Votum en groet
Zingen: Gezang 162: 1, 2, 4 [Barmhartig Vader op uw troon]
Leefregels 1 Johannes 1: 1 – 10
Zingen: Lied 598 [Als alles duister is]
Gebed
Bijbellezing: Johannes 8: 1-20
Zingen: DNP Psalm 5: 1, 2, 3, 4, 5 [Heer, luister naar mijn bange klachten]
Preek Johannes 8: 12
Zingen: Liedboek 1973 Lied 26: 1, 3, 4 [Daar is uit ’s werelds duistre wolken]
Belijdenis van het geloof =
Gezang 185: 1, 2, 3, 4 [Heer wij loven en aanbidden U]
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 216: 1, 2, 3 [Dit is een morgen als ooit de eerste]
Zegen
Johannes 8: 12 [1]
[2] Ik ben het licht voor de wereld.
Het is vroeg in de morgen als de Heer Jezus weer naar de tempel gaat. [3] De dag ervoor was Hij er ook geweest. De dag ervoor, dat was de laatste dag van het Loofhuttenfeest. Jezus was daar toch naartoe gegaan, maar aarzelend. Hij wilde niet het risico lopen dat hij gevangengenomen werd, voordat zijn uur gekomen was. Want dat risico was reëel. De tegenstanders van Jezus legden Hem het vuur na aan de schenen. Kritische vragen, insinuaties, twijfel zaaien: alle vaardigheden die je leert van sociale media, die beheersten zij ook. De sfeer was gespannen geweest, het hele feest lang. Maar gisteren was het de laatste dag geweest en iedereen was terug naar huis gegaan.
Maar de volgende dag, vandaag vroeg in de morgen, is Jezus weer in de voorhof van de tempel. Daar zit Hij en de mensen komen naar Hem toe en Hij geeft ze onderwijs. Maar wie komen daar binnengestormd bij het eerste daglicht? Het zijn de tegenstanders van de Heer Jezus, de schriftgeleerden en de farizeeën. Hun dag is nu al geslaagd. Triomfantelijk stormen ze de voorhof binnen, want ze hebben iets gevonden, om de Heer Jezus mee op de proef te stellen. Of iets… het is iemand. Een vrouw. Op heterdaad betrapt op overspel. En nu willen ze kijken hoe Jezus, deze vriend van tollenaars en zondaars gaat reageren. Hij met zijn pretenties van leraar, die claimt dat Hij meer thuis is in de woorden van God dan zij met z’n allen. Laat Hij zich hier maar eens uitdraaien. Het woord van God is maar voor één uitleg vatbaar. Zij, die vrouw, moet gestenigd worden! … Dat is goed, zegt Jezus, ga je gang. Maar alleen als jij zonder zonde bent. En niemand die een steen aanraakt. En Hij, de enige die een steen zou mogen oprapen, bukt zich en schrijft met zijn vinger in het zand. Hij veroordeelt niet, maar laat haar naar huis gaan.
Op dat moment, terwijl de mensen deze vrouw door de oostelijke poort van de tempel een nieuwe dag tegemoet zien lopen, vat Jezus samen wat er net is gebeurd. En en passant vat Hij samen wat Hij hier eigenlijk is komen doen. Waarvoor Hij bij ons is gekomen. Wat Hij ons mee wil geven, elke nieuwe week, elke nieuwe dag. ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Het is goed om in de tijd tussen Kerst en Pasen je best te doen om Jezus te volgen. Dit jaar volgen we Hem door een paar keer naar Hem te luisteren op het moment dat Hij zegt: ‘Ik ben…’ ‘Ik ben het Brood dat uit de hemel is neergedaald,’ zei Jezus in Johannes 6. En hier zegt Hij opnieuw ‘Ik ben.’ ‘Ik ben het licht voor de wereld.’
