24 mei 2026 – Romeinen 8 – Pinksteren: Ik ga alvast verder

Romeinen 8: 1-2

Welkom

Votum & groet: Sela, Votum en groet

Zingen:                               Opwekking 623 (Laat het huis gevuld zijn)

Leefregels=        Romeinen 8: 1-11

Zingen:                               Lied 841: 1, 2, 4 (Wat zijn de goede vruchten)  

Gebed

Kindermoment

Bijbellezing:       Handelingen 2: 1-12

Zingen:                               GK’06 Gezang 103: 1, 5, 6, 9 (O, Schepper, Geest, woon in uw kerk)

Preek                   Romeinen 8: 1-2

Zingen:                Sela, Als de hemel openbreekt

Gebed

Collecte

Zingen:                Lied 675: 1, 2 (Geest van hierboven)

Zegen

[1] Eigenlijk is Pinksteren dat God tegen ons zegt: ‘Ik weet niet wat jullie doen, maar Ik ga alvast verder.’ [2] Ik ga alvast verder. Verder ná Golgotha en Pasen en Hemelvaart. Verder op weg naar de toekomst, de toekomst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En door zijn Geest te geven trekt God jou en mij alvast naar die toekomst toe. Als een soort omgekeerde zwaartekracht. Zo van: ‘Ik weet dat we er nog niet zijn, maar kom op, we gaan nu ook niet doen alsof er niets is veranderd. De dag komt dat Jezus terugkomt, met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar dit leven van jullie, tussen Hemelvaart en wederkomst, dat is echt anders dan jullie leven vòòr Golgotha.’ En Gods Geest maakt het verschil.

Vanmorgen wil ik even een rondje met jullie maken. Eerst draaien we ons om en kijken achteruit: hoe zat de wereld in elkaar vòòr Golgotha en Pasen. Dan staan we stil en kijken vandaag om ons heen: wat verandert er dan op Pinksteren. En dan draaien we ons naar de toekomst en  vragen we ons af: hoe gaan we nu dan verder? Dus: Bij Pinksteren zegt God: ‘Ik ga alvast verder.’ We kijken naar het verleden voor Pinksteren, het heden van Pinksteren en de toekomst na Pinksteren.

I.

Eerst een stapje terug, voor Pinksteren. Toen God de wereld maakte, gaf God de wereld een grondwet mee. Dat is de grondwet van heb lief, heb lief, heb lief. Heb God lief; heb je naaste lief; heb jezelf lief. Dat is de grondwet voor de wereld van God. En het mooie is: als wij, als de wereld zich aan deze grondwet houdt, ja, jongens, dan wordt het feest. Dan is uiteraard de liefde de baas. Dan is het per definitie vrede. Zelfs in Oekraïne en Israël. Maar ook in Nederland, want dan zijn er geen asielzoekers meer, maar alleen maar vrienden en buren. Kortom: dan is er leven, in overvloed, voor iedereen. Heb lief, drie keer. Doe dit en leef. Zo is God begonnen.

Zeg eens, vind je dat een goed idee van God? Ja hè? Een fantastisch idee van God, die grondwet, die liefde, dat leven. Helemaal oké. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die deze grondwet een dom idee vindt. Ik kan me wel voorstellen dat je God hier niet helemaal vertrouwt. Of dat je er een beetje bang bij bent. Misschien omdat je slechte ervaringen hebt met andere mensen, die dan niet lief voor je geweest zijn. Of omdat je slechte ervaringen hebt met jezelf, dat jij niet altijd een lieverdje bent geweest. Dat kan waar zijn. Maar even sec: zo’n liefdesgrondwet is gewoon een goed idee. Paulus zegt het ergens zo: ‘Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God.’ Dat is het.

Alleen, probleem: het werkt niet. Stik. Mensen om mij heen krijgen ongelukken. Mensen om mij heen worden ziek. Mensen om mij heen overlijden. En ik ben zelf niet de uitzondering. Het kan allemaal mij ook overkomen. Het gaat allemaal mij ook overkomen. Maar wat is dat nou? God hield het eenvoudig. Heb lief en leef. Dat was zijn grondwet voor onze wereld. Maar wat als mensen dan wel kapot blijken te gaan? Als mensen komen te overlijden? En ik sta er bij en ik kan alleen maar vloeken. Wat is dit? Heeft God zich vergist? Zit er ergens een weeffout in zijn schepping? Zit God fout?

