Votum & Groet
Zingen: Sela, Kom vier het feest met mij
Opwekking 595 [Licht van de wereld]
Gebed
Bijbellezing: Lucas 1: 57-79
Zingen: Opwekking 527 [Licht in de nacht]
Preek Jesaja 59: 21
Zingen: GK’06 Gezang 48: 1, 2, 3, 4 [Lof aan de God van Israël]
Gebed
Belijdenis: Opwekking 851 [Heer, wij dwaalden in het donker]
Collecte
Zingen: GK’06 Gezang 52: 1, 2 [Zo laat Gij, Heer, uw knecht]
Zegen
[1] God zelf zal voor profeten zorgen.
I
Vanmorgen heb ik er eentje gezien. Echt waar. Een echte profeet. Zomaar in het wild. Het was toen ik in de spiegel keek. En jij hebt haar ook gezien. Of jij hebt hem ook gezien. Toen je in de spiegel keek. Want volgens mij ben jij er zelf ook een. Een profeet. En ik ook. En wij allemaal. Hoe kom ik daar nu bij?
[2] Dit verbond sluit Ik met hen – zegt de HEER:
mijn Geest, die op jóu rust,
en mijn woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.
[3] Maar gaat dit niet over de Heer Jezus, dan? Dat is toch heel vaak wel zo? Dat een beetje bijbeltekst uit het Oude Testament, als je even beter kijkt, altijd ook over de Heer Jezus gaat? Je hebt gelijk, dat is vaak zo. En zeker een tekst zoals deze, die gaat over iemand die een profeet is: alle reden om eerst aan de Heer Jezus te denken. Want de Heer Jezus is ook een profeet. Wat zeg ik? Hij is dé Profeet. Dat staat in de belijdenis van de kerk, in de Heidelbergse Catechismus. ‘Als onze hoogste Profeet en Leraar heeft de Here Jezus ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard.’ Dus als we nu wat horen over een Gods Geest die op iemand rust en over woorden die God iemand in de mond heeft gelegd – hoor eens, dat moet toch wel over de Here Jezus gaan? En ook, als je vaker een preek van me gehoord hebt: negen van de tien keer loopt het weer op uit de Heer Jezus …
En toch vraag ik je deze keer even te wachten. Toch vraag ik je deze keer om niet te snel naar de Here Jezus te gaan. Ik vraag je om samen met mij eerst te gaan luisteren naar deze woorden zelf. Naar wat die daar op hun eigen plaats in de Bijbel te zeggen hebben. Want ik denk dat die woorden daar op hun eigen plaats een eigen boodschap hebben. En ik vermoed dat als we dat duidelijk kunnen krijgen, wat deze belofte daar in z’n eigen setting betekent, dat dan ook ineens helder wordt wat dit voor ons betekent. En wie weet wat we nog meer ontdekken. Laten we eens kijken.
II
[4] Dit verbond sluit Ik met hen – zegt de HEER:
mijn Geest, die op jou rust,
en mijn woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.
Er is iets bijzonders’ met deze belofte. Kijk maar. De hele tijd door spreekt God via de profeet Jesaja tegen de inwoners van Juda en Jeruzalem. Jesaja is een profeet van God en Jesaja geeft de boodschap van God door aan Gods mensen. Maar hier ineens spreekt God Jesaja zelf aan: [5] ‘mijn Geest die op jóu rust en mijn woorden die Ik in jóuw mond heb gelegd.’ God heeft het nog steeds wel óver Israël, ‘dit is mijn verbond met hén,’ zegt God, maar God heeft het niet meer tégen Israël. God heeft het tegen de profeet. Nou ja – tegen de profeet en tegen zijn kinderen en zijn kindskinderen. Waarom is dat zo bijzonder?
