15 februari 2026 – Johannes 10 – Ik ben de goede herder

Votum en groet

Zingen: Opwekking 797 [U roept ons samen als kerk van de Heer]

Zingen:                     DNP Psalm 80: 1, 2, 6 [Hoor naar ons bidden, trouwe herder]

Bijbellezing:          Johannes 10: 1-18.

Zingen: Liedboek 2013 Psalm 23c: 1, 2, 3, 4, 5 [Mijn God, mijn herder, zorgt voor mij]

Preek                          Johannes 10: 11.

Zingen:                      DNP Psalm 121: 1, 2, 3, 4 [Mijn ogen kijken naar omhoog]

Belijdenis van het geloof

                                       Lied 939: 1, 2, 3 [Op U alleen, mijn licht, mijn kracht]

Gebed

Collecte                  

Zingen:                      Lied 425 [Vervuld van uw zegen]

Zegen

Johannes 10: 11

[1] Jezus zegt: ‘Ik ben de goede herder…’ Wat betekenen deze woorden voor jou? Het zijn op zich bekende woorden. Je hebt ze echt wel eens eerder gehoord. Je hebt er vast wel eens eerder over nagedacht. Wat betekent het voor jou dat Jezus zegt: ‘Ik ben de goede herder?’ Als ik het aan mijn dochters vraag, dan antwoorden zij meteen: ‘Lammetje!’ Dat komt zo. Toen ze klein waren las mijn moeder als we bij haar langsgingen voor uit de kinderbijbel van Anne de Vries. Als mijn moeder dan vroeg welk verhaal ze aan tafel zou voorlezen, dan zeiden mijn kinderen dat:  ‘Lammetje!’ En dat was dan dat verhaal, het verhaal van de goede herder en van (je weet wel) het verdwaalde lammetje. Dat was met voorsprong hun favoriete verhaal. En ik denk dat iedereen wel iets heeft met deze woorden. En je zou er straks bij de koffie of thuis zomaar een goed gesprek over kunnen hebben. Wat betekenen deze woorden voor jou. ‘Ik ben de goede herder.’

[2] Toch ga ik er in deze preek ook nog wat over zeggen. Ik doe dat in het kader van een aantal preken over de Heer Jezus. In deze tijd, zeg maar even tussen Kerst en Pasen, volgen we als echte leerlingen onze meester Jezus. We volgen een aantal uitspraken van Hem in het Evangelie van Johannes, een aantal keren dat Hij zegt: ‘Ik ben…’ ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ – met die woorden hebben we het oude jaar afgesloten. ‘Ik ben het brood dat leven geeft’ – met die woorden hebben we het Avondmaal gevierd. ‘Ik ben het licht van de wereld’ – over die woorden ging het twee weken geleden. Andere woorden komen nog, als God het geeft. En vandaag gaat het over deze woorden: [3] ‘Ik ben de goede herder.’

Nu had ik dus van tevoren met jullie kunnen praten, voordat ik deze preek ging schrijven: wat denken jullie bij deze beroemde woorden? Toch is dat niet de invalshoek die ik heb gekozen. Eigenlijk wil ik precies aan de andere kant beginnen. En dat is bij de Heer Jezus, en bij zijn leerling Johannes. Wat bedoelt de Heer Jezus met deze woorden, op het moment dat Hij ze uitspreekt? En: wat bedoelt zijn leerling Johannes ermee, op het moment dat hij ze selecteert voor zijn evangelieboek? En aan het eind van deze u-bocht, via Jezus en Johannes, wou ik weer bij jou proberen uit te komen. Dus zijn dit de stappen in deze preek over: ‘Ik ben de goede herder.’ [4]

Wat is de boodschap van Jezus voor Israël?

Wat is de boodschap voor Johannes voor de wereld?

Wat is mijn boodschap voor jou?

En even voor de duidelijkheid: we weten allemaal dat Johannes één van de leerlingen van de Heer Jezus is en dat ik op mijn beurt maar één van de leerlingen van Johannes ben, gewoon midden tussen jullie allemaal. Bovendien: als ik onder woorden breng wat de boodschap van Jezus of Johannes is, dan is dat automatisch wat ik denk dat hun boodschap is. Dus jullie moeten wel mee opletten of het allemaal een beetje klopt.