God fout? De hele Joodse en christelijke geloofstraditie heeft gezegd: die kant gaan we niet op. Want kijk, als ongelukken enzo jou en mij overkomen, oké, dat is gruwelijk, maar door de scheuren komt nog licht. Licht van God. Die erboven staat. Maar als ze ook God overkomen, in de zin van, Hij kan er ook niets aan doen, aan haat en oorlog en lijden en dood… dan zou de wereld  verloren zijn. Dan zouden wij mensen zonder hoop zijn. En, God, dat kan toch niet waar zijn? Nee, zegt God, dat kan niet waar zijn. Mijn grondwet is: heb lief en leef. En als dat in de praktijk anders werkt, jammer dan voor de praktijk. En Jezus leefde toch.

Het punt is hier, dat we in de kerk elkaar eerlijk aankijken en zeggen: we gaan God niet de schuld geven. Want als Hij zegt: ‘Liefdevol en genadig is de Heer, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw,’ dan geloven wij: ‘Liefdevol en genadig is de Heer, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.’ Maar met dat we dat God naspreken en vasthouden, erkennen we, en ik houd het even kort: van God uit zit deze wereld zo in elkaar dat ik jou en dat jij mij en dat jij en ik onszelf heel kunnen houden. Heel. Vrede. Leven. Liefde. En als we dat niet of niet meer blijken te kunnen, dan schuiven we dat niet af op God. We zien de shit. Ons aardse bestaan is kapot en strijd en pijn. Maar ergens weten we, dat wij het beter hadden kunnen doen. Heb lief en leef – hoe waar. Maar het lukt ons niet.

Sterker nog: dat aardse bestaan van ons is niet alleen zwak, maar zelfs ronduit gevoelig voor het kwaad. Kijk, de zonde oefent op iemand als God geen enkele kracht uit. Hij is zo gaaf, zo goed. Hij lacht om de zonde- of Hij zou erom lachten, als het niet zo erg was. Maar die rotzonde oefent op mij wel haar kracht uit. Haar zwaartekracht. Heb lief, zegt God. Heb mij lief… Mwaah, zegt de zonde, God liefhebben? Hoezo? Hoe weet je nou eigenlijk dat Hij wel van jou houdt… Heb je naaste lief, zegt God. Mwaah, zegt de zonde, maar blijft er dan wel genoeg voor jouzelf over? Heb jezelf lief, zegt God. Mwaah, zegt de zonde, jij bent die moeite niet waard, zoek jij maar lekker verdoving in namaakknuffels. En stik maar, ik, zoals ik ben, ik ben er vatbaar voor. Voor de zonde. Voor de zwaartekracht van de zonde.

II.

Gods oplossing was dat Hij zijn grondwet handhaafde. Heb lief en leef. Zijn ingreep was dat Hij het zelf kwam doen. En Hij werd één van ons in koning Jezus. Nou ja, in baby Jezus, want alles van waarde is weerloos. Maar Jezus groeide op en kijk dan zelf: hoewel Hij helemaal deelt in ons aardse bestaan, blijkt Hij, één van ons, wel in staat om het vol te houden. Zwak als Hij is, vatbaar voor de haat van anderen, voor ziekte, voor lelijkheid, voor de hele duivelse santekraam – toch zie je in Hem jezelf zoals je bedoeld was. Ik sta bij een sterfbed en vloek. Hij staat bij een sterfbed en kijk dan zelf: de dood stort in waar Hij bij staat. Wat is dit? Wat zijn dit voor symbolen van een nieuwe wereld? Kijk dan, hoe Hij de mensen geneest, kijk dan, hoe Hij de stormen stillegt, luister dan hoe zijn stem klinkt, woorden van leven, man, het leven waarnaar je haast niet meer wist dat je verlangde.