Je weet misschien onderhand hoe ik Jesaja uitleg. Jesaja bestaat uit drie gedeelten. [6] Het eerste gedeelte, hoofdstuk 1-39, vertelt dat God niet blij is met zijn mensen en dat als ze zo doorgaan, dat dan als straf de ballingschap gaat komen. En die is ook gekomen. Het tweede gedeelte, hoofdstuk 40-55, is dan midden in die realiteit van de ballingschap opvallend goed nieuws. God gaat een tweede Exodus geven aan zijn volk. Ze zullen uit ballingschap weer naar hun eigen land mogen reizen. En het derde gedeelte, hoofdstuk 56-66, waar we nu middenin zitten, dat stel ik voor dat we lezen als in de tijd van na de terugkeer. Een tijd dus van grote verwachtingen, maar waarin de vervulling nog op zich laat wachten. We merken er niets van… En dat je dan in deze hoofdstukken iets meekrijgt om het vol te houden. En dat dat ook voor deze woorden hier geldt.
Ik denk dat ook de profeet zelf, of natuurlijk zijn opvolgers, er wel eens moedeloos van werden. Als profeet weet je natuurlijk precies wat God heeft beloofd. Je was er zelf bij! Je was er zelf bij toen God zei dat Hij boos was, boos over hoe onmenselijk de mensen met elkaar en met Hem omgingen. Je was er zelf bij toen het oordeel werkelijkheid werd, Jeruzalem kapot, de tempel verwoest, de mensen weggevoerd. Én je was er zelf bij toen God je toch opnieuw liet spreken, woorden van troost, woorden van hoop, nieuwe beloften. Je bent profeet, je zit er midden tussenin. En dus zit je er ook midden tussenin, als de mooie beloften van God nog geen werkelijkheid worden. Als de mensen er moedeloos van worden. Dan word je er zelf ook moedeloos van. Maar wat bijzonder als in die situatie God zelf zich tot jou richt. ‘Mijn Geest, die op jóu rust, mijn woorden, die Ik jóu in de mond heb gelegd.’ Bijzonder.
III
[7] Dit verbond sluit Ik met hen – zegt de HEER:
mijn Geest, die op jou rust,
en mijn woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.
Wat is dat, een profeet? [8] Een profeet is iemand die de woorden van God doorgeeft. Als profeet kun je de woorden van God op twee manieren doorgeven. Eén: God kan jou nieuwe woorden in de mond leggen. [9] Zoals, bijvoorbeeld, letterlijk, deze woorden in Jesaja 59: 21 zelf. Dit mag je bijna letterlijk zien als de stem van God zelf, die woord voor woord klinkt in wat de profeet hier zegt. Nieuwe woorden. Of denk bij voorbeeld aan een droom. Jozef die droomde dat hij toch met Maria mocht trouwen. Een droom, dus misschien niet in woorden, maar dan toch in beelden en net zo goed: profetisch en nieuw. En even voor de helderheid: als God spreekt in nieuwe woorden of in nieuwe visioenen, dan zul je zien: hoe nieuw ze ook zijn, ze passen wel bij wat God vroeger zei of heeft laten zien. Het zijn nieuwe woorden die aansluiten bij de oude boodschap. (In dit geval: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren.’) Maar goed: God kan je nieuwe woorden in de mond leggen. Dat is één.
