Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

30 april 2023 – Jesaja 6 – Kijk nog eens goed

Votum & groet

Zingen:                Lied 971: 1, 2, 3/Zing een nieuw lied voor God de Here

Gebed

Bijbellezing:        Jesaja 6: 1-8

Zingen:                Opwekking 766/Als de hemel openbreekt                                                                      

Preek:                   Jesaja 6: 5

Zingen:                 Sela, Zo hoort uw liefde bij ons

Belijdenis van het geloof=

                              Gezang 185: 1, 2, 3, 4/Heer, wij loven en aanbidden U

Gebed

Collecte

Zingen:                 Opwekking 167/Samen in de naam van Jezus

Zegen

Jesaja 6: 5

[1]      Kijk nog eens goed – dat is de kern van mijn boodschap voor je deze morgen. Kijk nog eens goed! Maar eigenlijk is dit de kern van wat we in de kerk elke zondag tegen elkaar zeggen. Kijk nog eens goed; kijk nog eens goed naar je geloof bij voorbeeld. Wat geloof je nu eigenlijk? En hoe geloof je nu eigenlijk? Kijk daar nog eens naar. Of ook naar je ongeloof, hoor. En naar de vragen en de twijfels die je zomaar hebt. Want daar mag je ook gerust kritisch naar kijken. Is mijn ongeloof nog wel helemaal up-to-date? Of richt mijn ongeloof zich op een beeld van God dat allang niet meer klopt met hoe Hij werkelijk is? Kijk nog eens goed, naar je geloof, naar je ongeloof. Aan de hand van Jesaja 6: 5 doen we dat in deze preek vier keer. Vier keer nodig ik je uit om nog eens goed te kijken. Om te beginnen: naar je roeping.

[2]      Kijk nog eens goed naar je roeping. Oké, dat vraagt natuurlijk om uitleg. Als ik ‘roeping’ zeg bedoel ik denk ik zo’n beetje hetzelfde als wat je in een organisatie je ‘missie’ noemt. Het is het antwoord dat je geeft op de vraag: waartoe zijn wij op aarde? Wat je dan antwoordt is je levenstaak, je missie, je roeping. En voor Jesaja en voor mensen als Jesaja was duidelijk wat hun roeping was. Zij waren profeten. Jesaja was profeet. Ik geef eerst even een beetje achtergrondinformatie over profeten in het algemeen en over de profeet Jesaja in  het bijzonder.

            Jesaja was profeet vanaf het jaar 740 voor Christus en dat was het sterfjaar van koning Uzzia. Je komt koning Uzzia in de Bijbel ook tegen als Azarja. Koning Uzzia was volgens de Bijbel grotendeels een prima koning. Hij respecteerde God, had het volk lief en deed recht. Hij respecteerde God, had het volk lief en deed recht. Politiek – jongens, hoe moeilijk is het nu helemaal. Maar verderop in zijn carrière was deze koning Uzzia de mist in gegaan. Op een gegeven moment had hij besloten dat hij als koning zelf wel een reukoffer kon brengen, op het altaar in de tempel van God. Maar God had gezegd dat je om in de tempel te werken, dat je dan als priester geheiligd moest zijn. En Uzzia was koning, geen priester. Door deze kortsluiting kreeg hij een ziekte die hem onrein maakte. Hij werd melaats. En ook het land ging achteruit, steeds grotere verschillen tussen rijk en arm, bedreigingen uit het buitenland, ga maar door.

            Deze achtergrond zal ongetwijfeld een jonge Jesaja gevormd hebben. Het zet je toch aan het denken over wat een goede koning is. Het zet je aan het denken over de tempel. Het zet je aan het denken over sociaal onrecht, over internationale politiek. Van Jesaja krijg je de indruk dat hij was als een vis in het water in alle netwerken van Jeruzalem. Kennelijk kent hij de koning persoonlijk en later zijn zoons. Kennelijk heeft hij ook gesproken met de armen uit de ploeterwijken van Jeruzalem. En met de handelsreizigers van ver weg. En met soldaten en diplomaten. En hij gebruikt het allemaal als inspiratie voor zijn levenswerk. Jesaja is profeet. Jesaja profeteert.

