Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

26 maart 2023 – Matteüs 19 – Gezegende zwervers

Votum & groet

Zingen:                 DNP 84: 1, 2, 4/Hoe lief heb ik uw woning, Heer

De Tien woorden

Zingen:                 Lied 345: 1, 2, 3/Gij hebt uw woord gegeven

Gebed

Bijbellezing:        Matteüs 19: 16-30          

Zingen:                Lied 912: 1, 3, 4, 6/Neem mijn leven, laat het Heer

Preek                    Matteüs 19: 29

Zingen:                 Johannes de Heer 613 (=Op Toonhoogte 84): 1, 2, 3, 4/In Bethlehems stal

Gebed

Collecte

Zingen:                 Lied 968: 1, 2, 5/De ware kerk des Heren

Zegen

Matteüs 19, 29

[1]       Gezegende zwervers, dat is wat jullie zijn. De kerk: een stelletje gezegende zwervers. Dat is in elk geval de boodschap die ik vanmorgen uit de woorden van Jezus haal, Matteüs 19, 29. Wat is namelijk de situatie? Net daarvoor was een rijke jongeman naar Jezus toegekomen met de vraag hoe hij nog rijker kon worden, namelijk hoe hij het eeuwige leven kon verwerven. ‘O,’ zei Jezus, ‘dat weet ik wel. Het is simpel: verkoop gewoon alles wat je hebt.’ Oftewel: word een zwerver, net als Ik. Die jongen zag dat niet zitten, maar één van Jezus’ leerlingen, Petrus, is aan het denken gezet. Niet dat zij hun spullen hadden verkocht en weggegeven, maar ze hadden de boel wel de boel gelaten en ze waren Jezus gevolgd, als zwervers achter hun koning aan. Zo waren de twaalf leerlingen toen. [2] Heeft Petrus een punt?

            Jezus vindt van wel. Hij vindt dat de gedachtesprong van Petrus precies is wat Hij bedoelt te zeggen. ‘Ja, jullie hebben alles achtergelaten en jullie zijn mij gevolgd. Dus zullen jullie, zwervers, ook rijk door God gezegend worden. Jullie zullen naast Mij zitten in de wereld die komt en met Mij mijn rijk regeren.’ Wat je hierbij moet weten is dat Jezus een op zich beperkte vraag van een leerling even in het kader zet van Gods duizelingwekkende wereldplannen. [3] In Israël hadden ze door wat God eigenlijk wilde: dat de hele schepping weer zou worden zoals de Heer het had bedoeld. Het was zijn schepping en Hij vond dat Hij het aan zichzelf verplicht was om die niet los te laten, niet achter te laten. Dus had Hij zich aan Abraham verbonden en later aan Mozes en later aan David en zo duidelijk gemaakt, dat Hij een plan had om de wereld te herstellen, te vernieuwen. Het grote plan van God.

            Wat Israël niet precies wist is wat hun rol zou zijn. Zou God het volk Israël gebruiken om de wereld recht te zetten? Maar hoe dan? Ze hadden verschillende dingen geprobeerd. Militaire opstanden, maar dat was niet helemaal goed afgelopen. Superheilig leven, maar dat was niet voor iedereen weggelegd. Veel bidden, natuurlijk, en de Bijbel uitpluizen, maar ze hadden de sleutel nog niet gevonden. Toen kwam Johannes de Doper en die zei: ‘Het is Jezus! Het ging in de Bijbel altijd al over Hem! Hij is het die als één van ons en namens ons en voor ons de boel recht gaat zetten!’ Jezus als de uitvoerder en als het brandpunt van Gods reddingsplan. Namens Israël, voor de wereld. En daarbij sluit de belofte van Jezus aan zijn leerlingen aan. Zij zullen als vertegenwoordigers van het oude Israël, twaalf stammen, aanwezig zijn als onderkoningen in de wereld die komt. Vandaag een zwerver, morgen een gezegende.

            Wat Jezus er hier even niet bij zegt, maar wat je tussen de regels door wel kunt invullen is dit: dat ze voorlopig nog zwervende volgelingen van een zwervende koning zullen zijn. En wat Jezus er ook niet bij zegt, tenminste niet hier, maar wat Hij wel bedoelt en wat wij ook kunnen invullen: zelfs als onze zwerverkoning teruggaat naar zijn vaderhuis, is voor zijn leerlingen, en wat dat aangaat voor ons, het zwerven nog niet afgelopen. Integendeel. Het wordt een beetje het refrein van hun leven: opbouwen, loslaten, verdergaan. Opbouwen, loslaten, verdergaan. Maar dat weten ze nog niet. Daar moeten ze nog achter komen. Maar dan wel als gezegende zwervers, want telkens wanneer ze merken dat het loslaten niet ophoudt, mogen ze zich vasthouden aan deze woorden van Jezus: ‘Ik zegen wie loslaat omwille van mijn naam.’ Zo was het voor de leerlingen.

