17 juli 2026 – Jesaja 25 – Het feestmaal van de Heer

Votum & groet

Zingen:              DNP 93: 1, 2, 3 (De Heer is koning tot in eeuwigheid)

                              Opwekking 689 (Spreek, o Heer, door uw heilig woord)

Gebed

Bijbellezing:    Jesaja 25: 1-12           

Zingen:              Opwekking 44 (Geprezen zij de Heer)

Preek                 Jesaja 25: 6-8

Zingen:              Sela, De Heer is mijn herder

Avondmaal

Collecte

Zingen:              Lied 769: 1, 2, 5, 6 (Eens, als de bazuinen klinken)

Zegen 

I.

Doe even je ogen dicht alsjeblieft. Doe je ogen even dicht en denk terug, denk terug aan het mooiste feest dat je ooit hebt meegemaakt… Ben je er weer? Weet je het nog? Hoe het er was, en ook: wie er waren? Volgens mij hebben jij en ik vooral goede herinneringen aan mooie feesten, omdat er mooie mensen bij waren. Maar vandaag mag alles hoor, dus schaam je niet als je eerste gedachte gaat over het eten en drinken, dat je bijna weer proeft, op het moment dat je terugdenkt aan dat feest, dat mooiste feest dat je ooit hebt meegemaakt.

Ik heb zo’n idee, en je mag je ogen wel weer open doen, dat God de profeet Jesaja ook zoiets laat ervaren, op dit moment van Jesaja 25: 6-8. Ik weet niet precies hoe het werkt als je profeet bent. Doe je je ogen dicht als God zich tot je richt? Verschijnt er dan een beeld en dat je dat dan beschrijft? Dat hij daar stond, Jesaja, in het centrum van Jeruzalem, de ogen dicht en dan dit ziet: ‘Op deze berg richt de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen.’ Het hoort er allemaal bij.

Tegelijk moet ik zeggen, als ik mag denken aan mijn mooiste herinnering aan een feest, dat ik dan aan de bruiloft van m’n dochter denk – en dat dat gek genoeg direct een bitterzoete herinnering is. Want juist als ik terugdenk aan zo’n feest als toen, dan voel ik ook het gemis van wie er niet meer bij was, terwijl dit feest jou wel was gegund. Ik had mijn dochter graag gegund dat ook haar opa erbij was geweest – maar die is er niet meer. Gek hè? Het feest is er op zich niet minder om – maar toch zit er ergens een rouwrandje. En het is net of Jesaja dat ook heeft gevoeld. Of God, dan eigenlijk. ‘Op deze berg vernietigt Hij de sluier waarmee alle volken omhuld zijn, het kleed dat alle volken bedekt. Voor altijd doet Hij de dood teniet.’ Dit wordt een feest zoals we nog nooit hebben ervaren.

II.

Nu heb ik geleerd dat als je de Bijbel leest, ook als je een profeet leest als Jesaja, dat als je dan wilt begrijpen wat ze bedoelen, dat je dan even op moet letten waar en wanneer zo’n bijbeltekst klinkt. En dat is in dit geval wel opvallend. Jesaja zelf is de profeet die in zijn eigen tijd van alles ziet verschuiven, maar die dan steeds door de gebeurtenissen heen kijkt en dan commentaar levert op wat hij achter de dingen ziet gebeuren. Alsof de Heer hem een VR-bril opzet, zo’n bril waardoor je niet alleen de dingen zelf ziet, maar ook allerlei extra informatie van God. Of alsof je een 3D-bril opzet en opeens de diepte ziet, alles als het ware een extra dimensie krijgt.

De platte werkelijkheid in de tijd van Jesaja is een mozaïek van van alles wat. Er zijn goede koningen, er zijn slechte koningen. Er zijn wat vriendelijke buurvolken, maar vooral veel vijandige. En door alles heen botst Jesaja op de arrogantie, arrogantie van die buurvolken, maar ook arrogantie van mensen in Israël. En dan is het net alsof je in al die profetieën van Jesaja precies in deze hoofdstukken, 24 tot 27 om precies te zijn, je een dramatisch hoogtepunt te zien krijgt. Een soort van bijbelboek Openbaring in het kort; een kleine apokalyps, Jesaja 24 tot 27. Achter het mozaïek en achter de arrogantie alom, blijken machten aan het werk en achter die machten weer Jahwe, de Heer van de hemelse machten. Met dan hier, in hoofdstuk 25, de diepste blik, een kijkje in Gods hart. ‘Op deze berg richt de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan.’