            En zo komen we bij het Bijbelgedeelte van deze morgen, Jesaja 6: 1-8. En Jesaja 6 vertelt de roeping van Jesaja tot profeet. Maar wacht even. Wat klopt hier niet? ‘Jesaja 6 vertelt de roeping van Jesaja tot profeet.’ Maar kijk dan nog eens terug, wat vind je in Jesaja 1-5 dan? Precies: profetieën. Van Jesaja. Weet je, dit is al honderden jaren een puzzel en je komt er niet uit. Wat is dit voor geks, dat het boek Jesaja begint met een aantal typerende Jesajaprofetieën – en pas dan over zijn roeping gaat? Je komt er niet uit, maar wat het in elk geval betekent is dat profeten geen boeken schrijven, maar profetieën verkondigen. En dat later mensen die profetieën in boeken verzamelen, naar eer en geweten. Maar dat ze dat niet per se altijd in de juiste tijdsvolgorde doen. Oké.

            Maar je begrijpt dat, nu dat zo is, ik er vanmorgen wel wat mee wil. Het is net alsof deze volgorde in het boek Jesaja, eerst een aantal profetieën, dan opeens het verhaal van zijn roeping, het is net alsof deze volgorde je uitnodigt om nog eens goed te kijken, om nog eens goed naar je roeping te kijken. Jesaja, waar ben je nu eigenlijk mee bezig? Jij profeteert en jij profeteert met alles wat je in je hebt over alles wat je tegenkomt en je doet het met de beste bedoelingen en je doet het namens Mij want dat is het doel van je leven – maar kijk toch nog eens goed, Jesaja. Doe je het echt namens Mij? Kijk nog eens goed naar je roeping.

            En ik denk dat ik mag zeggen dat dit past bij de stijl van God. Dat Hij een God is die je een roeping geeft – maar dat Híj de God is die die roeping geeft en die dús bepaalt wat die roeping wel en niet inhoudt. En dat Hij inderdaad de God kan zijn die zoiets doet als een periodieke profeten keuring. Of ook een periodieke roepingskeuring. En het ook aan jou en mij vraagt: kijk nog eens goed. Waartoe had Ik je geroepen? Herinner je je roeping nog? Of had je die toch nog niet helder? Of was je die half half vergeten? Het leven is druk genoeg en als je niet oplet hobbel je verder op de automatische piloot. Kijk nog eens goed naar je roeping. Ook nu je een jaar na corona weer verder leeft alsof het allemaal toch vanzelf spreekt. Het is goed om er soms expres bij stil te staan. [3] Wat is Gods doel met mijn leven?

            De volgende stap is dat je dan nog eens goed kijkt naar wie God eigenlijk is. [4] Kijk nog eens goed. Stap 1: kijk nog eens goed naar je roeping. Stap 2: kijk nog eens goed naar wie God eigenlijk is. Nou, gelukkig was dat voor Jesaja geen vraag. Voor Jesaja was God de God van de tempel. Als je cirkels trekt van groot naar klein, dan is de grootste cirkel de schepping, de wereld. De cirkel daarbinnen is die van het beloofde land, of in elk geval van Juda. Binnen Juda ligt Jeruzalem. Binnen de muren van Jeruzalem vind je de tempel. Ook het koninklijk paleis, je hebt gelijk. Maar juist de dood van Uzzia maakte weer duidelijk dat een paleis om de zoveel tijd leeg komt te staan. Dus is het echte centrum van de wereld: de tempel. Waar priesters dienden (priesters, geen onreine mensen, zelfs geen koningen). Waar ze God dienden. De Koning met een hoofdletter. Jesaja vond God in de tempel. En terecht.

