Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

24 juli 2022 – Lucas 8 – Dochter van God

Votum & groet

Zingen:                Lied 405: 1, 2, 3, 4/Heilig, heilig, heilig

of:          Schrijvers voor gerechtigheid, Met open armen

Gebed

Bijbellezing:        Lucas 8: 40-56

Zingen:                Psalm 31: 1, 2, 14/Bij U, o Heer, zoek ik bescherming

Preek

Zingen:                 Lied 157a: 1, 2, 3, 4/Mijn ziel maakt groot de Heer

of:          Matthijn Buwalda, Nog één rivier

Belijdenis van het geloof

Zingen:                 Psalm 33: 1, 8/Zing vrolijk, loof de naam des Heren

Gebed

Collecte

Zingen:                 Lied 415: 1, 2/Zegen ons, Algoede

of:          Opwekking 746/De God van de vrede

Zegen                  

Zingen:                 Lied 415: 3/Amen, amen, amen

Lucas 8, 43-48

[1]      Voor drie mensen in een stadje in Galilea, ergens aan de kust van het Meer van Galilea, werd het jaar twintig een jaar om nooit te vergeten. Oké, of het precies het jaar twintig was, dat weet ik niet, maar het was rond die tijd en het was voor alle drie die mensen dat ene jaar. Een jaar om nooit te vergeten. Twee van de drie waren Jaïrus en zijn vrouw en zij hadden dat jaar een dochtertje gekregen. En net als elke keer als er een kindje wordt geboren: nog nooit waren er ouders zo blij geweest met zo’n cadeau van God. Ze wisten toen waarschijnlijk nog niet dat zij hun enig kind zou blijven. Maar wat doet het ertoe, God had hen blij gemaakt en de hele stad mag het weten: het is feest.

            Maar voor een andere vrouw, en we weten niet hoe ze heette, in diezelfde stad in datzelfde jaar was er iets heel anders gebeurd. Dit was het jaar van het begin van haar ziekte. Bloedverlies. Niet één keer per maand, maar steeds door. En waar wat jou betreft de mensen dat niet hoeven weten, wordt het toch bekend. Al was het alleen al omdat jij niet langer naar de tempel kunt gaan, omdat je ziekte je onrein maakte. Hoe lang nog, Heer?

            Twaalf jaar later komen we ze samen tegen: Jaïrus en zijn dochtertje, en deze anonieme vrouw. En we komen ze tegen in het Evangelie van Lucas. Nou zou je dat niet hoeven verbazen, dat Lucas met name, hun verhalen niet overslaat. [2] Lucas is het evangelie van de vrouwen. Dat begint al in hoofdstuk 1, [3] met de geschiedenis van Maria en met de lofzang van Maria. Als je een lied wil lezen dat feministisch is zonder feministisch te zijn, als je begrijpt wat ik bedoel, moet je de lofzang van Maria lezen. This girl is on fire! [4] En het eindigt in hoofdstuk 24 met de opstanding van Jezus en je mag drie keer raden wie de eerste getuigen zijn van zijn overwinning op de dood. Inderdaad: de vrouwen – die volgens Lucas 8: 1-3 al vanaf het begin voor de Heer hadden gezorgd. [5] Geen wonder dat ze hier in het hart van Lucas’ evangelie opnieuw in het midden staan: twee vrouwen, een meisje en een volwassen vrouw.

            Het hart van Lucas’ evangelie. Als je Lucas volgt vanaf het begin, dan staan zo tegen hoofdstuk 8 alle stukken wel op het bord. Jezus heeft verklaard dat de tijd is gekomen, de tijd van het grote ingrijpen van God, de tijd van het Koninkrijk. En Jezus heeft het niet alleen verklaard, Hij heeft het ook bewezen. Kijk dan: zieken worden beter, zonden worden vergeven, demonen worden weggejaagd, Hij beëindigt een storm met een vingerknip en de dood met een enkele aanraking. Zoals Hij daar rondreist met zijn twaalf leerlingen is zijn boodschap duidelijk. Opgepast iedereen, er gaat wat gebeuren. Opgepast iedereen, God zelf grijpt eindelijk in.

