Morgendienst 25 oktober 2026 SGA-Ichthus
Welkom
Stilte
Votum en groet
Zingen: Opwekking 464 [Wees stil voor het aangezicht van God]
Zingen: Gezang 250: 1, 2, 3 [God is getrouw, zijn plannen falen niet]
Leefregels=
Lezen: Matteüs 5: 17-20; 43-48
Zingen: Opwekking 805 [Maak ons hart onrustig, God]
Gebed
Bijbellezing: Efeziërs 1: 1-14
Preek Efeziërs 1: 4
Zingen: Opwekking 488 [Heer ik kom tot U]
Gebed
Collecte
Zingen: Sela, Gods zegen voor jou
Zegen
Efeziërs 1, 4 [1]
‘Wat ben je ook eigenlijk een sufferd, IJbema!’ In de afgelopen weken dat ik bezig was met deze preek, is dat de gedachte die zich meer dan ééns aan me opdrong. Graag wil ik wat preken houden over onderwerpen uit de belijdenis van de kerk. Dat vind ik op zich nog steeds een goed idee. Zo preekte ik op 30 augustus over de Bijbel, vanuit Genesis 5, ‘een goed verhaal’. Over een week wil ik het graag over de voorzienigheid van God hebben, aan de hand van de geschiedenis van Jozef. Ook een goed idee. Maar voor vandaag dacht ik dus: ‘Kom, laat ik een preek maken over de uitverkiezing.’ Dus, over dat we geloven dat achter onze keus voor God, een keus van God voor ons schuilgaat. Nou, ik geef het je te doen. Want dan komen er veel vragen om de hoek kijken, en niet alleen veel vragen maar ook serieuze vragen. ‘Hoezo kiest God voor mij – ik heb toch voor Hem gekozen?’ Of ook: ‘Maar als God voor jou en mij heeft gekozen, heeft Hij dan niet voor haar en voor hem gekozen?’ Veel vragen, diepe vragen – en ik wil daar zo nodig een preek over maken.
Het betekent concreet dat ik er vandaag opnieuw voor kies om een belijdenispreek te maken – aan de hand van een bijbeltekst. Bij die eerdere preek over de Bijbel was die bijbeltekst Genesis 5, over de Bijbel als het vervolgverhaal van God en Adam, van God en ons. En bij deze preek over Gods kiezen is dat Efeziërs 1: 4. ‘In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan.’ Dus dit is de bijbelse kern van deze preek: [2] God heeft ons uitgekozen – in Christus – voordat de wereld gegrondvest werd – om heilig en zuiver voor Hem te staan. Met concreet deze tekstkeus kan het dus zo zijn, dat ik een vraag of ook vragen van jou over Gods keuze voor ons net niet beantwoord. Dat is dan niet omdat het geen goede vraag zou zijn, maar omdat ik ervoor kies vanuit deze bijbeltekst te preken. Een concrete beperking.
I.
Als eerste. God heeft ons uitgekozen in Christus. Dat ga ik even benadrukken. Goed heeft ons uitgekozen – in Christus. [3] Geloof me, bij alle vragen die je kunt hebben over Gods kiezen voor ons – bij voorbeeld de vraag: en mijn keus dan? Of ook de vraag: kun je ook niet gekozen worden dan? – ga ik je telkens weer uitnodigen om te beseffen dat jij en ik een heleboel kunnen denken en zeggen over ‘de uitverkiezing’, maar ik geloof dat de Bijbel jou en mij dan steeds weer terugroept naar Christus. En om je daarbij te helpen wil ik je graag een bijbels beeld meegeven, om te zorgen dat je bij al je vragen over Gods kiezen steeds op een goede manier bij Christus uitkomt. En dat beeld is het beeld van een poort, met aan beide kanten een bijbeltekst. Een poort.
Hoe gaat dat als je als mens bij God wilt uitkomen, als je in zijn Koninkrijk terecht wilt komen? Hoe is dat bij jou en bij mij gegaan, of ook: wat zal ik je voorhouden, zodat het jou ook zo zal gaan. Daarvoor wijs ik je op de poort naar God, de deur naar zijn rijk, en ik wijs je op de woorden die boven die poort staan. Boven die ingang staat namelijk deze bijbeltekst: [4] ‘Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven.’ Dat is Matteüs 11: 28. Dat staat boven de poort die naar God toe gaat. (Ja, die koffie en koek, dat heeft AI zelf bedacht, maar ik vond het ergens wel raak.) [5] En jij en ik en iedereen: we horen die woorden, we zien dat staan en je kunt honderd keer ingewikkeld doen over uitverkiezing enzo, maar waar het om gaat is simpel dit, dat Jezus tegen jou zegt, ‘Kom bij Mij.’ En jij zegt, ‘Ja, Heer, ik kom d’r aan.’