Als ik onze Heer hier goed begrijp, dan claimt Hij hier een heleboel. [4] ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Ik denk dat onze Heer hier in feite zegt, dat Hij dat licht voor de wereld was, dat Hij dat licht van de wereld is, en dat Hij dat licht van de wereld zal zijn. Kijk maar met me mee? Ik ben het licht van de wereld. In verleden, heden en toekomst.
I.
Als Jezus begint met te zeggen [5] ‘Ik ben,’ ik kan er niets aan doen, maar dan hoor ik daar de echo in van een heel andere keer, veel vroeger, toen iemand anders eens aan God vroeg hoe hij God aan zijn volksgenoten voor moest stellen. Toen had God zelf gezegd: ‘Ik ben.’ ‘Ik ben die Ik zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten; “Ik zal er zijn heeft mij naar u toe gestuurd.”’‘Ik ben…,’ zegt God van zichzelf. Mijn naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn.’ Die keer, dat was toen met Mozes geweest. Ik begrijp heel goed dat dat moment van Mozes met God een uniek moment is, een heel uniek ‘Ik ben.’ En ik begrijp ook heel goed, dat Jezus natuurlijk als Hij iets zinnigs over zichzelf wil uitleggen, Hij automatisch moet beginnen met ‘Ik ben.’ En toch hoor ik in die zelfdefinities van Jezus een echo van die ene keer dat de Heer zichzelf definieert. Ik ben. […] Goddelijk. Per definitie.
Deze echo, dat Jezus zichzelf hier dus presenteert als iemand die zich spiegelt aan God, alleen al als Hij zegt: ‘Ik ben,’ die wordt nog versterkt wanneer we zien dat deze woorden van Jezus, ‘Ik ben het licht voor de wereld,’ ook een echo zijn van de opening van Johannes zijn evangelie. Misschien weet je wel dat onze Johannes het lef heeft zijn evangelie te beginnen, alsof hij een bijbel gaat schrijven. Luister maar naar hoe Johannes zijn evangelie opent: [6] ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat.’ En dan weet je vast ook wel hoe Johannes dit openingsakkoord afrondt. [7] ‘In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.’ Dus het Woord, zegt Johannes, was God, was leven en was licht. Wás het licht van de wereld, vanaf het begin. Hij is – en was – het licht van de wereld. [8] Zegt Johannes over Jezus.
En laten we nu met die informatie nog eens terug gaan naar dat begin, naar [9] Genesis 1. ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en doods, want duisternis [geen licht] lag over de oervloed. Maar over het water zweefde Gods Geest. Toen zei God: … ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht.’ Heb je wel eens gehoord dat er in deze eerste verzen van de Bijbel een grap zit verborgen? Dat zit zo. Als de volken om Israël heen, als de volken die Israël overheersen, hun verhalen vertellen over hoe de wereld is ontstaan, dan beginnen ze het liefst met de zon. Want de zon is van Babel tot Egypte oppermachtig en de zon is van Babel tot Egypte hun hoogste god. Toevallig wel.
Als Ísraël van God hun verhaal mag vertellen over hoe de wereld is ontstaan… niks zon, niks maan. Maar: God. En: Gods woord. En dan: licht. (En nog steeds, geen zon, want dat is geen god, maar hij staat heel gewoon ergens halverwege in de rij van schépselen van God.) Ik noem het een grap, maar het is een verborgen grap. Als je het te open zou zeggen, zouden ze in Babel en in Egypte jou een kopje kleiner maken. Maar vanaf het begin is het duidelijk. Er is er maar Één aan wie je moet denken als je kijkt naar de zon. De God van Israël. Hij was altijd al het licht van de wereld. Niet Sjamasj. Niet Ra. Als je de zon ziet, zie je Jahwe. Niet letterlijk. Juist net niet. De zon is geen god. Maar als je de zon ziet, dan zie je daardoorheen degene die licht, leven, richting en alles geeft. En dan snap je ook, dat de zon in haar glorie iets laat zien van hoe de echte God, de levende God, voor de wereld wil zijn. Voor jou wil zijn. Altijd al wil zijn.
