Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

28 augustus 2022 – Nahum 1 – Ik tel tot tien

Votum & groet

Zingen:                Opwekking 797/Breng ons samen

Gebed

Bijbellezing:        Nahum 1: 1-11                                                                                           

Zingen:                Lied 151: 3, 4, 5/Wie is er, o Here, ter wereld als Gij?

Preek                   

Zingen:                 Lied 482: 1, 2, 3/Er is uit ’s werelds duistere wolken

Belijdenis van het geloof: Nicea                                                                                           

                              GK 2006 Gezang 159: 1, 2/Zie ik sterren aan de hemel staan

Gebed

Collecte

Zingen:                 DNP 134: 1, 2/Kom, trouwe dienaars van de Heer

Zegen

Nahum 1, 1-3a.

1.        [1] ‘Ik ben Jahwe en Ik tel tot tien. Eén… twee…’ In het begin van de profetie van Nahum krijg je een visitekaartje van God gepresenteerd. Een visitekaartje van onze God. Hij presenteert zichzelf zoals Hij is. ‘Hij is een wrekende God, Hij duldt niemand naast zich. Jahwe is een woedende wreker, Jahwe wreekt zich op zijn tegenstanders, Hij richt zijn toorn op zijn vijanden. De Heer is geduldig en zeer sterk, Hij laat nooit iets ongestraft.’ Zo presenteert Hij zichzelf – letterlijk. De (natuurlijk Hebreeuwse) beginletters van de eerste zinnen van Nahums boek vormen van boven naar beneden samen een zin: [2] ‘Ik ben’. De slotletters van de eerste regels van Nahums boek vormen samen een naam: [3] ‘Jahwe’. ‘Ik ben – Jahwe.’ God presenteert zich.

            Is dat jouw koning, deze God? Heilig, heilig, heilig, dat willen we graag van de Drie-ene zingen. Maar wrekend, een wreker, Hij wreekt zich… willen we Hem zo dan wel kennen? Laten we hardop tegen elkaar zeggen dat dit niet in eerste instantie ons godsbeeld is. Ik ken Hem als mijn God, mijn trooster… en ik ben blij dat ik Hem zo ken. Want troost heb ik nodig. Als ik verdrietig ben of bang. Verdrietig, omdat ik zie hoe kwetsbaar ik ben en de mensen van wie ik houd. Bij ziekte en dood zoek ik een toevlucht bij God. Of als ik bang ben, omdat ik de toekomst niet ken die er soms donker uitziet. [4] Waarom dan een wreker, een wrekende God?

            God presenteert zichzelf als God die gaat wreken. En de profeet van deze God verklaart dat deze wrekende God de God is die troost. De profeet van God heeft zelf een naam gekozen: Nahum. [5] Nahum, die naam betekent troost. Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Spreek dat Ninevé angst in, maak haar bekend, dat haar slavendienst zo gaat beginnen, dat haar schuld is geteld, dat ze een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de Heer gaat ontvangen. De profeet van God verklaart dat het optreden van God Gods volk mag troosten. Laten we vanmorgen luisteren of we de echo van die troost vandaag nog kunnen horen.

            God zelf noemt zich een wreker, maar het is duidelijk dat zijn wraak is als een pantser, een gevechtsuitrusting, die Hij zich verkiest om aan te trekken. God is niet als ons, Hij is geen mens in ons midden. Bij ons komt wraak voort uit wraakzucht en wraakzucht is iets wat huist in je hart. En het wacht er alleen maar om een aanleiding te vinden om eruit te komen in de vorm van roddel, in de vorm van jaloezie, in de vorm van wraak. En dan is het een onstuitbaar kwaad: de ene actie roept automatisch de andere op. Wij hebben cursussen conflicthantering nodig en mediators, want uit onszelf kunnen we dat niet: conflict beheersen, bemiddelen. God trekt het pantser van de wraak uit vrije keuze aan. Het past Hem wel, dat pantser, reken maar. Maar het is een keus, een zaak van rechtshandhaving, dat het nu zo ver gekomen is. [6] God is werkelijk de enige die met recht kan zeggen: jij begon. God staat op om zich te wreken op Ninevé.