Maar: als profeet kun je de woorden van God op twee manieren doorgeven. Dus manier twee: [10] God kan jou ook aan oude woorden of bekende concepten een nieuwe betekenis laten geven. Als een soort trefwoorden die je steeds kunt gebruiken. Dat kan ook. Een beetje net zoals met memes. Er is een keer geweest dat een meme begint, en iedereen snapt meteen wat het betekent. Maar de grap is dat als jij er dan je eigen draai aan geeft, dat als je dat goed doet, iedereen ook begrijpt wat jij bedoelt. Zo’n profetenmeme is bijvoorbeeld het begrip “Zoon van David”. Als de profeet Jesaja de geboorte van een of ander kind beschrijft in woorden die behoorlijk doen denken aan wie koning David was, dan snapt iedereen wat de profeet bedoelt. Namelijk dat de dezelfde God die vroeger in de tijd van David door David voor zijn volk zorgde… Ja, nee, sorry, als je een meme moet gaan uitleggen dan is die niet meer leuk. En precies hetzelfde met bijvoorbeeld een term als “Bevrijding”. Dat verwijst altijd ook terug naar de Exodus, de oude bevrijding uit Egypte, waar God heeft laten zien wie Hij altijd en steeds opnieuw gaat zijn: de Bevrijder. Je snapt het: bekende concepten, nieuwe lading, nieuwe betekenis
Dus: in deze ook voor profeten moeilijke tijd belooft God dat er voor zo ver je vooruit kunt kijken, altijd opnieuw, altijd maar door, mensen zullen zijn, aan wie God nieuwe dromen geeft, én aan wie God nieuwe inzichten in oude woorden geeft. Kijk, ook Jesaja is een keer overleden. En hij heeft niet alle profetieën die hij van God had gekregen zien uitkomen. Wat moet Jesaja met dat feit? Wat moeten zijn opvolgers met dat feit? Wat moeten de opvolgers van zijn opvolgers met dat feit, dat we nog niet alles werkelijkheid zien worden? Precies dus dit: dat God hier garandeert dat er altijd mensen zullen zijn die Hij, God, òf direct aanspreekt òf de wijsheid geeft om zijn oude woorden opnieuw van waarde te laten zijn. God zelf zal voor profeten zorgen.
IV
[11] Dit verbond sluit Ik met hen – zegt de HEER:
mijn Geest, die op jou rust,
en mijn woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.
God zélf zal voor profeten zorgen. Ik doe deze woorden hier te kort als ik niet hiervoor je aandacht vraagt. Hoe duidelijk maakt God dat Hij het is die hier het woord heeft. ‘Ík dan,’ zegt God, [12] ‘Ík sluit een verbond.’ Het is God en niemand anders, die hier op het toneel staat. En Híj sluit [13] een verbónd: een afspraak tussen 1. … God, en 2. Mensen. Elk verbond begint met God en waar een verbond bestaat, daar dankt het zijn ontstaan aan God. [14] ‘Zegt de HÉÉR.’ Wat? ‘Zégt de HÉÉR.’ Tot twee keer toe – geen misverstanden. Dit is een gegarandeerd profetenwoord. [15] ‘Míjn Geest’, zegt God – Hij komt van niemand anders. [16] ‘Míjn woorden’, zegt Hij, [17] ‘die Ík in je mond heb gelegd.’ Díe gaan niet wijken, [18] tot in eeuwigheid. De eeuwigheid is het land voorbij de horizon, De eeuwigheid is de tijd van hierna. Dat wat wij niet overzien – maar Hij wel. Hij! Wie? God! God zélf zal voor mensen zorgen, die zijn profeten zijn. [19]
Als dit zo is, dan ben ik graag profeet van God. Al dit zo is, dan vraag ik graag ook jou om een profeet van God te zijn. Vandaag. In tijden die misschien wel even bar zijn als de tijden van na Jesaja. In tijden waarin misschien net zo weinig overeind lijkt te blijven staan van de beloften van God. In tijden waarin ontzettend duidelijk is: als het aan mensen ligt, dan lukt het niet. Maar het ligt niet aan mensen. Het ligt aan God. God zelf zal voor profeten zorgen. En nu dat zo is, nu vraag ik jou en mij om niet weg te duiken. Maar om profeet te willen zijn. Eng hè? Maar God zelf zal voor je zorgen, als je profeet van Hem wilt zijn. [20] Nee, even duidelijk: ik ga niet doen alsof ik nieuwe dromen van God heb gekregen. En mocht jij of iemand anders of ik zelf opstaan en claimen dat ik ze wel hebt gekregen – het eerste wat je dan moet doen is kijken of mogelijke nieuwe woorden, nieuwe visioenen eigenlijk wel rijmen op wat we vanouds al van God weten, wat we vanouds al over Hem en over zijn Rijk hebben gehoord. Maar dit, dat Hij, dat God, garandeert om met zijn Geest aan te raken, wie? – ieder die de woorden die Hij, God, aan Jesaja en aan al de anderen heeft gegeven, in de mond neemt en proeft op hoe ze klinken in de situatie van vandaag – ik zou het maar doen, als mens, als jou.
