Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

20 november 2022 – Lucas 7 – Stilstaan

Votum & groet

Zingen:                Psalm 146: 1, 3, 8/Ik wil zingen al mijn dagen                                  

Gebed

Herdenken overledenen

Zingen:                Sela, De mensen die we missen

Bijbellezing:        Lucas 7: 11-17                                                                                             

Preek                   

Zingen:                 Opwekking 832/Jezus, overwinnaar                                                    

Memoreren geboortes

Zingen:                Psalm 68: 8, 13/Geloofd zij God met diep ontzag                           

Gebed

Collecte

Zingen:                 Gezang 250: 1, 3/God is getrouw, zijn plannen falen niet

Zegen

Lucas 7, 11-17.

1.        [1] Het is wel goed om af en toe stil te staan bij de dood. Dat is wat je kunt leren uit de Bijbel en de Bijbel heeft ook hier weer een punt. In Prediker 7 staat zelfs: ‘Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte.’ Het kan zijn dat Prediker overdrijft om zijn punt te maken, hij doet dat wel vaker, maar het punt is wel waar. In een huis vol rouw eindigt iedereen. Het overlijden van wie ons dierbaar is en ook ons eigen einde: het gaat een keer komen. Als de dood zo zeker is, wat zegt dat over ons, wat zegt dat over ons leven?

            Ik denk dat je de Bijbel kunt lezen vanuit precies die vraag. Gegeven onze dood, wat is dan ons leven? En niet alleen de Bijbel houdt zich sterk met deze vraag bezig. Het is de grote vraag van overal en altijd. De Farao’s van Egypte dachten: als we maar een megagrafmonument bouwen, dan gaan we eigenlijk nooit dood. De filosofen in Griekenland dachten: ons lichamelijke leven doet er niet zo toe, zolang onze ziel maar eeuwig is. De wijsheidsleraren in India bedachten: als je doodgaat kom je terug, en nog een keer, en nog een keer, steeds in een vorm die je verdient. Gegeven onze dood, wat is ons leven? De grote vraag van overal en altijd. Dat wil zeggen: bijna overal en altijd. Want vandaag, in het verlichte Westen, is het ons gelukt de dood te negeren. Iedereen hier heeft recht op een gezond en gelukkig leven en als dat niet meer te leveren is houdt het op. Punt.

            In Lucas 7 komen we een moeder tegen, voor wie de vragen van dood en leven totaal niet te ontkennen zijn. Voor een deel lijkt deze moeder op ieder van ons, wanneer we iemand die ons dierbaar is verliezen. Daar sta je dan, met lege handen, in het doolhof van je rouw en van je verdriet. [2] Het ene moment verdoofd, het andere moment in paniek, soms een moment van vrede, soms is het zomaar weg. En voor een deel is haar verhaal ook uniek, net als het verhaal van ieder van ons. Voor haar uniek, want zij verliest haar enige zoon, terwijl ze ook al weduwe is. Wat houdt ze nu nog voor leven over? Wat er op ons afkomt wanneer de dood van dichtbij toeslaat is voor iedereen verschillend. De overeenkomst is dat het een doolhof is, waarin je terecht komt. Soms loop je vast, soms kun je verder, soms ben je terug bij af. Dus ja, het is goed voor ons om af en toe stil te staan bij de dood. Maar dan? Waar dan heen? Ik nodig je uit om stil te staan. Ik nodig je uit om stil te staan bij je eigen situatie. En ik nodig je uit om stil te staan bij een moeder uit Naïn – en bij haar ontmoeting met Jezus.