            En toch blijkt als God aan Jesaja laat zien wie Hij eigenlijk is, dat die hele tempel een gouden kanariekooi voor een zeearend is. Een puppydrager voor de leeuw van Juda. Het past niet echt. Als God zich vertoont barst de tempel uit zijn voegen. En opeens blijkt het hoogste respect van mensen, van koningen en priesters en profeten, machteloos en ontoereikend als je in de buurt wilt komen van de eer die deze koning toekomt. Twee serafs – twee serafs? ‘Nooit van gehoord!’ Nee, dat zal waar zijn, daar heb jij nog nooit van gehoord, maar God! Twee serafs zingen met een stem als een kanon: ‘Heilig!’ ‘Heilig!’ ‘Heilig is de Heer van de hemelse machten! Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ Wat heb je dan als profeet nog te zeggen?

            Bij dit soort verhalen zou ik willen dat je ervaringen door kunt geven. Maar dat kan niet. Je kunt vertellen over wat je ervaren hebt, maar de ervaring zelf kun je niet doorgeven. En dat is dan wat Jesaja hier maar doet: hij vertelt wat hij toen heeft ervaren. Hij ging naar de tempel met de beste bedoelingen, om God naar de wet daar te aanbidden. Maar God nodigt Jesaja uit: kijk nog eens goed. Kijk nog eens goed naar Wie je hier komt bezoeken. Heb je wel door wie Ik werkelijk ben, Jesaja? En God laat Jesaja iets ervaren van zijn grootheid, zijn majesteit, zijn heiligheid. En ik ga op zoek naar waarmee ik dat kan vergelijken. En ergens denk ik dat het wat lijkt op een ervaring als deze: hoe je je voelt als je op een haar ontsnapt aan een ongeluk. Het dubbele besef van genade dat je mag leven, maar tegelijk de pure schrik van hoe dichtbij je was bij het eind van je leven.

            Kijk nog eens goed. Kijk nog eens goed naar wie God eigenlijk is. Wat is het gouden kooitje waar ik Hem in heb gestopt? Inderdaad, een kerk kan ook zo’n gouden kooitje zijn. [5] Wij doen God zomaar tekort in de kerk. Net zo goed als je Hem tekort doet als je zegt dat Hij juist niet in de gereformeerde kerk kan zijn. Het punt is dit: je kunt als gelovige zomaar door het leven gaan met een oprecht idee van wie God ongeveer is. Zoals je ook als ongelovige zomaar door het leven kunt gaan met een idee van wie God ongeveer níet is. Maar daarmee heb je God nog niet te pakken. Wat moet Hij jou laten meemaken om tot jou te laten doordringen wie Hij werkelijk is? Of is het genoeg als ik het je vraag: kijk nog eens goed?

            Als we Jesaja blijven volgen komen we denk ik weer een stap verder. Kijk nog eens goed, 1. naar je roeping; 2. naar wie God eigenlijk is; [6] 3. naar wie jij eigenlijk bent. Dat is de volgende stap: kijk nu nog eens goed naar wie jij eigenlijk bent. Jesaja, als hij ’s morgens in de spiegel keek, wat zag hij dan? Dan zag hij natuurlijk een profeet, maar ook een profeet is een mens. Volgens mij kon Jesaja als mens best wel meekomen. Ik weet niet of het een ding is, maar je zou hem haast een Young Urban Prophet kunnen noemen. Een profeet is een mens en God is er goed in precies de eigenschappen van de mens die een profeet is te gebruiken voor zijn profeet zijn. Jeremia was van huis uit niet zo zelfverzekerd, maar God kan Jeremia zijn depressieve periodes integreren in zijn boodschap. Ezechiël hoefde je maar naar te wijzen of hij kreeg al een visioen en dus maakt God hem de profeet van de visioenen. En Jesaja is een meester met de taal. Paul van Vliet, maar dan Hebreeuws.

            Maar moet je dan zien wat er gebeurt als God Jesaja met Godzelf confronteert. Ineens ziet Jesaja wie hij (Jesaja) werkelijk is. ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen.’ Hoor je dat goed? Hij wijst niet van zich af, Jesaja, naar de mensen om hem heen, onrein, naar de melaats gestorven koning, onrein onrein. Nee, ik. En van ‘ik’, dat wat mijn talent is. Mijn lippen, mijn taal. Onrein. Tegenover de heiligheid van God is alles wat van een mens komt uit zichzelf onrein. Los van God zijn mijn talenten zinloos. Zonder God zal alles wat ik opbouw weer afbrokkelen. Buiten God is wat ik bijdraag onderdeel van de afbraak.