            Maar in vers 29 trekt Jezus de cirkel wel ruimer dan alleen de twaalf leerlingen. ‘Ieder die iets achterlaat omwille van mijn naam, zal zegen ontvangen.’ Iedereen! Daar hoor jij ook bij! Toch? Of niet? Heb jij, heb ik wel eens iets achtergelaten omwille van de naam van Jezus? Wat is dat überhaupt, ‘iets achterlaten omwille van een naam’? Om daar even mee te beginnen: volgens mij moet je gewoon denken aan het belijden van Jezus als jouw Heer en Verlosser. Het is het antwoord dat je geeft als iemand je vraagt waar het om gaat in je leven, om wie het gaat in je leven, van wie jij fan bent en altijd zult zijn, voor wie je alles overhebt. Eén naam: Jezus. Zoals het omgekeerde is, dat je Hem dus zou verloochenen, als het er op aan komt, als je je hachje moet redden. Verloochenen. ‘Jezus? Nooit van gehoord! Ik ken Hem niet.’ Iets achterlaten omwille van Jezus’ naam gaat over wat je kwijt kunt raken als je Jezus belijdt. Maar is dat iets wat jou wel eens is overkomen? Of mij? Ik weet het niet.

            Ik weet wel wie het wel is overkomen. Medechristenen, broers en zussen van ons, in landen waar het belijden van Jezus als Heer onder druk staat. [4] Vervolgde christenen vandaag. Waar het geloof half half gedoogd wordt of botweg onderdrukt. Waar je soms de overheid nog om kunt kopen, maar waar de mensen je zomaar in elkaar kunnen slaan. Zij weten waar Jezus het over heeft, als Hij zegt dat zijn volgelingen, medezwervers, dit kan overkomen: dat ze broers of zussen, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen moeten achterlaten omwille van zijn naam. Dat is heel concreet de situatie van duizenden christenen wereldwijd, die om hun geloof in de gevangenis zitten. En ik twijfel geen moment dat onze Heer Jezus toen Hij deze woorden sprak, precies deze gelovigen op het oog heeft gehad. Hij heeft ze gezien en Hij ziet ze nog en Hij zegent ze en Hij zal ze zegenen. En wij, omdat Jezus aan hen dacht toen Hij deze woorden zei, wij gaan straks ook voor hen bidden. Het minste wat we kunnen doen.

            Goed, nu hebben we de situatie, de vraag van de leerlingen en het antwoord van Jezus. En we hebben de toevoeging aan dat antwoord van Jezus, waarin Hij de cirkel verruimt van zijn twaalf leerlingen naar iedereen die de prijs gaat betalen die komt bij het volgen van Jezus. Maar waar zit jij in deze tekst, wat is de boodschap van deze woorden van de Heer voor jou? [5] Laten we kijken. Misschien is het goed om eerst te onderstrepen wat Jezus hier niet tegen je zegt. [6] Jezus zegt niet dat jij actief de banden door moet knippen, wanneer je iemand hebt of ontmoet met wie je niet of niet langer het geloof in Jezus deelt. Stel dat je vader of je moeder tegen je zegt: ‘Ik weet het niet meer. Ik vind het moeilijk om nog in Jezus te geloven en in God.’ Daar schrik je van, natuurlijk, dat doet je verdriet. Maar het blijft je vader of je moeder of je broer of je zus of je kind. Wat Jezus zegt is dat er situaties zijn waarin  je ze moet achterlaten. Omdat jij om je geloof de gevangenis ingaat. Of omdat zij je de dwingende eis opleggen: als je voor Jezus kiest, kies je tegen mij. Die keus lijkt mij een valse keus, en ook een keus die jij niet zelf hoeft te maken, tenzij een ander die je oplegt.