II.
‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Eerste stap was dus: Hij was dat licht, altijd al. Volgende stap: hoe is Hij dan het licht op dat moment? In het verhaal in Johannes zegt Jezus deze woorden op een moment dat aan alle kanten aan zijn [10] betrouwbaarheid wordt getwijfeld. En ik snáp dat wel. Want even eerlijk onder elkaar: iemand die van zichzelf zegt dat Hij het licht voor de wereld is, die is wel ontzettend eigenwijs bezig. ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Als je dat zegt, dan zijn er twee opties. En de ene optie is, dat je werkelijk te arrogant voor woorden bent, dat je feitelijk een dwaas moet zijn, iets van bezeten of iets van gek. Zoiets zeg je toch niet? En de enige andere optie is, dat je de waarheid spreekt. Begrijp je dat? De Bijbel is een irritant boek. Het evangelie is een irritant evangelie. Je struikelt zomaar over wat je leest. Het evangelie is niet fifty-fifty, een beetje van dit, een beetje van dat. Zo van ‘Jezus is een interessant mens en een charismatische leider en een profetische spreker.’ Ja, dat is Hij allemaal natuurlijk wel, maar dat is niet het punt. Zulke mensen zijn er nog veel meer, van Tom de Wal tot koningin Maxima, van Angela Merkel tot Donald J. Trump. Maar geen van die mensen claimt van zichzelf: ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Ja, of misschien doen ze dat wel, maar dan weet je het zeker: die is maf. Toch? ‘Ik ben het licht voor de wereld:’ òf het is waar, òf het is blinde arrogantie. En Jezus’ tegenstanders toen weigeren te accepteren dat het waar was. Dan is er maar één conclusie mogelijk.
De tegenstanders van toen kiezen voor de aanval. ‘Uw getuigenis is niet betrouwbaar, want U getuigt over Uzelf.’ Opnieuw kiezen ze voor een veilige route. Het woord van God is immers maar voor één uitleg vatbaar. En het zegt dat je voor een betrouwbaar getuigenis minstens twee getuigen nodig hebt. Jezus spreekt in zijn eentje voor zichzelf, dus die fatale vormfout haalt Hem onderuit. Hij spreekt de waarheid niet. Dus is Hij een arrogante dwaas en hoeven ze niet naar Hem luisteren. Maar opnieuw trapt Jezus er gewoon niet in. Opnieuw, net als zonet bij die beschuldigde vrouw, opnieuw doet Hij een stapje terug, uit de strik van de wet. Of eigenlijk een stapje vooruit, uit de strik van de wet. Inderdaad: als Jezus ongelijk heeft, dan getuigt Hij in zijn eentje van zichzelf. Dan is zijn getuigenis niet waar. Maar! Als Hij toch gelijk heeft met zijn claim wie Hij eigenlijk is, dat Hij het licht voor de wereld is, als Johannes gelijk heeft met zijn claim dat het Woord God was – dan zijn hier twee getuigen aan het woord, God en Jezus. [11] Jezus claimt dat God Hem gelijk geeft. Dus zeg het maar. Of je geeft Hem ongelijk, ja, en dan heb je zelf gelijk. Of je geeft Hem gelijk, en dan geeft God jou gelijk. ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Ja, Heer. Dat bent U.