            Ik zou willen dat het niet zo was. Ik zou willen dat ik tegen je kon zeggen dat jouw innerlijke kompas oké is en dat alles wat jij doet goed is voor de mensen om je heen. Maar ik zie Jesaja, de één-na-grootste profeet ooit, en ik hoor hem zeggen dat hij een mens met onreine lippen is. En als ik nog eens goed naar mezelf kijk zie ik het ook. Te vaak dat ik bang was om voor het goede te kiezen. Te vaak dat ik zweeg als iemand anders gepakt werd. Te vaak dat ik dacht dat ik goed zat maar achteraf toch slachtoffers gemaakt had. [7] Jesaja ziet wie God eigenlijk is. Het confronteert hem met wie hij zelf eigenlijk is. Hij ontkwam er niet aan nog eens goed naar zichzelf te kijken. Misschien moeten jij en ik er ook niet altijd aan willen ontkomen.

            Kijk nog eens goed, naar je roeping, naar God, naar jezelf. Dat zijn er drie en ik heb er vier. Maar de vierde is een gebed en geen opdracht. Het is een gebed aan God. God, wilt U nog eens goed kijken, naar Jesaja, naar ons? [8] In uw heerlijkheid en in uw heiligheid, als U naar ons kijkt, U moet alle schijnwerpers bijzetten om iets te ontdekken, maar is er in het licht van uw liefde niet ergens iets mogelijk, met Jesaja, met ons? God zij dank komt er een van de serafs (‘Serafs? Nooit van gehoord!’ Hou je mond.) God zij dank komt er een van de serafs en raakt met een gloeiende kool van het altaar de lippen van Jesaja aan. Ik zal even voor je uitpakken hoeveel genade hier in spreekt. Genade 1. De seraf roept de hele tijd ‘heilig’, maar God wil het ook uit de mond van Jesaja horen – en van jou en van mij. Genade 2. De seraf pakt een kool van het altaar; al is God tot de macht oneindig te groot voor de tempel, als Hij zegt dat de tempel oké is voor Hem om te gebruiken, dan is dat zo. En wat geldt voor de tempel kan ook bij een kerk, bij een wijk, bij een gebed, een stuk brood, een slok wijn, een mens. Goed genoeg voor God om te gebruiken. Genade 3. Als wij bij God inbreken gaan we dood, als God in onze wereld binnendringt worden we levend. En genade 4. God in zijn genade heiligt juist Jesaja’s talent, zijn kwaliteiten als spreker – en heiligt jouw mooie stem en jouw sociale hart en jouw drang om te beschermen. God kijkt nog eens goed naar ons. En zolang Hij jou ziet en jij Hem ben je vrij om je talenten, om je hele leven te heiligen.

            Het is de tijd tussen Pasen en Pinksteren, tussen de opstanding van de Heer en de komst van de Heilige Geest. Eerst Pasen. Jezus, het echte beeld van God, was in een graf gelegd. Als je een beeld van God ergens neerlegt, dan is dat een tempel. Toen Jezus in het graf lag, werd het graf een tempel voor God. Maar sinds Jesaja 6 weten we wat er gebeurt als je denkt dat je God ergens in kunt verbergen. Als God zich dan echt vertoont, barst de tempel, barst de wereld uit zijn voegen. Geen graf hield Davids zoon omkneld, Hij overwon, die sterke held. En moet je kijken waar we naar toe gaan. Naar Pinksteren. Het is geen seraf die een deel van ons aanraakt met iets van het altaar. [9] Het is God zelf die ons helemaal aanraakt met de kern van zichzelf. Zo. En zonet was ik nog jaloers op Jesaja, op wat hij heeft ervaren… Sorry, Jesaja. Sorry, God. Dit is natuurlijk honderd keer mooier. En ik beloof: ik vier dit jaar Pinksteren met heel mijn hart en met heel mijn ziel en met heel mijn verstand. Want U, de driemaal Heilige, maakt het mij en heel uw schepping: heilig.

            Amen.

Scroll naar boven