            In de voorbeelden die Jezus noemt, broers en zussen, vader, moeder en kinderen, ontbreekt er een en dat viel me op: je man of je vrouw. Nu is het interessante, dat sommige handschriften die we hebben van Matteüs, van die oude Griekse handschriften, hier wel de woorden ‘of vrouw’ hebben staan. In sommige vertalingen zie je haar dus ook wel opduiken. Het kan dus zomaar dat Jezus ‘je vrouw’ wel genoemd heeft. En dat dan iemand die het verhaal kopieerde dacht: dat snap ik niet. Net hiervoor in Matteüs 19, 6 heeft Jezus over het huwelijk gezegd: ‘Wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden.’ Dan kan Hij hier niet opeens beweren dat dat wel mag. Opnieuw: als je denkt aan de situatie van dat je naar de gevangenis moet, dan kan het je dus wel overkomen dat je je partner moet achterlaten. Maar ik snap die aarzeling wel, dat je het misverstand wilt voorkomen dat het geloof zomaar een reden kan zijn om je partner te dumpen. Want dat is niet wat God wil. En zoals Hij het is die jou je levenspartner geeft, als dat zijn weg met jou is, zo is Hij het ook die je ouders geeft en, als dat je weg is, kinderen. En Jezus zegt niet dat jij van jouw kant het contact moet verbreken.

            Maar wat zegt Jezus hier dan wel tegen jou? Oké, misschien wel, als het niet zijn weg met jou is dat jij in de gevangenis komt, als in jouw leven jou deze vloek je niet treft, misschien wil Hij dan wel dat jij hier zijn zegen bent. [7] Ik zal het uitleggen. Als Jezus hier zegt: ‘Ieder die dit achterlaat omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven,’ dan doet Jezus hier een tweetrapsbelofte. Hij belooft dat je als het aan Hem ligt al in dit leven die honderdvoudige compensatie krijgt én Hij belooft dat er een nieuwe wereld komt waarin ook jij mag leven. Het is én én, het is niet twee keer hetzelfde. In Marcus staan de woorden van de Heer ook zo: ‘In deze tijd broers en zussen, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven,’ Marcus 10, 30. Een tweetrapsbelofte. En nu zeg ik: misschien, als jou geen vervolging treft, misschien mag jij dan wel die zegen zijn. Dat jij een onverwachte broer of zus mag zijn voor wie huis en haard heeft moeten verlaten omwille van het geloof. Een bonusmoeder voor wie zijn ouders op de zwerftocht van het leven is kwijtgeraakt. Als Jezus voor iedere verloren relatie er honderd terug wil geven, dan zijn er genoeg vacatures voor jou en voor mij om een genade-broer of -zus te zijn voor iedereen die dat nodig heeft. Dus let even op, als we straks bidden voor vervolgde broers en zussen, dat als je dat meebidt, dat je dan ook een belofte doet: achter ieder die op deze manier op mijn pad komt, zal ik de vragende ogen van Jezus zien, die zegt: ‘Moet je horen, nu heb Ik beloofd dat als je dit verliest omwille van Mij, dat Ik het je honderd keer terug geef. Ehm, zou jij misschien de vervulling van mijn belofte willen zijn?’ Weet je, ik zou op zo’n vraag maar heel hard ja zeggen. En weet je, dat zeg je al toe als je straks meebidt.

            Maar voor hetzelfde geld zit er nog wel meer in Jezus’ woorden, dat wel op jou van toepassing kan zijn. Jezus noemt niet alleen relaties die je kwijt kunt raken omwille van zijn naam. Hij noemt ook dingen: akkers of huizen. Het familiebezit. Het spaargeld en de tweede auto of de boot. De status die dat met zich meebrengt. De macht die je in de loop van je leven verworden hebt. [8] Die dingen… Nee, niemand zegt dat een christen geen geld kan hebben, geen positie in de maatschappij, geen taken en verantwoordelijkheden die je invloedrijk maken. Niemand zegt dat dat niet kan. Alleen zegt Jezus dat een kameel gemakkelijker door het oog van een naald kan, dan dat een rijke in de hemel komt. Dus neem af en toe eens de tijd en sta even stil: als Jezus mij vraagt dit allemaal los te laten, omwille van het belijden van Hem als mijn Heer en mijn Verlosser, waar sta ik dan? Of nee, weet je wat? Sta er nu bij stil… Tel even op wat je waard bent… Voeg er aan toe hoe goed je je voelt over hoe je laatst je slag hebt geslagen… De complimenten van je collega’s, de waardering van je personeel of van je baas… Zie je het voor je…? En wat gebeurt er dan als je het los moet laten? [9] Als je er van af moet zien? Wat blijft er dan van je over? Niet meer dan een arme zwerver, misschien? ‘Hoera,’ zegt Jezus, ‘een zwerver! Weet je, Ik zegen je als je zo’n zwerver bent, een backpacker op weg naar mijn koninkrijk, Ik zegen je, Ik zegen je, Ik zegen je’ – en dat nog honderd keer meer.