Ik snap het heel goed als je God soms kwijt bent. Het kan ook niet anders in een wereld als deze, zo vol van wat niet goed is, van wat niet God is. Maar ook: in een leven als dat van jou, mens nog aan toe, dat je het volhoudt… Ik snap het heel goed als je God soms kwijt bent. Maar dit, dat Hij, dat God, garandeert om met zijn Geest aan te raken, wie? – ieder die de woorden die God aan Jesaja heeft gegeven in de mond neemt en proeft op hoe ze klinken in de situatie van vandaag – ik nodig je uit om God te blijven lastigvallen met deze belofte, met deze profetie, dat zijn woorden zullen blijven gelden, kracht zullen houden en betekenis, en vervulling zullen krijgen. Je hoeft niet zelf een Jesaja te zijn om wel een volgeling van Jesaja te zijn.
[21] En laten we dat als kerk blijven doen. Je ziet door de tijd heen steeds verschuiven waar een kerk zich mee bezig houdt. En wat mij betreft is dat helemaal prima. Er is veel wat op meer dan een manier kan, ook kerk zijn, zonder dat het niet meer kerk is. Maar dit zou ik er toch maar in houden, dat we als kerk een kerk van profetenkinderen willen zijn. Dat we God hardnekkig blijven herinneren aan zijn oude beloften. Dat we elkaar blijven herinneren aan Gods oude beloften. Als kerk. Als je me onderhand een beetje kent, dan weet je van me dat ik voor mezelf niet zoveel kan met domineeswoorden als ‘roeping’ en ‘ambt’. Ik denk dan altijd: van dikke woorden krijg je alleen maar dikke mensen, en daar heeft niemand wat aan. Maar als ik dit nou nog tien jaar mag blijven doen – gun het me dat ik daar zin uit haal. Ik ga de oude Bijbel blijven lezen, ik ga die oude Bijbel net zo lang bekloppen tot ze open gaat, net zo lang zoeken totdat ik gevonden word, net zo lang bidden tot het gegeven wordt: dat ook wij vandaag de stem horen van God. De HEER heeft gezegd.
V
[22] Dit verbond sluit Ik met hen – zegt de HEER:
mijn Geest, die op jou rust,
en mijn woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.
De oude Zacharias was geen profeet. De oude Zacharias was een priester. Maar net als priester was hij de mist in gegaan. Want ook een priester schiet te kort als hij niet doorheeft dat God tot hem spreekt. En God had tot Zacharias gesproken, bij monde van zijn engel. Maar Zacharias had er de stem van God niet in gehoord en toen zei God: ‘Dan moet ook jij maar even zwijgen.’ Maar die tijd van zwijgen was nu voorbij. Want God had een profeet nodig. Dus vulde God Zacharias met zijn Geest en legde hem de woorden in de mond.
[23] ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
Hij heeft zich over zijn volk ontfermd en het verlost.
een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar (let op: een meme!),
zoals Hij van oudsher heeft belooft bij monde van zijn heilige profeten:
bevrijding (nog een meme) uit de hand van onze vijanden,
uit de greep van allen die ons haten.
[24] Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert Hij zich zijn heilig verbond:
de eed die Hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij, bevrijd (!) van onze vijanden
en vrij (!) van angst Hem dienen zouden,
oprecht en toegewijd, ons leven lang.
[25] En jij, mijn profetenkind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste,
want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor Hem gereed te maken,
en om zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen
en stralen over allen die in duisternis verkeren,
in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’
[26] God, laat ons Zacharias zijn. En op de dag dat U weer komt, laat er dan nog steeds profetenzonen en profetendochters zijn om van uw genade te getuigen. En weet je wat God zei? ‘Ik zelf zal voor profeten zorgen.’ En wij? Wij zeggen: amen.
Amen.