Dit is hoe Paulus het zegt: ‘Want waartoe de wet niet in staat was (heb lief en leef), machteloos als de wet was door mijn aardse natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft Hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat alles wat de wet eist in ons tot vervulling wordt gebracht. Wij leven immers niet volgens aardse maatstaven, maar volgens die van de Geest.’ Begrijp je? ‘Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt (de levenskracht), heeft me immers bevrijd van de wet (van de zwaartekracht) van de zonde en de dood.

Snap je? Eigenlijk is Pinksteren dat God tegen ons zegt: ‘Ik weet niet wat jullie doen, maar Ik ga alvast verder.’ Ik ga alvast verder. Verder ná Golgotha en Pasen en Hemelvaart. Verder op weg naar de toekomst, de toekomst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En door zijn Geest te geven trekt God jou en mij alvast naar die toekomst toe. Als een soort omgekeerde zwaartekracht. Zo van: ‘Ik weet dat we er nog niet zijn, maar kom op, we gaan nu ook niet doen alsof er niets is veranderd. De dag komt dat Jezus terugkomt, met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar dit leven van jullie, tussen Hemelvaart en wederkomst, dat is echt anders dan jullie leven vòòr Golgotha.’ En Gods Geest maakt het verschil.

III.

Maar goed, nu hebben we terug gekeken (de ‘uitzending gemist’  van het Oude Testament), nu hebben we naar de verandering van Pinksteren zelf gekeken, maar de grote vraag blijft, althans voor mij: hoe moet dat nu naar de toekomst toe? Want God is me voor en de Heer is naar de hemel teruggegaan, maar ik sta nog met mijn voeten in de aardse modder. En jij ook, met dat verhaal van jouw ziekte, en van je onmacht om je lievelingen tegen pijn te beschermen. En uit mezelf sta ik er alleen maar stilletjes bij te vloeken. Hoe moeten we nu verder met elkaar tussen enerzijds Pinksteren en anderzijds die nieuwe hemel en aarde, die nu nog toekomstmuziek zijn?

Als ik de Bijbel dan goed begrijp, is het cruciale woordje hier ‘met elkaar.’ Ik wil in dit laatste stuk van deze preek je drie voorbeelden meegeven uit de praktijk van de kerk, waaraan we volgens mij kunnen zien hoe dat leven volgens die maatstaven van de Geest er dan uit kan zien. Dat je dus voluit erkent dat wij nog in de vervloekte modder rondbanjeren, maar dat je gaat merken dat om je heen de zwaartekracht van de zonde wel aan het imploderen is en het nieuwe bewind van de Geest onze levens verlicht. Drie voorbeelden uit de praktijk van de kerk na Pinksteren, uit Handelingen 5, Handelingen 6 en Handelingen 15.

[3] Handelingen 5 is het verhaal van Ananias en Saffira. In eerste instantie is het een verhaal van twee mensen die ondanks hun geloof toch in het zwarte gat van de zonde verdwijnen. Het was kort na Pinksteren en onder de invloed van de Geest kwamen allemaal rijke mensen geld geven aan de apostelen. Zo ook Ananias en Saffira. Behalve dat zij ook wat achterhielden. Was het de zwakheid van hun vlees? Het was in elk geval niet ‘heb lief en leef.’ En dus gebeurde het tegenovergestelde. Zo somber is het. En misschien vind je dit nu weer een rare hersenkronkel van me, maar toch zie ik nog een lichtkrans om dit donkere gebeuren heen. Die ik jou ook gun.

Kijk naar Ananias en Saffira. Dus het is fout om te claimen dat je goed doet en goed bent en dan niet de doen wat je zegt… Maar wat als ik nu vooraf tegen jou zeg en jij tegen mij: ik claim helemaal niet dat ik volmaakt ben, maar alleen dat ik probeer het goede te doen… Zou er dan niet juist ruimte ontstaan voor de Geest en zijn kracht? Met name tegen elkaar in de kerk, of tegen je kinderen en je ouders om mij, dat je zegt: ‘Ik weet van mezelf dat ik het niet in me heb om jou echt recht te doen, laat staan om aan al jouw soms gekke wensen te voldoen – maar zo waarlijk helpe mij God almachtig, ik wil er graag samen met jou naar op zoek…’ Zou daar dan geen ruimte ontstaan waar acuut de Geest van God induikt om ons een handje te helpen? Het lijkt me het proberen waard. Dus in de praktijk, les 1: [4] ik ben beperkt, maar ik zoek het goede.