Ik denk dat dat iets is wat je sowieso mag meenemen. Ik hoop het in elk geval zelf vast te houden. Dat inderdaad je wereld in scherven kan vallen waar je bij staat, in het klein en in het groot. Dat als jij kijkt naar wat jij in je leven mee moet maken, of als jij het nieuws volgt en er ook geen chocola van kunt maken – dat er dan profeten van God zijn die je voorgaan in het door de buitenkant van de dingen heen kijken. Die je voorgaan in een zoektocht naar een diepere dimensie, naar een plan van God. Tegen de vijandschap. Tegen de arrogantie. En dat dat plan op een feestmaal uitloopt. Dus als jij vandaag het avondmaal viert, voor het eerst of voor het honderdst, dat God je dan vraagt om de diepte te zien. Dit is Gods idee, dit gaat het worden. Een feestmaal.

III.

Maar hoe dan? Jesaja kijkt om zich heen en ziet de scherven van de werkelijkheid. Jesaja sluit zijn ogen en ziet er dwars door heen een diepere dimensie. Van God die als de mist optrekt, kijk dan, een feestmaal gepland heeft. Maar hoe dan? – Lees even met me mee: ‘Op deze berg vernietigt God de sluier waarmee alle volken omhuld zijn, het kleed dat alle volken bedekt. Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de Heer, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg – de Heer heeft gesproken.’ Wat ziet Jesaja hier nu voor zich? Wat is die smaad van Israël? De ballingschap? De verwoesting van Jeruzalem en de tempel? Het verdwijnen van Gods woning? Hoe dan? Wat is concreet die situatie van ‘de eer is weg’? Wat is de smaad van Israël?

Wat je in de Bijbel vaak bij Psalmen en profeten ziet, denk ik dat hier ook aan de hand is. Heel veel Psalmen en profeten zeggen dingen vaak twee keer in één zin of zelfs drie keer. En als dat gebeurt leggen die zinsdelen elkaar uit. En ik denk dat dat ook hier gebeurt. Kijk maar: voor altijd doet God de dood teniet // van elk gezicht wist God de tranen weg // van de aarde neemt God de smaad weg van zijn volk. Als ik Jesaja goed begrijpt mag hij op dit moment twee dingen in elkaars verlengde zien. Kennelijk gaat God een manier verzinnen om de eerloosheid van zijn volk te beëindigen en op hetzelfde moment de sluier van angst van de wereld te vernietigen. Twee in een.

Nu geldt voor Jesaja wat volgens 1 Petrus 1: 11 voor al die profeten geldt: ‘Zij probeerden vast te stellen op welk tijd en op welke omstandigheden Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze voorzegde dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen.’ Let op: ik denk niet dat Jesaja hier in hoofdstuk 25 letterlijk Jezus ziet, zoals bij voorbeeld wel in Jesaja 53. Maar ik geloof wel dat de diepte die God hem laat zien, concreet is geworden in Christus. Vanuit een wereld die de band met zijn Schepper heeft verloren en dus aan de dood is overgeleverd (die sluier waarmee alle volken omhuld zijn); in een Israël dat zijn God steeds meer losliet en dus door zijn God werd losgelaten (wat een schande voor dat volk) – ziet Jesaja zijn God komen om in zijn tempel een feestmaal te organiseren – zonder dat er mensen missen (voor alle volken) het mooiste feest.

IV.

Toen eeuwen later de apostel Johannes na een lang leven terugkeek op wat Christus nu eigenlijk voor hem had betekend was het eerste wat hij opschreef: ‘Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’ Op het moment dat in Gods Zoon Gods heerlijkheid bij ons is komen wonen, geloof me, op dat moment is de smaad van Gods volk van de aarde verdwenen. Alles wat nog rest (twee in een) is dat Hij de schaduw van de nacht, de sluier van de dood vernietigt. O wacht – dat is volbracht. Kom verder, jij en jij en iedereen en proef dat God goed is. Beloofd is beloofd, dat feest gaat er komen.

Amen.

Scroll naar boven