Maar nu ben je binnen, jij, ik, wie ook maar, binnen. Maar weet je wat nu de grap is? Als je dan tegen mij zegt: ‘Goed gedaan, jongen, goed binnengekomen, hoor, je bent zeker wel trots op jezelf, dat je dat helemaal in je eentje gedaan hebt!’ – dan heb ik toch het gevoel dat we elkaar niet begrijpen. En ik kijk nog eens van binnenuit achterom naar de poort waardoor ik ben binnen gekomen, en moet je kijken welke bijbeltekst daar aan de binnenkant boven de poort staat: [6] ‘Niemand kan bij Mij komen tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, Hem bij Me brengt.’ Dat is Johannes 6:44. Niemand kan bij Mij komen tenzij de Vader hem brengt. En weet je, tegen iedereen die God zoekt zeg ik de woorden van Jezus: ‘Kom bij Mij.’ En tegen iedereen die God heeft gevonden zeg ik: ‘God heeft jou hier gebracht.’
[7] Ik denk dat dit allemaal onder die uitspraak valt dat God ons heeft uitgekozen – in Christus. Dus als ik hierover nadenk en vastloop, of wanneer jij hierover nadenkt en vastloopt, of wanneer iemand ons vragen stelt en wij vastlopen, dan mogen wij zeggen dat wat wij over God weten is wat wij over Christus weten. Van Christus weten wij dat Hij ons zei: ‘Kom bij Mij.’ En als wij dan gekomen zijn, dan herinneren wij ons die andere woorden van Hem: ‘God heeft jou hier gebracht.’ En wij beamen dat. En als jij nog niet ervaren hebt, dat God jou zover heeft gebracht, dan houdt de Heer jou en ons allemaal voor: ‘Kom bij Mij.’ Maar hoe zit het dan als God mensen voorbijgaat? Is dat niet oneerlijk dan? Weet je, daarover is natuurlijk ook nagedacht en daarover zijn ook veel dingen opgeschreven. Zoals dat God mensen die tegen Hem kiezen, in hun negatieve keus kan respecteren. Die min-kant is er ook. Maar: Paulus focust hier op het wel gekozen zijn in Christus – kennelijk is dat de kern.
En zelfs één van de kerkelijke belijdenissen van vroeger, de zgn. Dordtse Leerregels, die helemaal en uitgebreid gaan over Gods kiezen van ons, die belijdenis zegt nadrukkelijk over Gods kiezen en niet-kiezen en de gevolgen daarvan: [8] ‘Je kunt niet zeggen dat Gods niet-kiezen op dezelfde manier de oorzaak is van ongeloof, als Gods kiezen de bron van geloof is.’ ‘Je kunt niet zeggen dat Gods niet-kiezen op dezelfde manier de oorzaak is van ongeloof, als Gods kiezen de bron van geloof is.’ Dus je kunt wel zeggen: God kiest, zodát ik ga geloven. Maar je kunt niet zeggen: God kiest iemand niet, zodát die iemand niet gaat geloven. Ja, dat is ingewikkeld en niet logisch, maar het betekent dat op de buitenkant van de poort staat: ‘Kom bij Mij;’ dus daar staat niet zoiets als ‘50% kans dat God je kiest en 50% dat Hij je niet kiest, dus kijk maar even of je wel komt of niet.’ Nee. Kom maar gewoon; kom maar en ontdek dan dat God ook jou al lang op het oog had. De klemtoon in Gods kiezen van ons ligt in de Bijbel en in de belijdenis op Gods kíezen van ons. In Christus.
II.