            Er kwam deze week nog een toepassing bij mij op van deze woorden van Jezus. Afgelopen donderdag was er een vergadering van de domineesvakbond, ja, wees gewaarschuwd, ook dominees hebben een vakbond, maar goed, als wij gaan staken heeft niemand er last van, dus dat heeft geen zin, en die vergadering stond in het teken van de eenwording van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. [10] Daar zijn we naar onderweg, dat deze twee kerkverbanden op 1 mei van dit jaar samenkomen in één nieuw kerkverband. Plaatselijk verandert er niet zo veel: in plaats van dat we met bij voorbeeld Krimpen en met Rotterdam Centrum bij dezelfde club horen, horen we straks ook met de SGA en met Rotterdam-Overschie onder dezelfde paraplu van kerken. Maar misschien is dit voor jou persoonlijk nog wel een verandering. Want, bij voorbeeld, jij herinnert je de ruzies nog uit de tijd dat deze kerken uit elkaar gingen. Of, bij voorbeeld, jij vindt het wel jammer dat het nieuwe kerkverband een nieuwe naam krijgt, waarin het woord ‘vrijgemaakt’ niet meer voorkomt. Dan kan het zomaar zijn, dat deze woorden van de Heer jou hier wel iets te zeggen hebben. Ja, soms moet je loslaten, omwille van de naam van Jezus, als we inderdaad die eenwording zien als opdracht van Hem. Maar hé, je krijgt er wel dertigduizend broers en zussen voor terug. Je hebt gelijk, dat waren ze al, broers en zussen. Maar toch, ik vind het een te leuke toepassing van deze woorden van de Heer om ze hier niet te noemen.

            Goed, we hebben gekeken naar deze woorden van de Heer, in welke situatie Hij ze sprak en hoe jij ze zou kunnen toepassen op jouw leven. Ik heb nog één punt en dat is dit: wat als Jezus het in deze woorden weer eens niet alleen over zijn leerlingen heeft en wat als Hij het ook niet zo nodig ook over jou heeft – wat als zijn woorden ook hier weer eens vooral iets zeggen over Hemzelf? [11] In een ander verband heeft Jezus van zichzelf gezegd, Matteüs 8, 20: : ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ Onze Heer, een heilige zwerver. Zijn Vader en zijn erfdeel heeft Hij laten gaan. Filippenzen 2, 6-8 zegt: ‘Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een tot slaaf gemaakte. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.’ In Matteüs 19, 29 vind je niet alleen een spiegel waarin je kunt zien wat jou kan overkomen. Je vindt hier ook een zelfportret van je Heer en Verlosser.

            Dus mocht jij Hem eens kwijt zijn, jouw Heer en jouw Verlosser, kijk dan eens achterom. Zoek Hem eens niet daar waar macht is of in rijkdom of in status. Dat blinkt allemaal wel, maar het is kitsch. Kijk achterom en zoek Hem [12] in het donker. Ook in de donkere hoeken van je eigen leven. De plekken van je bestaan die je liever niet deelt met de anderen. De dingen waar je niet trots op bent en waarmee je niet kunt pronken. De momenten dat je eerlijk bent en tegen jezelf zegt: ‘Wie ben ik nu helemaal? Ik klooi eigenlijk ook maar wat aan.’ Het kan zomaar zijn dat precies daar de Heer jou aantreft en tegen je zegt: ‘Jij ook hier? Wat fijn! Laten we samen verder zwerven. Wie weet waar we uitkomen.’ En dat Hij je dan aanstoot met zijn elleboog en knipoogt en zegt: ‘Ik weet waar we uit gaan komen! En Ik beloof je, voor onderweg: honderd keer meer dan je nodig hebt!’

            En jij? Jij pakt je spullen op en loopt achter Hem aan. Of weet je wat? Laat die spullen maar liggen. Dat wil zeggen: je bent nog steeds wie je bent en je hebt wat je hebt en je doet wat je doet, maar al die dingen: niet omdat het moet, niet omdat je er van afhankelijk bent, maar omdat het kan, en alleen omdat en alleen in zoverre het je helpt om je Heer te dienen. Want jij, als jij achter Hem aanloopt, jij bent wie je bent omdat je Hem volgt en de rest kan je gestolen worden.

            Nog één ding. Als jij, zwerver, Hem volgt, Hem, de grote backpacker, kijk goed naar wat Hij op zijn rug draagt, vol vreugde. Jouw kruis. Gezegende zwervers, dat is wat we zijn.

            Amen.

Scroll naar boven