerser van hemel en aarde? Zou Hij niet terugkomen voor het te laat was om al zijn en mijn vijanden over de kling te jagen? Maar dat is niet wat je ziet! Wat je ziet is het omgekeerde! Jezus lijkt machteloos. [6] De mensen komen met hun vragen bij Johannes. Vertel ons Johannes, hoe maken we hier nog soep van? Wat is de zin van wat we om ons heen zien gebeuren? Of heeft het geen zin? En Johannes richt zich op God, nou ja, God richt zich tot Johannes en doet een boekje open, over de zin van de concrete gebeurtenissen in de tweede helft van de eerste eeuw, over hoe het kan dat het kwaad zoveel macht heeft – op aarde, in hun dagen.

            Maar waarom zegt Johannes dan niet gewoon dat hij het heeft over die hufter van een keizer Nero of welke keizer dan ook en waarom komt hij dan met al die apocalyptische beelden en stemmen, die vooral over een andere werkelijkheid lijken te gaan? Nou, dat is wel te verklaren. Waarom schrijft Johannes zo indirect, als het over de concrete wereld van toen gaat? Omdat het boek Openbaring zeg maar verzetsliteratuur is en omdat Johannes expres een parodie maakt op de cultuur van toen, een spotprent. [7] Verzetsliteratuur en parodie. Allereerst verzetsliteratuur.

            Of het nu Nero was of een ander, in die tijd in de Romeinse wereld had de keizer absolute macht. Hij werd vereerd als een god. Hij noemde zichzelf, letterlijk, Heer en redder. Hij beroemde zichzelf dat hij de bron, de garantie was van vrede en veiligheid in de hele wereld. (Ja, ‘de hele wereld’. Romeinen waren de Amerikanen van de eerste eeuw, ze denken dat ze alleen op de wereld zijn.) Iedereen in het hele rijk was vrij om te geloven wat je wilde, zolang je maar de keizer als oppergod het respect gaf dat hij verdiende. De Heer en redder. Maar toen werd er in een dorpje in een uithoek van het rijk een kind geboren, van wie de oude profeten hadden gezegd dat Hij het zou zijn op wie zijn schouders de heerschappij zou zijn, wonderbare raadsman zou Hij heten, sterke God, eeuwige vader, vredevorst. U zegt? Vredevorst. En voor wie niet vertrouwd is met oude Hebreeuwse profetieën vertaalt de apostel Paulus het in algemeen beschaafd Grieks: Hij is je Heer en je redder.

            Als je dat in de late dagen van Johannes’ levenstijd hardop op straat zou zeggen, Jezus is Heer en redder, gegarandeerd dat dan je hoofd eraf ging. Dus moet je het in code zeggen. De helft van de reden waarom Johannes schrijft alsof het over een andere werkelijkheid gaat, is dat het onveilig is om één op één te zeggen wat je bedoelt. Dus zegt hij 666 en bedoelt hij Nero – of een ander, want dat ik niet slim genoeg ben om zijn code te snappen betekent niet dat hij fout zit maar dat ik dom ben. Dus zegt Hij Babylon en bedoelt hij Rome, reken maar uit, zeven koppen, zeven heuvels. Laat wie oren heeft horen en begrijpen wat er staat. Verzetsliteratuur: codes gebruiken om niet te worden opgepakt.

            En een parodie. Een parodie is dat je bekende beelden of uitspraken of gebeurtenissen die iedereen kent oppakt en ze dan in een andere context zet. Volgens mij staat tiktok er vol mee. De Bijbel doet dat ook. Openbaring doet het ook. Als Johannes hier de duivel tekent als een draak, dan is dat niet bedoeld als letterlijke informatie over de vorm van een figuur uit de boven- of benedenwereld. Als Johannes de duivel een draak noemt, dan doet hij dat omdat de draak in veel religies in de regio van Zuidwest Turkije, waar de mensen wonen voor wie hij schrijft, bekend is als symbool voor hun goden. Daarmee zegt hij niet dat er ergens in de schaduw een draak zit. Daarmee zegt hij wat hij bedoelt, namelijk dat er maar één Heer en redder is, de gever van vrede en veiligheid, en van brood en spelen wat Hem betreft, en dat is het Lam. En er is een vijand van Hem, en als ik zeg dat hij eruitziet als een draak, dan spot ik met die rotgoden van jullie, die niks zijn en als ze wat zijn alleen wat zijn omdat de vijand van het Lam er wat mee kan. Maar weet je wat? Die “draak” gaat verliezen. Want weet je wat? Hij heeft al verloren.