[6]      En geloof me, midden in die dynamiek zet Jezus zelf de wagen stil. Als je Lucas leest is het of je in een trein bent gestapt die op stoom komt en steeds meer snelheid maakt: kedeng kedeng, kedeng kedeng. Maar hier laat Lucas het verhaal afremmen. Hier zet de Heer zelf de wagen stil. ‘Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft me aangeraakt, want ik voelde kracht uit me weggaan.’’ Dus laten we stilstaan en kijken wat er aan de hand is, en wie deze vrouw is die nu in de schijnwerpers komt te staan.

            Laten we kijken… maar hoe dan? Hoe je kijkt bepaalt voor een deel wat je ziet. En hoe kijk jij dan? Wat zie je? [7] Je ziet een vrouw die ziek is, die twaalf jaar ziek is. En als je haar zo ziek ziet, kun je haar zomaar zielig vinden. Vooral zielig. Want dat is wat, als je twaalf jaar ziek moet zijn. En dan net dit probleem, met je ongesteldheid. We krijgen niet het hele plaatje van Lucas, maar we kunnen wel het een en ander invullen. Want zo ziek zijn, betekende toen waarschijnlijk dat je kansen om te trouwen bijna nul zijn. Het is hard, het is wreed, maar het is zo. Dus is de mogelijkheid dat je moeder wordt ook bij voorbaat beperkt. Je ziet de dankbaarheid van Jaïrus en zijn vrouw en je weet: niet voor mij. En dan horen we dat ze al haar geld aan de heren doktoren heeft uitgegeven en je medelijden groeit alleen maar. En dan ook nog dit: dat je met deze ziekte in de ogen van God onrein bent en dus niet welkom in de tempel. Je laat het hele plaatje op je inwerken en het is zielig met hoofdletters.

            Maar hoe je kijkt bepaalt voor een deel wat je ziet en als je dit dus ziet, wat zegt dat over hoe jij kijkt? Wat zegt dat over jou? En hoe zou jij je voelen als je aan de andere kant zou staan? Als al die blikken op jou gericht zijn? Je ziekte is een probleem, ja en nog een keer ja, maar de blikken van de mensen om je heen maken het niet echt beter. En doen je geen recht. Je bent een vrouw en je bent ziek, maar jij bent niet jouw ziekte en jouw ziekte is jou niet. [8] Jij bent wie jij bent. En als het dan zo is, dat trouwen voor jou niet is weggelegd en dat jij naar alle waarschijnlijkheid niet moeder zult worden, zeg, doet dat allemaal dan niet ook een beroep op je eigen kracht? Of in elk geval: doet het geen beroep op jou om te zoeken naar een nieuwe, een andere, een diepere zingeving? Nee, het komt je niet aanwaaien. En ja, je zou tien keer liever niet ziek zijn. Vandaar die artsen. Beter arm en gezond dan rijk en ziek en dat het achteraf niet helpt maakt je zoektocht naar genezing nog niet fout. Want jij bent wie je bent, een dochter van Israël, een vrouw op zoek naar haar bestemming. [9]

            Of zit net daar de diepste pijn? Want juist als je niet de standaardbescherming van toen van een gezin, van een man en kinderen om je heen hebt, om je te bevestigen dat je ertoe doet, juist als je op zoek gaat naar andere bronnen van kracht en van waarde, dan ga je toch juist naar de God toe, die jou heeft gemaakt? ‘Oké, Heer, dit is mijn leven. Maar U hebt het mij gegeven. Zeg het me, Heer, wat is mijn weg?’ Maar Hij lijkt je niet te zien staan. Jij mag niet in zijn tempel komen. De tempel: de enige plek op aarde waarvan God heeft gegarandeerd: als je me zoekt, moet je daar wezen. Als je me zoekt moet je daar aankloppen. Maar de deur gaat voor haar dicht. Onrein, niet welkom, geen contact met de Heilige van Israël. [10] Toch?

