Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

17 april 2022 – Lucas 24 – Twijfelen aan je ongeloof

Lucas 23, 49 – 24, 12

Aansteken Paaskaars

Zingen:                 Lied 598/Als alles duister is

Votum & groet

Zingen:                 Sela, Votum en groet

Zingen:                GK 2006 Gezang 95: 1, 2, 4/Daar juicht een toon

Gebed

Bijbellezing:        Lucas 23: 49 – 24: 12                                                                 

Zingen:                 Lied 216: 1, 2, 3/Dit is een morgen als ooit de eerste

Preek

Zingen:                 Gezang 228: 1, 2/Jezus leeft in eeuwigheid

Gebed

Collecte              

Zingen:                 Opwekking 354/Glorie aan God

Zegen

[1]      Iedereen weet dat er redenen genoeg zijn om aan je geloof en aan God te twijfelen. En iedereen weet ook dat er genoeg redenen zijn om aan het verhaal van Pasen te twijfelen. Opstaan uit de dood? Dat is nog nooit vertoond! Dit moet wel een sprookje zijn. Oké. Wat ik vanmorgen in deze Paaspreek doe is dat ik je wil laten zien dat er ook heel wat redenen zijn om aan je óngeloof te twijfelen. In elk geval aan je ongeloof bij Pasen. En dus misschien ook wel aan ongeloof in God. Pasen: [2] tien redenen om te twijfelen aan je ongeloof.

1.        Als eerste: de verslagen. [3] Heb je wel eens van Caesar gehoord? Gaius Julius Caesar, keizer van het Romeinse Rijk, zo’n vijftig jaar voor de geboorte van Christus. De grote tegenstander van Asterix en de Galliërs. Die Caesar. Die man heeft een boek geschreven over zijn oorlog tegen de Galliërs. Van dat ene boek hebben we vandaag acht oude kopieën over, dat wil zeggen, kopieën uit het jaar duizend. Die zijn dus duizend jaar oud, maar vooral: die zijn dus duizend jaar na Caesar gefabriceerd. Oké, iemand hier die twijfelt aan het bestaan van Caesar en het feit dat hij heeft oorlog gevoerd tegen de Galliërs? Niemand.

[4]      Het leven, sterven en weer opstaan van Jezus van Nazareth is beschreven in vier boeken. Van elk van die vier boeken hebben we duizenden complete kopieën en nog een keer duizenden onvolledige fragmenten. De oudste complete boeken dateren van rond het jaar 300 – dus 1700 jaar oud, en maar 250 jaar na de gebeurtenissen. [5] Het alleroudste fragment is een stukje uit Johannes’ evangelie, uit het jaar 130. Hier zie je het. Dit kan dus zomaar een kopie zijn, die door Johannes zelf is nagekeken. Want zorgvuldig waren ze zeker, de mensen die de verhalen op papyrus zetten. [6] Neem nu Lucas, hoor eens hoe hij zijn boek begint:

[7] ‘Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, [8] leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte ​Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.’

[9] Iedereen die wel twijfelt aan het bestaan en het verhaal van Jezus: kom op, gun jezelf wat twijfel aan je ongeloof.

2.        Een tweede reden om te twijfelen aan je ongeloof. [10] De verhalen over Jezus zijn politiek incorrect in hun eigen cultuur. Veel mensen vandaag zeggen dat de evangeliën en de traditie van de kerk ongelijk hebben, omdat ze zijn opgeschreven door mannen – met macht. En iedereen weet dat je mannen – met macht niet kunt vertrouwen. Oké, dat heb je gezegd, daar houd ik je aan. Mannen met macht kun je niet vertrouwen. Maar de eerste christenen, de mannen die de verhalen van Jezus opschreven, waren geen mannen met macht. Integendeel. Ze waren zo machteloos dat ze het risico liepen om om hun geloof vervolgd en vermoord te worden. Petrus en Paulus rijk en machtig? Integendeel!

            Bovendien: het waren geen mannen. Als het zo is dat je mannen met macht niet kunt vertrouwen, prima, ze hadden niet alleen geen macht, het waren ook geen mannen. Lucas 24: 10-11:

[11] ‘De vrouwen die het ​graf​ bezochten, waren ​Maria​ uit Magdala, ​Johanna, ​Maria​ de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de ​apostelen​ wat er was gebeurd, maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet.’