Hé, Ninevé, [7] dat kennen we. Dat is de hoofdstad van Assur of Assyrië, de stad die God ter harte ging en God volgde zijn hart en zond zijn profeet. Dat was een mens, Jona, en die volgde ook zíjn hart en ging de andere kant op. Want Jona kende God en zijn bijna eindeloze wrakeloosheid. En Jona had God goed begrepen. ‘[Jona,] als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou ik dan geen verdriet hebben om Ninevé, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet kennen, en dan nog al die dieren?’ [8] Zo had Ninevé God leren kennen: liefdevol en genadig is de Heer, hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

            Maar als je dan die keus hebt gehad en het goede hebt gekozen, wat is er dan dat je God weer vergeet en de beest uithangt? Ninevé was gewaarschuwd en het had zich bekeerd, maar een generatie later gaan ze weer tekeer zoals ze gewend waren. Wereldwijd wordt er schande van gesproken, hoor, zoals dat Ninevé tekeer gaat. Kijk, alle legers martelen, dat is een natuurwet van na de zondeval. Maar Ninevé is zo, dat als ze Internet hadden gehad, dat ze de opnamen ervan dan naar huis hadden gestuurd om van te genieten. [9] De wreedheid van Ninevé was demonisch, hemeltergend. En dan heeft God het een keer gehad met die stad. Ik ben Jahwe en ik tel tot tien. [10] Eén… twee… drie… God telt af.

2.        God telt af. En jij? Durf jij kleur te bekennen? [11] Durf jij hardop te zeggen dat God gelijk heeft met zijn optreden? Nou, Nahum durft dat niet… Niet hardop… oké, dat vraagt om uitleg. Wie is Nahum, de Elkosiet? Nu ja, gewoon toch, die ene profeet Nahum uit Elkos… Oké, nu is het op zich mogelijk dat je ‘Troost’ heet en uit Elkos komt, maar als ‘Elkos’ nu ook nog eens ‘God is streng’ kan betekenen, dan heb ik de neiging om te denken dat de profeet zich hier onder pseudoniem presenteert. Behalve dan dat het woord pseudoniem hier niet opgaat, want dat betekent ‘leugennaam’, en ‘Troost, God is streng’ is juist een naam die de waarheid spreekt. Zou het kunnen dat iemand anoniem profeteert? God is niet anoniem, dat hebben we gezien: Hij presenteert zichzelf, naamkaartje en al. [12] Maar mogelijk is zijn profeet wel anoniem. Wat weten we verder van hem?

            Nahum was een man van de wereld. Ik bedoel daarmee: [13] hij kende de cultuur van zijn tijd van binnenuit. Zijn boek zit vol met stille verwijzingen naar de literatuur van zijn dagen. Hij kende de cultische teksten uit de tempels van Assyrië, van Ninevé. Hij had inzage gehad in de diplomatieke archieven want hij citeert de terminologie van de vazalverdragen. Hij gebruikt woorden die voorkomen op de in steen gebeitelde troonredes van Assurbanipal en de andere koningen. Dat kun je gewoon zien als je Nahum nauwkeurig leest. De woorden van zijn boek kom je tegen in de opgravingen. Zwart op wit.

            Nahum spreekt in het jaar 660 voor Christus in de tijd van koning Manasse. Koning Manasse komt er niet zo goed af in de bijbel, omdat hij zijn vertrouwen tegenover Assyrië’s dreiging niet op God stelde. Nu is dat bijbelse oordeel natuurlijk terecht, maar hoor eens, had jij in zijn dagen geleefd, dan had je ook wel uitgekeken. Ik praat dat niet goed, ik zeg alleen maar dat het oordeel over koning Manasse 95% van de mensen raakt. Want zo zijn mensen: ze slikken hun haat weg als ze geconfronteerd worden met zoveel geweld als van Assur van toen. [14] Koning Manasse, volgens mij was Nahum een hoveling van hem, een hogere ambtenaar op buitenlandse zaken.