2.        [3] We ontmoeten koning Jezus.Wie is Hij, deze Heer?We lopen het risico dat we Hem vooral vanuit ons eigen perspectief bekijken. Ons eigen perspectief is dan dat van het Nederland of het Westen van nu. En dat perspectief is dat we de dood het liefst negeren. Iedereen hier heeft recht op een gezond en gelukkig leven en als dat niet meer te leveren is houdt het op. En kijk dan wat Jezus hier doet en kijk dan wat Hij volgens de evangeliën vaker doet. Hij komt en brengt genezing. Hij komt en weet zelfs de dood te verwijderen. Hij komt en maakt ons zo allemaal gelukkig. Maar is dat verhaal nou wel het verhaal van de Bijbel?

Allereerst: ja, bij Jezus zie je wat de hele Bijbel duidelijk maakt: natuurlijk zijn ziekte en dood vijanden die de Heer zal bestrijden. Maar er is wel meer aan de hand. In de Bijbel zijn ziekte en zelfs dood in eerste instantie vooral symbolen, tekens van hoe ver we van God vandaan waren. Die kloof is niet automatisch weg als iedereen gezond is. Die kloof is zelfs nog niet weg als iedereen blijft leven, dat wil zeggen, blijft leven zoals we nu zijn. Die kloof gaat pas dicht als onze Heer de dood overwint én de macht van de zonde. Die kloof gaat pas dicht als je opnieuw verbonden wordt met God. Die kloof gaat pas dicht als je gelooft in Hem. Hij brengt jou bij Vader thuis. [4] Daarom merk je ook telkens wanneer mensen Jezus gaan zien als een tovenaar, een rondreizende wonderdokter, dat Hij dan terughoudend is. Genezing is maar één ding. Zelfs iemand terugroepen uit de dood is nog niet alles. God vinden en door Hem gevonden worden is waar het om gaat. Als de Heer geneest en herstelt, doet Hij dat om te laten zien dat het waar is: het vrederijk van God is vlakbij gekomen.

            Je leert Jezus heel goed kennen en je leert God heel goed kennen als je kijkt naar de keren dat Hij mensen niet maar geneest, maar zelfs terugroept uit de dood. Hij heeft dat drie keer gedaan en drie keer kijk je Hem recht in zijn hart. Nu is het zo, natuurlijk doet de Heer nooit iets per ongeluk, maar eigenlijk had Hij dit (nog) niet hoeven doen. Zijn programma was: de kloof tussen God en ons overbruggen door zijn lijden en dood en opstaan. Anderen alvast tot leven wekken was niet het eerste doel van zijn komst. En toch doet Hij het en daarmee geeft Hij zich helemaal bloot. Drie keer redt de Heer een mens van de dood: zijn vriend Lazarus, het dochtertje van Jaïrus en de jongeman uit Naïn. Drie keer kan Hij zijn medelijden niet inhouden.

            Dus dit is jouw God. Als de dood zijn vriend Lazarus te grazen neemt, dan zal Hij de dood en ons laten zien dat je zo niet met vrienden van de Heer om kunt gaan. Als de dood een meisje van twaalf bij haar familie en vrienden weghaalt, maakt Jezus duidelijk dat dat deze keer niet zal gebeuren, niet waar Hij bij staat. En als de dood een weduwe haar enige steun ontneemt, dan staat de beschermer van wezen en weduwen (ook dat staat in Psalm 146, het lied waarmee we deze dienst begonnen) – dan staat Hij pal en fluit de dood terug. Lucas, die dat verhaal vertelt, is steeds heel zorgvuldig in hoe hij de Here Jezus noemt. Hier noemt hij Hem met nadruk: Heer. Dit is jou God. En zelfs wanneer Lazarus later alsnog sterft en Jaïrus’ dochtertje als oud omaatje en de jongeman uit Naïn pas nadat hij zijn moeder verzorgd heeft, ook wanneer wij ziek zijn en zelfs er aan sterven, dan nog is Hij je God, en dat jouw leven heel is is wat Hij wil – en dat begint ermee dat het weer goed is tussen jou en Hem. Vrede op aarde.