Ander voorbeeld. In Handelingen 6 gaat het mis in de kerk. Want bij de zorg voor elkaar in de kerk (een vrucht van de Geest, zonder meer), loopt het spaak. De Groningssprekende -ach- de Griekssprekende weduwen worden bij de uitdeling achtergesteld bij de Arameessprekende weduwen. [5] Let op: het hoeft niet eens te betekenen dat de Griekssprekende weduwen minder ontvingen, het kan ook betekenen dat ze minder werden ingeschakeld bij het uitdelen! Dan was het probleem dat sommige mensen dus minder mochten geven dan ze wilden – dat lijkt me wel zo’n typisch luxeprobleem dat de Geest ons kan geven.

Hoe dan ook: een probleem. Met als oplossing dat de apostelen het werk van het-eten-organiseren uitbesteden aan een groep nieuwe medewerkers die ze diakenen noemen, helpers dus. Mijn punt hier is niet de Bijbelse achtergrond van onze ambten of van ons diakenambt. Mijn punt hier is eenvoudiger. Als we als kerk tegen opbouwproblemen of (jawel) -uitdagingen aanlopen, dan hebben we hier een voorbeeld dat we de handen mogen ineenslaan om (1) te bidden en (2) een oplossing te organiseren [6] – in het vertrouwen dat dat allemaal onder de stijl van Gods Geest valt. Eenvoudig voorbeeld: in de SGA zorgt een kringenstructuur ervoor dat er genoeg pastorale zorg is, in de Ichthuskerk worden meer pastorale bezoekers aangesteld. Kennelijk is er van alles mogelijk, aan organisatie door ons, waar de Geest van God juist ruimte voor geeft. Vooral mee doorgaan, lijkt mij. Bidden en organiseren.

Laatste voorbeeld: Handelingen 15. Grote vraag daar: hoe Joods moeten heidenen die zich tot het geloof in de ene God bekeren, hoe Joods moeten die nieuwe christenen zijn? Wat is onze levensstijl?  [7] Voor het antwoord moet je zelf het hoofdstuk maar lezen, het gaat mij hierom: bij een open Bijbel, de woorden van Mozes en de woorden van Jezus, gaan de apostelen in gesprek en komen tot een conclusie waarvan ze dan zeggen: het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht… De Heilige Geest en ons… Let op: dit zijn apóstelen, die bij een open bijbel en een open hemel tot een conclusie komen, waarvan ze durven zeggen dat dit van God komt. Wij zijn geen apostelen. Maar…

Wij leven tussen Hemelvaart en wederkomst. Met Pinksteren zegt God: Ik ga alvast vooruit. Ik stort, niet hier en daar, maar royaal als Ik ben, overal mijn Geest op jullie uit. Creëert onze goede God dan niet zelf de ruimte waarin Hij gelovigen uitnodigt om samen hun kompas te ijken op basis van de Bijbel in de richting van zijn Geest? [8] Zou dat niet kunnen? Misschien vergis ik me. Misschien blijkt in de praktijk dat ik zo vast zit aan mijn patronen en jij aan de jouwe, dat we er niet uit komen. Lukt het ons niet om elkaar te bereiken. Diepe zucht… Maar laten we elkaar dan vandaag twee dingen beloven: (1) dat we eerlijk gaan zijn over onze eigen zwakheden (want het is oké, Jezus heeft je ont-oordeeld) en dat we (2) blijven zoeken naar de kracht van de Geest, naar de weg van het licht. En waarom? Gewoon, omdat God allang verder is en ons zijn kant op trekt. Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Ja, God, doe maar. Blaas ons uw levensadem in en laat uw Geest over de aarde zweven tot het moment dat U ziet dat het weer goed is.

Amen.

Scroll naar boven