Weet je waar ik wel eens mee kan zitten? Met het feit dat we het als christenen over zoveel dingen oneens zijn. Bij voorbeeld: de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn het niet eens over vrouwelijke ouderlingen. Bij voorbeeld: bij broers en zussen van de Nederlandse Gereformeerde Kerken zie je oneenheid over hoe je een kerkdienst vormgeeft. In de Ichthuskerk zoeken we naar een goede manier van samenzijn met de SGA. Ik noem gewoon een paar dingen waarover ik weet dat we niet allemaal hetzelfde denken en ik kan er zo nog meer noemen. En weet je, ik heb over al die dingen een mening en die wil ik ook best met je delen. Maar ik heb gewoon het gevoel dat mijn taak vanmorgen net even anders is. Er is iemand die tweeduizend jaar geleden gezegd heeft: ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Het is vanmorgen mijn taak om tegen jou te zeggen dat er híer maar twee smaken zijn. Òf Hij heeft gelijk, òf Hij is een arrogante mislukkeling. En als je kijkt hoe het met Hem afloopt, gekruisigd op Golgotha, dan is het dus duidelijk: mislukkeling. Of toch niet? Ik geloof – nee, wíj geloven dat God opnieuw sprak op die dag van Pasen, die eerste dag van een nieuwe schepping. [12] ‘Laat er licht zijn.’ En er was licht. ‘Ik bén het licht voor de wereld.’ Ja of nee? Ja, toch? Begrijp me goed. Hiermee zeg ik niet dat als we het hierover eens zijn, dat we dan verderop niet van mening kunnen verschillen. Reken maar dat we dat wel kunnen! Maar als we ruzie maken, oké: van mening verschillen, dan doen wíj dat in dat licht van Jezus. Die zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld.’
III.
Als Jezus zegt: ‘Ik ben het licht voor de wereld,’ dan geloven we dat Hij dat was, dat Hij dat is en dat Hij dat ook zal zijn. En nu word ik concreter, want nu gaat het er ook over hoe Hij voor jou en voor mij dat licht voor de wereld gaat zijn. En ik sluit me weer aan bij zijn eigen woorden. [13] ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Het is de echo van het begin van de bijbel. God gaf licht aan de wereld en dat licht maakte dat het leven begint. En het is de echo van het begin van het evangelie. Van het licht dat in de duisternis schijnt en de duisternis die het niet in haar macht heeft gekregen. Dus logisch dat jij Hem gaat volgen en nooit meer in het duister wandelt. [14] Hij zal het licht zijn voor wie Hem volgt. Toch?
Eén probleempje. Als je Jezus volgt, zoals wij ook doen, nu, van Kerst naar Goede Vrijdag en Pasen, dan ga je juist wel [15] het donker in. Het donker van zijn kruisiging. Drie uur diepe duisternis. Dood, donker. We zijn er nog niet. Zoals de mooiste dag ook nu nog uitloopt op de nacht, zoals het pas lente wordt als je door de winter heen bent, zo is ook Jezus, het licht voor de wereld, niet altijd door zichtbaar. Dus zul jij donkere momenten hebben, en zelfs donkere seizoenen. Maar hier in de kerk blijven we ook dan, juist dan, aan elkaar doorgeven wat Jezus zei. ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Wat Hij was, dat is Hij ook, en dat gaat Hij zijn. De zon gaat weer opkomen, een nieuwe dag. Het licht passeert de evenaar, een nieuw seizoen. Hij is het licht voor de wereld.
En dus… Dus geef ik je vandaag wat huiswerk mee. Als jij nu van de week onderweg naar je werk op de snelweg rijdt [16] en je knijpt je ogen dicht voor het licht van de zon die opkomt door de wolken, dan is jouw taak als volgeling van Jezus, dat jij dan Hém dankt voor zíjn licht en Hem vraagt jou die dag te begeleiden. Dat is namelijk wat Hij wil doen. En evengoed, als jij nu deze week een keer buiten wandelt en je voelt, al is het maar even, de zon op je gezicht, je begrijpt me wel, dat jij dan Jezus dankt voor het leven dat Híj je geeft en dat je Hem vraagt jou die dag te bewaren. Zoals Hij nu eenmaal van harte wil. En ik vraag je niet dat je dat doet, omdat die zon een god zou zijn. Welnee. Maar de God die de wereld zo gemaakt heeft dat ze gedijt bij de zon, is de God die weet dat jouw leven ondersteuning nodig heeft en leiding en licht. Hij is het licht voor de wereld. Hij zal dat zijn voor jouw wereld.
Amen.