            Nahum spreekt in het jaar 660 voor Christus. In elk geval: niet eerder. Want verderop in zijn boek spreekt hij van de val van No Amon, dat is de Egyptische stad Thebe. Thebe is voor Assurs macht gevallen in 663 voor Christus. Nahum verwijst naar die wereldschokkende nederlaag om juist Ninevé’s val te voorspellen. Maar Nahum spreekt ook niet veel later. Er zijn mensen die zeggen van wel: die zeggen dat hij zou profeteren in de tijd van koning Josia, want toen zag je de val van Ninevé al aankomen. Maar Nahum spreekt juist over de ondergang van Assur op het hoogtepunt van zijn macht. [15] God spreekt van de ondergang van zijn tegenstander op het hoogtepunt van zijn macht.

            En jij? [16] Durf jij kleur te bekennen? Wij? Durft de kerk kleur te bekennen? Goed, dan moet je natuurlijk eerst weten wat, om zo te zeggen, het Ninevé van vandaag is. Nou, Geert Wilders weet het wel: dat is de Islam – en best veel christenen zijn het wel met hem eens op dat punt. Best veel christenen zijn bang voor de toekomst van de kerk in Europa, juist omdat ze bang zijn voor de Islam. [17] Zijn wij dan nu klaar als we Ninevé vervangen door Mekka? Volgens mij niet. Volgens mij nodigt Nahum je uit om dieper te kijken. Dat heeft te maken met hoe ik Nahum zie: een hoge ambtenaar uit de tijd van Manasse. Nahum is Geert Wilders niet, Nahum is een man die in zijn anonimiteit geen politieke agenda nastreeft, maar wel het woord van de Heer doorgeeft. Luister.

            [18] Nahum leert je als kerk het lef te hebben om je angst onder ogen te zien. Niet omdat jij sterk bent en de ander zo zwak. Maar omdat God sterk is en op zijn tijd zijn recht duidelijk zal maken – en dat je dat wel hardop tegen elkaar blijft zeggen. [19] Nahum is dat je in 1934 als kerk in Duitsland durft zeggen: Jezus Christus is het ene woord van God, dat wij in leven en sterven te vertrouwen en te gehoorzamen hebben (en dus geen Führer). Nahum is dat je op 11 september 2001 in New York durft te belijden: de enige die een heilige oorlog voert is onze God. Nahum is dat je vandaag in Nederland durft zeggen: het is niet de vraag of er over vijftig jaar nog een kerk van Christus is, het is de vraag of er over vijftig jaar nog tegenstanders van Christus zijn. ‘Ja maar dit, ja maar dat…’ Stop. ‘Ik ben Jahwe en ik tel tot tien. [20] Eén… twee… drie… vier… v…

3.        Maar wacht. In het begin van de preek gaf ik aan hoe de openingsverzen van de profetie van Nahum een visitekaartje zijn: Ik ben Jahwe. Aan de manier waarop Nahum de woorden gestileerd heeft, aan de vorm kun je zien wat de inhoud is. Maar dat geldt niet alleen voor de openingsverzen van zijn boek, dat geldt ook voor het vervolg. [21] Nahum 1, 3-7 is een acrostichon, een alfabetgedicht. A is van…, B is van…, enzovoort. Maar opnieuw: het zit in de vorm verborgen. Vers 3a begint met a, vers 3b begint met b, enzovoort. Psalm 119 gaat op zo’n manier het hele alfabet af, net als Psalm 145. En als je die vorm kiest, dan zeg je daar iets mee: Dan zeg je daarmee dat je mee kunt tellen. In Psalm 119 met de 26, dat is de duizend-en-één manieren waarop je blij wordt van Gods wet. En in Nahum 1 kun je meetellen met de wraak die komt, van God. Eén… twee… drie… vier… v…

            Maar wacht. Het tellen wordt halverwege afgebroken. [22] Bij vers 7 houdt het alfabetgedicht halverwege op. Dus hoe begint Nahum? [23] God is een wreker. Ik ben Jahwe en ik tel tot tien en dan kom ik met mijn wraak. Eén… twee… drie… vier… v… Maar dan, vers 7: Ik ben Jahwe en Ik ben goed.[24]  Zie je het staan in vers 7? De profeet van de Heer onderbreekt zichzelf. Te midden van alle geweld moet dit wel worden gemeld: ‘De HEER is goed, een vesting in tijden van nood, hij kent wie bij hem schuilen.’ Midden in de dood vinden wij het leven. Midden in de ellende van de mensengeschiedenis markeert God zijn goedheid.