I

[5] Wat is de boodschap van Jezus voor Israël? Het is volgens mij een kwestie van eerlijk lezen wanneer we daarmee beginnen. Als je de bijbel hier letterlijk wilt nemen, of eigenlijk beter: als je de bijbel hier serieus wilt nemen, dan spreekt Jezus hier zijn mede-Israëlieten aan. Kijk, hij is hier in discussie met een paar Farizeeën. Die Farizeeën, die hebben een probleem. Maar dat is net níet het probleem dat je misschien zou denken. Het is hier lastig dat in het Nederlands ‘farizeeër’ ongeveer hetzelfde betekent als ‘hypocriet’, schijnheilige – en als je een schijnheilige bent dan heb je natuurlijk automatisch een probleem met Jezus.  Maar let wel even op! Want je wilt de Bijbel natuurlijk lezen zonder vooroordelen. Geloof me: het probleem van de Farizeeën en van andere vooraanstaande groepen was iets anders, namelijk: dat zij als leiders van het volk van God zo blind en zo doof voor Jezus waren. Dat zij, als verantwoordelijken in Israël niet zagen en niet hoorden wat Jezus deed en wie Hij was. Op dat moment zegt Jezus tegen hen en dus tegen al zijn Joodse volksgenoten: ‘Ik ben de goede herder.’

‘Ik ben de goede herder.’ Als Jezus dat binnen Israël zegt tegen de leiders van Israël, dan gaan er bij de mensen om Hem heen twee rode lichten branden. De ene rode lamp heet koning David, [6] de andere rode lamp heet Ezechiël 34. Eerst koning David. Koning David, die gold binnen Israël als de beste koning ooit, en die koning David, die was, duizend jaar geleden, zijn carrière begonnen als, jawel, herdersjongen. Nou was dat toen net zoiets als dat je vandaag zou beginnen als kassière. Best veel mensen vonden toen het vak van herder eigenlijk maar gewoontjes. (Weten zij veel!) Maar David had zijn leven lang als hij terugdacht aan zijn herderstijd gedacht: ‘Maar wacht even! Eigenlijk heb ik daar best veel geleerd. Goed zorgen. Betrouwbaar zijn. Vechten, als het moet, voor de goede orde. Je schapen kennen en weten wat goed voor ze is.’ En omgekeerd: dat de schapen jou kennen en vertrouwen dat jij doet wat goed voor ze is. En nog een stap verder had David gedacht: eigenlijk is de Heer ook een soort herder voor mij. ‘De Heer is mijn herder,’ Psalm 23. Herder zijn. Als je het goed doet, echt wel mooi werk.

[7] Maar als je dan Ezechiël 34 leest, dan kom je tegen hoe het mis kan gaan met herder zijn. Want in Ezechiël 34 geeft de profeet Ezechiël een nieuwe boodschap van God door en die boodschap is niet mals. Ezechiël vertelt de leiders van het volk Israël, dat zij als herders stuk voor stuk gezakt zijn. Ze roven, ze slachten en vernietigen, maar naar God luisteren ze niet en naar hun schapen ook niet. Dus is de boodschap van Ezechiël heel duidelijk: zo kan het niet langer. God zal zelf gaan ingrijpen. God gaat zelf een goede herder geven, namelijk ‘David’. Nu moet je weten dat Ezechiël op dat moment dat Jezus spreekt 500 jaar geleden is. Dus 500 jaar hadden de mensen het verhaal van Ezechiël over de slechte herders en de goede herder gelezen en erover nagedacht. Hoe zou God deze profetie gaan realiseren?

Op het moment dat Jezus zegt: ‘Ik ben de goede herder,’ op dat moment sluit Jezus hierbij aan. Als Jezus het hier heeft over luisteren en niet-luisteren, over een vreemde die een kudde echt niet gaat volgen en over stelen en roven tegenover leven geven en weiden in overvloed, dan sluit Jezus hierbij aan. Met deze vergelijking met een goede herder wil Jezus zeggen: denk eens aan koning David, Psalm 23. En denk een aan Ezechiël, Ezechiël 34. En wees niet langer blind en wees niet langer doof. Maar zie dat ik het ben. Ik ben de ‘David’ die komen zou. Ik ben Gods ingrijpen in eigen persoon. Dat is de boodschap van Jezus voor Israël. Wees niet langer blind. Wees niet langer doof. Zie wat Ik doe. Hoor wat Ik zeg. En maak dan de som. Wie ben Ik? Wie ben Ik als Ik zeg, dat Ik de goede herder ben?