            Nou… misschien toch niet helemaal. Ja, God had Israël steeds duidelijk gemaakt dat contact met hem een zaak van leven en dood is. Van leven, bij voorkeur. Bij voorbeeld net het levensbloed van alle voorgeschreven offers was daar symbool van. Hier staat alles op scherp. En als je in aanraking komt met de dood, dan moet je eerst gezuiverd worden. En als je lijdt aan een ziekte die je leven, je bloed, je moederschap of vaderschap raakt… als God dan zegt: nu niet, zo niet, dan is zijn boodschap: nu niet en zo niet. Maar God sluit niet uit dat het in de toekomst anders wordt. Integendeel. God fluistert de hele tijd tussen de regels door dat Hij niet van plan is zichzelf voor onreinheid terug te blijven trekken. God fluistert de hele tijd tussen de regels door dat Hij van plan is juist met zijn heiligheid de tempel, het beloofde land, de hele wereld zuiver te maken en heilig en heel.

            Op een goede zaterdag werd er in die stad in Galilea aan de oever van het meer gelezen uit de boekrol van de profeet Jesaja. Kan niet missen, want alles wat er in de wet en de profeten staat kwam in de synagoge aan de beurt. Dus ook Jesaja 6: [11] ‘In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op de hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. […] Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten.’’ En jij denkt: ‘Shit, dan is er dus geen plaats voor mij als ik nog onrein ben.’ Maar Jaïrus leest verder: [12] ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ En je denkt: dat kan twee dingen betekenen. Òf ik word niet alleen de tempel uitgejaagd, maar ook de wereld uit. Òf God fluistert tussen de regels door dat Hij komt om ook mij aan te raken, om ook mij rein te maken.

En toen Jaïrus een paar maand later Jesaja 56 las, toen had je je antwoord. [13] ‘Laat de eunuch (dat is: een man die geen kinderen kan krijgen en die ook een onreine is) niet zeggen: ’Ik ben maar een dorre boom.’ Want dit zegt de Heer: De eunuch […] die keuzes maakt naar mijn wil en die vasthoudt aan mijn verbond, hem geef ik iets beters dan zonen en dochters, een gedenkteken en een naam ín mijn tempel en bínnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een nieuwe naam, een naam die onvergankelijk is.’’ Dit is geen fluisteren meer. De profeet mag het rondbazuinen: God gaat een weg vinden om iedereen, die de dood in het lichaam draagt, te omarmen en heilig te maken en heel. Zie je haar zoals ze is, deze voor jou anonieme dochter van Israël? Zij is een vrouw met een bestemming, in het vrederijk van God. En dat Rijk gaat komen. Want God gaat komen. Wij zien een anonieme vrouw, ziek en zielig. [14] God ziet: een dochter van Hem, een dochter van Sion en Hij heeft een eeuwige naam voor haar.

[15]    En jij? Wat zien de mensen als ze jou zien? Zie jij jezelf weerkaatst in het medelijden in hun ogen, misschien zonder dat je jezelf daarin herkent? Zie je jaloezie in hun ogen? Of zijn ze boos op je, misschien terecht, misschien ook niet? Wat zien de mensen als ze jou zien? Of zien ze je helemaal niet staan? Je kunt er heel veel tijd aan kwijt zijn, aan het corrigeren van het beeld dat mensen van je hebben. Je kunt er heel erg moe van worden, van bezig zijn met wat ze van je denken. Maar geloof me, niet hoe anderen je zien bepaalt wat je bestemming is, de zin van je leven, wie je werkelijk bent.

Jezus staat stil. Zijn ogen zoeken de vrouw die Hem heeft opgezocht. In zijn hart heeft Hij gevoeld dat iemand contact heeft gemaakt. En nu wil Hij haar zien. Want God was het zat om nog langer zich terug te trekken voor alles wat zijn mooie schepping kon besmetten. Hij is het helemaal zat dat de dood zoveel macht heeft. Dus komt Hij zelf zijn schepping opzoeken en trekt alle ziekte en alle zonde en alle dood naar zich toe. En kijk wat er dan gebeurt. Niet God wordt zwart maar de schepping wordt wit. En als jij Hem zoekt laat Hij zich vinden, in Jezus. En als jij Hem aanraakt wil Hij jou omarmen, in Christus. Het is de onstuitbare kracht van zijn liefde, een kracht die nooit opraakt omdat het Gods liefde is en omdat God liefde is. [16] Gods liefde duwt het donker weg.