            Ik zeg niet dat ik al je vragen over gelukkig zijn en ziek zijn en sterven hier kan beantwoorden. Ik kan dat niet. Je vragen van waarom ik of zij, je vragen van hoe lang nog en met hoeveel pijn… Maar wat ik wel weet dat geef ik je door: dat onze Heer in zijn hart met medelijden met ons is bewogen en dat Hij zoals altijd zijn hart volgt en meelijdt. En we weten dat Hij de Heer is, God die zich om zijn volk bekommert. Als Hij zijn schouders onder ons lijden zet, dan gaan er dingen aan het schuiven. Zijn kruis staat als een richtingwijzer boven het doolhof: teken en zegel dat God aan het werk is met het herbouwen van zijn Rijk.En dan is de vraag die overblijft is de vraag wie jij bent.

3.        [5] Wie ben jij? Ik noemde dat je als mens in rouw en verdriet in een doolhof terecht komt. Dat beeld, van het doolhof van het leed, is van Wim ter Horst in zijn boekje ‘Over troosten en verdriet.’ Ik kan het je alleen maar aanraden. Een van de ontdekkingen in het doolhof van verdriet is dat er verschil is tussen ‘ik heb mijn verdriet’ en ‘ik ben mijn verdriet.’ Dat gaat trouwens ook op voor het doolhof van ziek zijn en daarmee omgaan en net zo goed voor andere teleurstellingen. ‘Ik heb een ziekte’ naast ‘ik ben mijn ziekte.’ Waarbij de uitdaging is om niet in je verdriet op te gaan. Je lijdt, maar je bent niet je lijden. Zoals gezegd, in het doolhof hebben we allemaal ons eigen verhaal en onze eigen route en het helpt geen fluit om te zeggen dat iets goed of fout is – omdat in een doolhof iedereen aan het dwalen is en iedereen naar de weg zoekt. Maar dit is een gebied waar we als gelovigen in de Heer wel iets ontdekt hebben. Het antwoord op de vraag wie je bent mag op z’n diepst beantwoord worden met ‘ik ben van mijn Heer.’ [6] Mijn verdriet beweegt zijn hart, ik raak Hem – maar dat raakt mij, daar vind ik mijzelf, bij Hem. De Bijbel zegt zelfs: in Hem.

            Die rouwstoet ging de poort van Naïn uit. Een jongeman uit hun dorp was ziek geworden, zijn ziekte liep uit op de dood. In dat doolhof van verdriet liep voor zijn moeder de weg dood. Precies daar trof Jezus haar aan en hem, haar zoon. Toen bleek dat bij Hem zelfs de dood niet in staat om te bepalen wie jij bent – namelijk een dode. Wie ben je? Als je gezond bent kun je die vraag gemakkelijk negeren. Ik ben toch gezond? Als je ziek bent of arm of alleen komt de vraag op je af. En zelfs dan kun je tevreden zijn met het voor de hand liggende antwoord: genezing of rijkdom of rumoer. Maar je bent naar de kerk gekomen en hier kom je in het doolhof de Heer tegen, die voor je gaat staan en jou aanspreekt als zijn vriend en jou als dochtertje van Hem en jou als jongeman voor wie Hij nog een taak heeft.

            In meer dan een rouwadvertentie staan de woorden van de apostel Paulus: ‘Zolang we leven, leven we voor de Heer; en wanneer we sterven, sterven we voor de Heer.’ Wij mogen zijn woorden aanvullen: in regen en droogte, bij rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, wij zijn altijd van de Heer. Ik ben van de Heer. Ik leg mijn rijkdom en mijn armoede, mijn gezondheid en mijn ziekte, mijn leven en mijn sterven bij Hem neer. Hij neemt het van me over en zegt dat het goed komt. En kijk dan om je heen: bij Hem vinden mensen vrede, bij Hem vinden we herstel, bij Hem vinden we mededwalers in wie we Hem herkennen en die Hem in ons herkennen. We zijn: van Hem.

            Amen.

Scroll naar boven