            Dus dat is de boodschap van Johannes. In een levensgevaarlijke wereld voor christenen, in een wereld waarin het er niks op lijkt dat Jezus Heer is, vertelt Johannes hoe het met de hoofdrolspelers af gaat lopen. Hij doet dat in code, want verzetsliteratuur, en hij doet dat met gebruik van symbolen uit de cultuur om hem heen, die hij parodieert. Ja, er is een macht achter de schermen, die keizers en heidenen aanjaagt. Maar in dat alles staat het Lam als meer dan overwinnaar en jij, mijn lezer, zoals de keizer zich verhoudt tot de duivel, zo verhoud jij je tot de Heer en zijn engelen. Het gaat erom dat jij standhoudt. Hoe? Door Rome te verslaan? Niet nodig. Alles wat je hoeft is je geloof behouden. Te blijven getuigen dat Jezus is Heer. Dat is je overwinning, al gaat je hoofd eraf. Moet je horen, we lazen in Openbaring 12: 7: [8] ‘Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen.’ En voordat je kunt denken, dat dit een stukje interessante informatie is over een wereld die jou niet raakt, lees je in 12: 11: [9] ‘[De broeders en zusters] hebben hem (de draak/satan) dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Met de dood voor ogen hechtten ze niet aan het leven.’ Johannes, hoe kan het dat het kwaad zoveel macht heeft? Het heeft geen macht tegen het Lam en wie Hem belijdt als Heer en als Heiland. Ja maar hij vermoordt ons! Hij heeft geen macht tegen het Lam dat de dood overwon. Dat is de concrete boodschap van Johannes in de concrete wereld van zijn dagen, als het gaat over de macht van het kwaad

            Ben je er nog? [10] En als je er nog bent: heb je hier nog wat aan? Als ik zeg dat het goed is om Openbaring 12 en heel Openbaring vooral eerst te zien als verhaal over toen en dan, heb jij er dan nog wat aan hier en nu? Dat zou zomaar kunnen, maar dan moeten we wel het thema van toen transponeren naar nu. Het gaat over de macht van het kwaad. Het kwaad had macht in de tijd van Johannes, en het kwaad heeft macht vandaag. In de tijd van Johannes was het de keizer die God in de weg zat met zijn claim van vrede en veiligheid, zijn valse claim dat hij Heer en redder zou zijn. In onze tijd hebben de keizers geen kleren meer aan, of we prikken er zo doorheen. Maar waar ga jij heen met je vraag naar verlossing? Naar wie of wat ga jij toe voor vrede en veiligheid? Wie is de heer, die jij aanbidt? [11] Want als dat niet Jezus is, dan zit je ernaast. Als het niet Jezus is, de enige goede macht, is het geen goede macht die je aanbidt.

            Ik weet wel een leuke oefening om te ontdekken welke afgod jij hebt. Een oefening om te ontdekken wat stiekem toch het meest belangrijk voor je is. Wat is het eerste waar je aan denkt als je ’s morgens wakker wordt? Dat zou zomaar jouw afgod kunnen zijn. Is het een probleem waar je mee zit? Sorry, ik loop het risico dat ik  iets zeg wat ik niet bedoel. Het gaat me er niet om jou in de put te praten, dat jij eigenlijk niet van Jezus houdt. Ik zeg het net even anders: als je ’s morgens wakker wordt en het eerste wat je te binnen schiet is bezorgdheid om …, vul maar in, dan doe jij er goed aan precies die zorg in de handen van de Heer te leggen. Precies om te voorkomen dat het je leven overneemt. Want dat wil  je niet. Dat iets tussen jou en  je Heer in komt staan. Geldt ook als je wakker wordt en het is iets moois waar je aan denkt of iemand moois. Opnieuw: het is niet fout om wakker te worden met een mooie gedachte. Integendeel, gefeliciteerd. Maar breng die of dat dan wel naar de Heer en dank Hem voor wat Hij je geeft. Want Hij is Heer en Hij geeft je dat.