Wat erg, hè? ‘Ze vonden het kletspraat.’ Zo van: ‘Vrouwen! Iedereen weet toch dat je die niet kunt geloven? Waarom denk je dat ze niet mogen getuigen in een rechtszaak?’ (Want zo was dat in de cultuur van toen. Vrouwen mochten niet getuigen in de rechtbank. Behalve in Israël, maar dat terzijde.) Maar Lucas en de anderen hebben lak aan wat politiek correct is en geven het woord aan de vrouwen om de kerk en de wereld te vertellen dat de Heer is opgestaan. Mannen met macht kun je niet vertrouwen? [12] Oké! Luister dan naar wat die vrouwen zagen en twijfel eens aan je ongeloof.

3.        Drie. Maar is het niet allemaal achteraf in scene gezet? Neem zo’n Caesar met zijn boekje open over de Gallische oorlogen: allemaal promotiemateriaal in de categorie ‘Heil Caesar!’ Doen de evangeliën niet hetzelfde? Nee. Lucas heeft het de apostelen zelf gevraagd, Petrus en de anderen. ‘Vertel eens, die zondagmorgen van Pasen, Petrus. Je bent net wakker geworden. De vrouwen kloppen aan de deur. Jullie doen open. Ze zeggen dat Jezus leeft! Wat ging er op dat moment door je heen?’ Petrus antwoordt:  ‘Ik geloofde hen niet. We vonden het kletspraat.’ ‘Kom op, Petrus, jij was toch de eerste die toen naar het graf liep? Jij bent onze leider, jij bent ons voorbeeld.’ ‘Nee, Lucas. De eerste dat wàs ik eenmaal. De eerste om Hem te verloochenen.’

            Ja, de apostelen zijn onze voorbeelden. Maar ze zijn het om hun eerlijkheid en om hun twijfels. [13] De vrouwen waren eerst. Wij twijfelden. Sterker nog, wij hadden op meer dan één manier afscheid van Hem genomen. Maar Hij niet van ons, hè. Wees eerlijk. Iedereen twijfelt. Ook de vrouwen, trouwens. Wij allemaal. Maar sommigen van ons zijn gaan twijfelen aan hun eigen ongeloof. En nodigen je uit om dat ook te doen. Te twijfelen aan je ongeloof.

4.        Oké, maar als ze zelf van hun verhaal zijn overtuigd geraakt, dan blijft het probleem dat ze [14] allemaal verschillende verhalen vertellen. Toch? [15] Kijk, bij een aflevering van NCIS word je ook een uur lang op allerlei dwaalsporen gebracht, maar aan het eind weet Leroy Gibbs alle losse eindjes aan elkaar te knopen. Maar dat is met de verschillende verslagen van de opstanding nog niemand gelukt… [16] Even eerlijk: er zitten plooien in de verschillende verslagen van de verschillende evangelisten. Trouwens niet eens alleen als het over Pasen gaat. Een klein voorbeeldje uit dit stuk: Lucas heeft het over twee mannen bij het graf, die daar staan in stralende gewaden, Marcus heeft het op dezelfde plek over één in het wit geklede jongeman die zit. Zeg het maar.

            Maar even serieus. Zeg het dan maar. Wij wisten vroeger al dat als we te laat op school kwamen met een lekke band, dat de conciërge dan elk van ons dan apart nam en vroeg waar in de band het lek zat. Zo controleerde hij of wij niet logen. Dus spraken wij af dat het lek altijd recht tegenover het ventiel zat. Probleem opgelost. Maar snap je waar ik heen wil? Als je een verhaal verzint, voor een aflevering van NCIS of voor de conciërge, dan moet alles kloppen. Maar als je de werkelijkheid beschrijft dan vertel je uit de caleidoscoop van gebeurtenissen zo eerlijk mogelijk wat je je herinnert en soms kleurt de ene herinnering de andere. [17] Maar die verschillen bewijzen: dit is niet verzonnen. Want mensen hebben gelijk: sommige verhalen zijn te mooi om waar te zijn. Te glad. Te toevallig. Dit is niet zo’n verhaal. Dus zou het wel eens waar kunnen zijn.