II

Niet alleen zegt Jezus hier tegen Israël dat Hij de beloofde koning van God is. Tegelijk zegt Johannes hier tegen de wereld wat dat voor de wereld betekent. [8] Johannes, dat was de leerling van wie Jezus hield. De leerling die nog jong was toen hij met Jezus ronddoolde door Palestina; was hij 16? Was hij 20? Jong nog. Johannes die, oud geworden, besloten had om ook een evangelieboek te schrijven. Hoewel, oud geworden… Het is interessant dat er opnieuw discussie is over de ouderdom van het Evangelie van Johannes. Dat hij het toch misschien al eerder geschreven heeft. Maar of dit Evangelie nu in het jaar 50 of in het  jaar 80 geschreven is, in alle gevallen is de wereld waarin Johannes schrijft een wereld die hij, die Johannes, wil confronteren met een vraag. Deze vraag: heb je al gehoord dat de hele mensheid, uit alle mensen, uit alle volken tegenwoordig de ene kudde van de echte God is geworden? [9] Eén kudde, met één herder.

Ik kan me zomaar voorstellen, dat wanneer ik je vraag wat het voor jou betekent dat Jezus zichzelf de goede herder noemt, dat jij dan niet meteen met dit antwoord komt. Dat jij dan niet zegt, nou dat Jezus zich de goede herder noemt, dat betekent voor mij dat er nu één kudde is uit alle volken, van alle mensen. Toch heb ik de indruk dat dit wel net de kern van de boodschap van Johannes is. Want al eerder zegt Johannes: [10] ‘Want God had de wéreld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iédereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ Dat is wat de wereld moet weten. Wanneer iemand door Jezus binnenkomt, zal hij gered worden. Zal hij het leven krijgen in al zijn volheid. Als goede herder is Jezus bereid zijn leven te geven voor zijn schapen.

Maar waarom moet de wereld dit weten? Waarom moet jij dit weten? Pfff… Ergens denk ik dat iedereen, overal, altijd op zoek is naar de antwoorden op de grote vragen… Waar komen we vandaan? Wat is ons doel? Waarom is er zoveel moois? Waarom is er zoveel stoms? Luister eens naar Jezus, zegt Johannes. Kijk eens hoe Hij op zijn plek is als de door God beloofde nieuwe koning van Israël. Verdiep je eens in  die geschiedenis van Israël. Stel je eens voor dat de verhalen van die geschiedenis waar zijn. Dat er één God is, de schepper van hemel en aarde. Dat Hij liefdevol is en genadig, geduldig en door en door trouw… En dat dit de God is die je vindt, wanneer je Jezus vindt. Dat dit de God is die zich in Jezus laat vinden. Dat jij door Jezus bij het ene volk, de ene kudde, van de ene God, van de ene herder mag horen. Wat doet dat met je? Wat doet het met je, dat je gekend bent door de eeuwige? Dat is de boodschap van Johannes voor de wereld.

En die boodschap van Johannes, ja, die klinkt nog wel een beetje door vandaag… Volgens mij hebben we na 2000 jaar nog steeds niet echt door dat God het meent. Volgens mij delen wij de wereld nog steeds op in verschillende soorten en groepen. Je hebt Joden en Palestijnen, je hebt Russen en Oekraïners, je hebt Europa en Amerika. Maar ook kleiner:  je hebt Nederlanders en buitenlanders. Je hebt echte mannen en je hebt, nou ja, dat zijn dan dus niet-echte mannen. Kortom: [11] je hebt ons-soort-mensen en je hebt anderen. Maar Jezus, zegt Johannes, gaat daar dwars doorheen: geen gezeur, één kudde, één herder. En soms merk je het even. Soms merken we het even. Dan raakt het je, dat iemand die anders is dan jij, toch net als jij een kind van God is. En soms moet je jezelf er even hardop aan herinneren: deze vrouw tegenover mij, ook zij is een kind van God, of kan dat zijn. Wat nou? Dus moslims ook? Ja, moslims ook. D66-ers ook? Ja, D66-ers ook, of pvv’ers, of sp’ers. Begrijp je het? De wereld van Johannes, de wereld van nu, die kent alleen maar allemaal hokjes, allemaal vakjes. En wij, wij doen zomaar vrolijk mee. Ja, of niet, zegt Johannes. Eén kudde, één herder.