            Maar dat is persoonlijk, terwijl de macht die Johannes beschrijft die tussen jou en God in komt te staan, die jou probeert bij je Heer en Heiland vandaan te halen, dat ís niet alleen individueel. [12] Dus wie is de heer die wíj dienen? We hebben geen keizers meer en geen draken in Nederland vandaag. Wat heeft het dan nog wel in zich om tussen ons en God in te staan, ons bij Hem vandaan te slepen? Soms denk ik: misschien wel nog steeds de verwachting dat ook vandaag de overheid en de maatschappij er zijn om jou vrede en veiligheid te garanderen, en brood en spelen wat dat aangaat. Terwijl je maar naar Oekraïne hoeft af te reizen om te weten dat vrede geen recht is en zomaar verdwenen en dat de veiligheid die je eist van de maatschappij alleen maar gegeven kan worden met garantie tot aan de voordeur. Nu kun je terecht zeggen dat onze cultuur niet alleen God maar ook de keizer heeft afgeschaft. Maar van de weeromstuit word je je eigen afgodje, met recht op dit en recht op dat en anders trek je je bek wel open of ga je zitten pruilen. Zodra jou geluk wordt bedreigd. Waar zijn de engelen die vechten voor jou?

            Maar dan zegt Johannes wat hij zegt ook tegen jou en tegen mij. Het Lam is Heer. [13] ‘Maar we zien er niks van, Johannes!’ ‘Het Lam is Heer. Hij heeft de dood overwonnen. Ik stond er zelf bij toen Hij werd geslacht, maar ik heb met mijn eigen ogen gezien dat de wond die de duivel Hem toebracht Hem wel raakte maar niet voorgoed kon doden. Jezus leeft!’ ‘Maar kijk dan Johannes, gelovigen vallen bij bosjes! Ze verdwijnen waar we bij staan!’ ‘Vallen?’ Johannes raakt in trance. ‘Vallen? De grote draak is op de aarde gevallen – gegooid, samen met zijn engelen! Wat hoor ik? ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias!’’ Johannes zegt niet hoe. Johannes zegt niet wat. Johannes zegt wel dat. Zoek je geluk? Wil je vrede, wil je veiligheid? Hoop je op brood op je tafel en verlang je dat je kinderen veilig kunnen spelen bij het hol van een adder? Blijf het Lam belijden als Heer en redder van de wereld. Want dan, zelfs als je het leven verliest, zorgt Hij dat je het niet verliest, maar ontvangt. Hij gaf zijn bloed voor jou. De macht van het kwaad is enorm, of je het nu ziet of niet. Maar groter dan dat is de macht van de Heer, jouw Heer, jouw Redder. Dat is wat Johannes ziet en uitspreekt. Spreek het hem na en je zult het zien. Ook jij. De hemel is al schoongeveegd. De aarde is nu aan de beurt. Ook jij.

            ‘Breng ons niet in beproeving, maar red ons van het kwaad.’ [14] Nog één ding. Ik zei in het begin dat ik het vooral over ‘red ons van het kwaad’ wilde hebben, en ik heb dat denk ik gedaan. Maar voordat je gaat wil ik je graag nog iets meegeven. En dan toch over dat eerste, die beproeving. We zijn de zoveelste zondag vandaag in de veertigdagentijd. Soort van onderweg naar Goede Vrijdag en Pasen. Maar voor je bij Golgotha komt moet je langs Getsemane. En dit is het gebed dat Jezus daar bad. ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.’ Laat uw wil worden gedaan, op aarde zoals in de hemel. En Hij zei ook: ‘Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ Breng ons niet in beproeving. Als je dit gebed bid in deze veertigdagentijd, bid het dan zo: ‘Breng ons niet in Getsemane, maar red ons van het kwaad.’ Breng ons niet in Getsemane, want wie zijn wij en wat is ons geloof dat wij dat zouden overleven? De macht van het kwaad is zo groot.  Heer, U moet het doen, U moet het doen voor ons, U alleen bent redder.’ En Jezus vraagt: geloof je dat? Geloof je in Mij? Ik zeg je, dan is het kwaad al verslagen.’ En jij hoeft maar één ding te zeggen. Ik ben een kind van God.

            Amen.

1. Waar zie je in onze wereld de macht van het kwaad?

2. Waar ben je in je eigen leven de macht van het kwaad tegengekomen?

3. Hoe heeft God je daardoorheen geholpen, of hoe is Hij dat aan het doen?

Scroll naar boven