5.        Maar kan het niet zijn dat Jezus niet dood is geweest? Want als er dan zulke serieuze verhalen zijn over dat ze Hem zagen na Goede Vrijdag en Pasen, is Hij dan misschien gewoon niet echt dood geweest? Nee, dat kan niet. [18] Jezus is echt dood geweest. Want: Lucas beschrijft hoe Josef van Arimatea aan Pilatus om het lichaam van Jezus vraagt. Hij had dat lichaam niet gekregen zonder dat de Romeinse soldaten hadden geconstateerd dat Hij dood was. Romeinse soldaten weten beter dan jij en ik wanneer iemand dood is. Dat waren beroeps. Hij was dood. En hoe blij ik ook ben dat mensen bereid zijn te geloven dat Jezus na Pasen levend gezien is, je kunt het probleem van zijn voortleven niet oplossen met te twijfelen aan de dood van Jezus. Lucas heeft het gecheckt bij de mensen die erbij waren. Theofilus en andere lezers mogen het op hun beurt navragen. Hij was dood.

6.        En Hij was begraven. [19] ‘[Josef] wikkelde het [lichaam] in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt.’ Er lag maar één lijk in en dat was dat van Hem. ‘De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, volgden Josef naar het graf om het te bekijken en om te zien hoe Jezus’ lichaam er werd neergelegd.’ Ze hebben het zelf gezien: dit ene graf is zijn graf. Het lege graf laat zich niet verklaren doordat Hij er nooit gelegen heeft. Natuurlijk zijn er alternatieve verhalen in omloop gebracht. De Romeinse bewakers zijn omgekocht: de leerlingen van Jezus zouden het lijk hebben gestolen. Je hebt gelijk: wie moet je nu geloven? Maar er is een tijd geweest dat je het kon navragen. En het is nagevraagd, door een Lucas. En een Johannes was er zelf bij. En Matteüs. Marcus niet. Maar Marcus schreef op wat hij Petrus hoorde vertellen en Petrus was er zelf bij. Als het lege graf je laat twijfelen aan je ongeloof, dan kun je je twijfel niet wegstoppen met een verhaal dat Jezus er nooit begraven was.

7.        Maar dat zijn de details. Moet je er niet gewoon rekening mee houden dat het in die cultuur toen veel gewoner was om verhalen te vertellen over mensen en ook halfgoden die eerst dood waren en daarna toch weer tot leven kwamen? Nee. Dat wil zeggen: dat soort verhalen waren er wel, in de Griekse mythologie en in de Egyptische godenverhalen. Maar ik moet je een geheim vertellen. Ze waren vroeger ook niet gek. [20] Echt. Ze waren vroeger niet gek. Ze wisten dat als iemand dood was, dat hij dan… wat denk je? Dood was. En verhalen over goden en supermensen die doodgaan en toch herleven waren niet meer dan dat: verhalen.

            Alleen in Israël waren ze tot de ontdekking gekomen, of in elk geval: tot de hoop gekomen, dat, wie weet, God doden zou laten opstaan. Ga maar na. Als God echt God is en echt de God van het leven is, dan zou Hij dat toch moeten kunnen. En als de dood door onze zonde de wereld is binnengelaten en God toch nog steeds trouw is aan ons, dan kan Hij het niet alleen, maar dan wil Hij het ook. Dus was er in Israël een verwachting dat er een dag zou komen dat alle doden zouden opstaan. Let op: op één dag alle doden. Dus wat Jezus doet is alsnog onverwacht. En dan nog: er waren ook toen ook in Israël mensen die dit niet geloofden, de Sadduceeën. Waarom niet? Omdat ze niet gek waren. Als iemand dood is is hij dood. Kortom: je kunt je ongeloof niet onderbouwen met een verhaal dat ze vroeger op dit punt zo bijgelovig waren. Dat waren ze niet. En toch geloofden ze Jezus, de opgestane.

8.        Er is nog een grote lijn die jouw hardnekkige ongeloof wat ontspannener kan maken. Dat is dat dit verhaal van Jezus precies de juiste mix van oud en nieuw in zich heeft. [21] Er zit genoeg aansluiting met vroeger in, om te kunnen plaatsvinden in z’n eigen wereld. En er gebeurt in dit verhaal precies genoeg nieuws om een goede verklaring te zijn van de gevolgen. Eerst over dat aansluiten bij vroeger: Israël verwachtte dus het opstaan van alle lijken op één dag in de toekomst. Dat zou de dag zijn waarop God zou laten zien dat Hij koning was in Israël, in het heilige land en in de hele wereld.