De vrouw is nog bang. Wat wil je, het is haar in het lichaam gaan zitten hoe ze twaalf jaar door mensen is bekeken. Maar hé, dit is Jezus en je hoeft niet bang te zijn, niet in de storm, niet in oorlog, niet in pijn. Open je ogen en zie jezelf weerspiegeld in het licht van zijn ogen. [17] ‘Dochter,’ zegt Jezus. Gelukkig heeft de nieuwste Nieuwe Bijbelvertaling dat woord weer teruggezet. Het lijkt me cruciaal. ‘Dochter,’ zegt Jezus. En als Hij het tegen deze dochter van Sion zegt, dan zegt Hij het ook tegen de Dochter Sion, tegen Israël zelf. En als Hij het tegen Israël zegt, dan zegt Hij het ook tegen ons, ouwe heidenen, want God maakt geen onderscheid meer. Hij is het zat om zich steeds maar te verdedigen, steeds maar terug te trekken. Het is tijd voor iets nieuws. Het is tijd voor het Rijk van zijn liefde.

[18]    ‘Dochter, je geloof heeft je gered. Ga in vrede.’ Geloof. Geloven is dat je tussen de regels door God hebt horen fluisteren en dat je tegen Hem zegt: ‘En dáár ga ik U aan houden. Ik heb uw beloften gehoord en ik laat U niet gaan voordat U mij zegent.’ En dat is precies wat Hij doet, wat Jezus hier doet, Hij zegent die vrouw die wij niet kennen, maar die zo dichtbij ons staat. En zij knielt vlak voor Hem als Hij haar zegent alsof Hij de hogepriester in de tempel van God zelf is: de God van de vrede geeft jou zijn zegen, op alle wegen die je zult gaan. Ontvang nu de vrede en de genade van God, onze Vader, zo zegent Hij jou.

En wil je nu weten hoe het verder ging? Eerlijk is eerlijk, veel weten we niet. Veel weten we niet zeker. Wat we weten is hoe het verderging met Jezus, hoe Hij als de rechterarm van God zelf het gevecht met de dood heeft gevochten. We kunnen Hem volgen op zijn weg naar Golgotha, en naar Pasen. En we weten hoe het afliep: Hij heeft de dood overwonnen en ons zijn vrede gegeven. Zo is het verder gegaan met Jezus. En ieder die gelooft en gedoopt is, zal delen in dat leven van Hem, van het dochtertje van Jaïrus af tot aan ons vandaag toe, van de jongsten tot de oudsten.

            Maar hoe het verder ging met de genezen vrouw? [19] Ergens denk ik dat voor een paar mensen in een stadje in Galilea, ergens aan de kust van het Meer van Galilea, het jaar veertig een jaar werd om nooit te vergeten. Oké, of het precies het jaar veertig was, dat weet ik niet, maar het was vast rond die tijd dat de dochter van Jaïrus trouwde op een dag om nooit te vergeten. En ik weet het niet, maar ik denk gewoon dat ze contact hebben gehouden, Jaïrus en zijn vrouw en hun dochter en de genezen vrouw, en dat ze bij de eerste volgelingen van de opgestane Heer zijn gaan horen. En ik denk dat het maar zo kan dat zij heeft meegedanst, de genezen vrouw, op de bruiloft van de dochter van Jaïrus. Maar dat denk ik maar.

            Wat ik zeker weet is dat de genezen vrouw zal dansen op de bruiloft van het Lam, als een levend bewijs van genade van God. En dat ze daar een naam zal hebben die God voor haar heeft bedacht. Maar je mag haar dan vast nog steeds noemen zoals Jezus haar noemde: dochter. Dochter van God. En zo noemt Jezus jou vandaag. Dochter en zoon van de Allerhoogste. Wat God je toefluistert tussen de regels door van je leven van alledag, mag ik vandaag rondbazuinen. God trekt zich niet langer terug. Het Rijk van de liefde is gekomen en het laat zich niet meer wegdenken, niet meer wegduwen, niet meer wegwerken. En hier mag jij zijn wie je werkelijk bent; deze liefde mag de zin van jouw leven zijn; bij deze God mag jij je bestemming vinden. Hier ben je thuis. In het Rijk van zijn liefde.

            Amen.

Scroll naar boven