            God kan het pantser van de wraak aandoen. Hij heeft het pantser van de wraak aangedaan. Hij zal het ook dragen op de jongste dag. Het is zijn recht en het was te verwachten. Maar wat Hij niet had hoeven doen en wat geen mens verwacht had: God heeft ervoor gekozen de vergankelijke huid van een mens aan te doen. God heeft ons lijf aangedaan in Jezus Christus. God is onvoorstelbaar goed, recht uit het midden van zijn hart. Een vesting is Hij in tijden van nood, hij kent wie bij hem schuilen. [25] Weet je wat dat betekent? Als jij bang bent en vraagt om veiligheid, dan zegt Hij je naam en heet je welkom. Als jij vol verdriet bent en bij Hem aanklopt, dan noemt Hij je naam en sluit je in zijn armen. Troost.

            ‘Maar zijn vijanden jaagt hij het duister in, [26] met een vloedgolf verwoest hij hun stad.’ Sprak Nahum 1, 8 over Ninevé in het jaar onzes Heren (niet het jaar van Assurbanipal, maar het jaar van onze Heer) 660 voor Christus. Sprak hij in de taal van zijn tijd, want iedereen herinnerde zich de overwinning van Ninevé op Babel in 689, waarbij de Assyriër Sanherib de rivier omlegde om de tot puin geslagen stad weg te spoelen. ‘Maar zijn vijanden jaagt hij het duister in, met een vloedgolf verwoest hij hun stad.’ En jij moet zelf weten wat je gelooft, maar in 612 was het zover. Ninevé verwoest. Pas in 1840 hebben ze onder het zand de resten teruggevonden. God is streng.

            ‘De HEER is goed, een vesting in tijden van nood, hij kent wie bij hem schuilen.’ Zegt de trooster van de Heer in het jaar 660 voor Christus. [27] Want God telde al af naar de dag van de menswording van zijn Zoon. God telde al af naar de dag dat Hij op Golgotha de vloedgolf van Gods boosheid over alle onrecht Hem aangedaan over Hem heen zag gaan. Hij overleefde dat en Hij leeft vandaag in 2022 nog steeds en Hij leeft voor altijd en aan Hem is het oordeel op de jongste dag. Ben jij bang? Ik wel eens. Maar niet voor God. En daarom ben ik ook niet ten diepste bang. Ik hoop op Hem.

            [28] Mag ik je vragen om in deze donkere tijd na te denken over het licht dat de kerk van Christus uitstraalt? Want donker is het, dat hoeft iemand die God ook kent als de God die zich pantsert in wraak, niet verbazen. Als jij mensen bang ziet zijn, mensen die God niet kennen, dan kun je zelfs denken: het kwaad is nog groter dan jij nu vermoedt. Maar God vraagt jou profeet te zijn, licht in een duistere wereld. Ik vraag je in deze tijd op zoek te gaan naar de bron van het licht dat jij mag zijn. Die bron vind je niet in je zelf. Die bron vind je in God. God is goed. Dat is je basis.

            Ik sprak eens een oud-moslim die voor Christus was gaan evangeliseren. Ik vroeg hem: ‘Ben jij nu nooit bang dat ze erachter komen wat jij doet en dat ze dan agressief gaan doen?’ Want een moslim helpen om christen te worden, dat is een doodzonde. ‘Bang?’ zei hij, ‘nee. Als ik niet voor de waarheid uit zou komen zou ik reden hebben om bang te zijn. Maar wij hebben het woord van de Heer.’ [29] ‘Ik ben Jahwe en ik tel tot tien. Zes… zeven… acht… ‘Amen. Kom, Heer Jezus!’ Tien. ‘Ik kom.’

            Amen.

Scroll naar boven