            Het nieuwe binnen die traditie is dat Jezus als eersteling alvast bij voorbaat de dood achter zich laat. Nu blijkt dat bij nader inzien op allerlei manieren juist ook weer bij het Oude Testament aan te sluiten, zie bij voorbeeld het verhaal van de Emmaüsgangers, maar dat is een vervolgverhaal. En alleen het werkelijk opstaan van deze Ene kan verklaren wat er dan gebeurt: dat zijn leerlingen bereid zijn hun eigen eerdere ongeloof te herzien. En dat zijn volgelingen bereid zijn hun leven te geven voor dit evangelie: alleen als hun Heer werkelijk leeft, is hun dood niet meer het einde. En precies dit is ook een verklaring voor de diepe haat van de mannen met macht tegen de eerste christenen. Die stommelingen van een christenen waren ervan overtuigd dat hun Heer leefde en dus kon je ze zelfs niet bedreigen met de doodstraf. Hoe frustrerend voor een beetje dicator!

            En opnieuw: dit hoeft niet te bewijzen dat je het moet geloven. Maar het mag je best een beetje laten twijfelen aan je ongeloof.

9.        En is dat ook niet iets wat je zelf wil? Ik erken ten volle dat ik aan mijn geloof en aan God kan twijfelen. Ik vertrouw er op dat God en geloof die twijfels wel aankunnen, maar twijfelen is een mogelijkheid. Maar als ik twijfel is mijn ervaring dat de wereld er niet mooier op wordt. Als ik alleen ben omdat ik Gods aanwezigheid niet ervaar, dan wordt het er niet beter op wanneer ik aan zijn bestaan ga twijfelen. Als ik dan ook zeg dat twijfel bestaat, dan zeg ik dat niet omdat het in de mode is om te mogen twijfelen. Voor mij is het een afgrond, die je nu eenmaal af en toe onder ogen moet zien.

            Maar goed, ik twijfel wel eens aan mijn geloof. Maar jij, verlang jij er nooit naar om te twijfelen aan je ongeloof? Ik denk zelf liever niet aan de dood en ik denk dat jij dat liever ook niet doet. Maar soms kan ik er niet om heen, als ik bij een graf sta of een crematie bijwoon. Denk jij dan niet op zo’n moment: ‘Zeg me, dat het niet zo is? Zeg me dat het niet waar is, dat de dood het laatste woord heeft?’ En nu snap ik als je zegt dat dit nu eenmaal de feiten zijn: dood is dood. En ik volg je ook nog als je zegt dat het kinderlijk is om te dromen dat het anders kan zijn. [22] En Pasen sluit aan bij die hoop. Maar wat als het toch mag? Dromen? Twijfelen aan je ongeloof? Wordt je leven daar niet net iets vrolijker van?

10.      Of ben je toch bang voor de consequenties? Nee, serieus. Je hebt gelijk: gelovige mensen zijn bang voor de consequenties van ongeloof. Want dan hebben ze zichzelf voor de gek gehouden en God heeft ze voor de gek gehouden en alles is voor niks geweest. Echt waar, gelovige mensen kennen die angst voor dat ze toch ongelijk hebben. Maar als jij niet gelooft, kan het niet zijn dat jij ook bang bent voor wat het betekent als het wel waar is? Want als een mens de dood heeft overwonnen, dan is Hij de houder van het geheim van het leven. En in plaats van dat waar is waar jij alles op inzet, namelijk dat jij jezelf moet waarmaken in deze zesentwintigduizend dagen tussen nu en de eeuwigheid, in plaats daarvan is het leven een cadeau, genade, verkrijgbaar bij een bron van liefde die alle kou in je leven laat smelten als sneeuw voor de zon. [23] Of ben je te bang om van genade te leven?

            Weet je wat, natuurlijk bepaal jij zelf wat je gelooft en wat niet. Maar geef voor één moment toe aan de twijfel aan je ongeloof en zing één lied lang met ons mee over het evangelie van Pasen. En doe jezelf een plezier en zing het uit volle borst. Niet geloven kan altijd nog. Vandaag is het Pasen en vandaag is het feest. En ik bid de Heer dat jij en ik het morgen nog durven zingen en volgende week en op de dag dat we sterven. En dat het dan feest is. Ons Pasen.

            Amen.

Scroll naar boven