III

En eigenlijk ben ik nu al een beetje terug bij jou. De boodschap van Jezus voor Israël, de boodschap van Johannes voor de wereld, je kunt ze vandaag gewoon meenemen als boodschap voor jou. [12] Dat de God van Israël, de levende God, de echte God, door Jezus mensen aan wil raken, mensen nieuw wil maken, dat mensen zich niet meer zelf zien als groepje zus of clubje zo, maar alle groepjes en alle clubjes met z’n allen die ene kudde van de Heer. Maar ik wil deze boodschap vanmorgen graag zo dicht mogelijk bij brengen. Mijn vraag aan jou is eigenlijk: wat houd je tegen? Waar ben je bang voor? Ik denk oprecht dat Jezus, dat God via Johannes bij ons aanklopt, en onze naam noemt. Ons roept. En je hoeft niet te wachten op een moment dat Hij op een bijzondere manier bij je aanklopt. Hij doet het vandaag, nu, als Hij zegt: Ik ben de goede herder. Meer hoeft het niet te zijn. Omdat het alles is.

Of ben je bang? Bang dat je iets van jezelf kwijtraakt, jezelf misschien? [13] Maar luister dan, Hij noemt je naam. Het gaat Hem om jou, zoals Hij je kent. Je hoeft niet eerst lippenstift op te doen. Of te stoppen me roken. Of weet ik veel. Natuurlijk, het kan goed zijn, dat Hij precies jou wel wat gaat helpen om verder te groeien. Hallo, Hij is de goede herder. Natuurlijk wil Hij je brengen op een plek waar het goed voor je is, waar jij tot je recht komt, het leven in al zijn volheid. Het kan dus goed zijn dat er dingen veranderen, dat jij verandert. Maar dat is dan dat jij groeit in wie jij bent. Zoals Hij je kent. Zodra je denkt: maar moet ik niet eerst…? – is het antwoord: nee! Hij noemt jouw naam op dit moment, in deze situatie. Een schaap denkt als ze de stem van de herder hoort ook niet: o, zit mijn wol wel goed? Zat er wel voldoende proteïne in mijn favoriete gras? Nee. Hij roept jou. [14] Jij mag Hem volgen.

Of is het eigenlijk zo dat voor jou juist een hérder eerst aan allerlei voorwaarden moet voldoen? Want dat kan natuurlijk ook. Dat jouw aarzeling niet zit in de vraag of jij wel goed genoeg bent, maar in de vraag of Jézus eigenlijk wel aan jouw normen voldoet, van wat een goede herder moet zijn… Het irritante is namelijk dat, wanneer Jezus zegt: Ik ben jouw goede herder, dat Hij dan niet eerst met jou in overleg gaat, wie of wat een goede herder volgens jou moet zijn. Nee hoor. Het is omgekeerd. [15] Hij is wie Hij zegt dat Hij is. ‘Ik ben de goede herder.’ De herder die Hij is, dat is de herder die goed voor jou is. En waarom is dat irritant? Omdat Hij jou dus om vertrouwen vraagt. [16] Vertrouwen, dat Hij jou kent en het goede met jou voorheeft. Geloof.

En toch is dat mijn boodschap aan jou: vertrouw Hem nou. Waarom? [17] Omdat Híj het is. Want ik ken er verder niet één, een herder die zijn leven overheeft voor zijn schapen. Het enige waarvoor sommige mensen kennelijk hun leven willen geven, dat is voor hun bezit, hun comfort, of dat is voor hun verslavinkjes, hun kleine genoegens en eigen gelijk. Maar je leven inzetten voor iets of iemand anders? Ik ken ze niet – behalve Jezus, onze Heer. Volg Hem eens, de goede herder, onderweg naar Pasen. En kijk wat Hij doet, als het spannend wordt. Want dan loopt Hij niet weg. Hij laat je niet in de steek – tot in de dood. Wees gerust, het is oké – Hij heeft zijn leven voor jou over. Luister, ik weet niet hoe Hij jouw leven gaat leiden. Ik weet niet waar jij doorheen moet of gaat moeten. Maar ik ken er maar één die in alle situaties kan zeggen: Ik ben erbij. De goede herder. Bij nader inzien: laat mij maar een schaap van Hem zijn. Of eigenlijk – dat lammetje.

Amen.

Scroll naar boven