[9] ‘In Christus heeft God ons uitgekozen – voordat de wereld gegrondvest werd.’ Vòòrdat de wereld gegrondvest werd. Op het eerste gezicht is dat niet meer dan het lijkt: een tijdsaanduiding. Als het gaat over Gods kiezen voor ons, wanneer deed Hij dat? Dat deed Hij vòòrdat de wereld gegrondvest werd. En opnieuw: ook als je daar alleen een tijdsaanduiding in leest, dan roept dat meteen alweer een wereld van gedachten en van vragen op, diepe vragen opnieuw, bij voorbeeld over tijd en eeuwigheid, over hoe God tijd ervaart en wat eeuwigheid voor Hem is en natuurlijk over hoe jij en ik tijd ervaren en wat wij ons überhaupt bij ‘ eeuwigheid’ kunnen voorstellen. Maar met jullie welnemen is dat een categorie vragen, die ik echt niet ontken, maar waar ik vandaag wel bij weg wil blijven. Omdat ik denk dat vanuit Efeziërs 1: 4 het accent echt ergens anders ligt. Hou je vast.
Als ik Paulus goed begrijp en als ik goed begrijp wat Paulus over God vertelt, dan kom ik erbij uit dat God in feite één groot plan heeft. Eén wereldgroot plan. Te groot voor mij om te bevatten. Dus ik heb acuut de neiging dat grote ene plan van God in deelplannen op te knippen. En het ene stukje noem ik bij voorbeeld schepping. Of verlossing. Of vernieuwing. Of verkiezing. En ik weet niet hoe jij dat hebt, maar ik vind dat wel prettig ook, om dat wereldgrote plan van God een beetje op te knippen. Om dat wereldgrote plan van God een beetje hanteerbaarder te maken. Ja, hanteerbaarder voor mij dan. Ik geloof niet dat God een probleem heeft met het hanteren van zijn wereldgrote plan.
Als ik Paulus goed begrijp geeft hij zelf even verderop in Efeziërs 1 een samenvatting van dat wereldgrote plan van God. Daar schrijft Paulus: [10] ‘[God] heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit geheim onthuld: zijn besluit om alles in de hemel en op de aarde onder één hoofd, Christus, bijeen te brengen.’ Als ik Paulus goed begrijp en als ik God een beetje begrijp, dan is de droom dus ongeveer: er gaat een rijk van vrede komen, van vrede binnen God (maar die innerlijke vrede van Hem, dat was nooit het probleem) maar ook van vrede tussen God en zijn schepping, en dus vrede tussen mensen en tussen mensen en de rest van de schepping, en vrede tussen God en mensen, en dat zit allemaal in die ene vredebrenger, onze Heer Jezus Christus, die God is en mens, die niet geschapen is en wel deel van de schepping geworden, die altijd voor iedereen de betrouwbare belichaming van die gedroomde volmaakte eenheid was en is.
Ik zal het opnieuw zeggen in een beeld. [11] De grote architect heeft een huis voor ogen, waar het goed wonen is. Goed wonen voor de dingen, de planten, de dieren, de mensen, de engelen en God. Dat huis is er nog niet. Dat is niet vanwege stikstofregels of bezwaren van de buren, maar omdat de huidige bewoners overal schijt aan hebben. Als jij en ik de projectmanager zouden zijn, dan zouden we zeggen: haal daar maar een bulldozer overheen en begin overnieuw. [12] Maar Gods plan zit kennelijk anders in elkaar. En Hij kiest ervoor zelf een van de bewoners van het geruïneerde huis te worden in Jezus Christus. Wij zien God dat doen en weet je wat wíj doen? We werken Hem de deur uit, ga weg, Jezus! Gods reactie, gek genoeg, is dat Hij zich in Jezus niet laat wegduwen, maar Hem vanwege zijn liefde en trouw tot hoofdbewoner benoemt, tot de ene vertegenwoordiger van ons allen, in Wie God zelf de vrede en eenheid van alles gaat herstellen.
En dat Paulus hier dan zegt: in dat ene wereldgrote plan had God al voordat er een schop in de grond ging ons uitgekozen als vaste bewoners. Wie, ons? Mij? Maar wanneer dan en hoe en wat… ‘Kom bij Mij.’ Maar moet ik dan niet eerst en weet U dan niet dat… ‘Kom bij Mij.’ Maar wat als ik U niet begrijp en wat als ik… ‘Kom bij Mij.’ Maar, God, ik heb het nodig dat U mij aanspreekt, een teken geeft, ik wil U eerst begrijpen voordat we verder gaan. ‘Kom bij Mij.’ Ik probeer hier woorden te geven aan de troost van Gods kiezen voor mij, voordat ik wat ook maar doe of voordat ik wie ook maar ben. Troost. Want als God op mij moest wachten… Ik heb wel eens een half jaar op God gewacht. Gewacht tot Hij een teken van leven gaf. Gewacht tot ik van binnen uit er klaar voor was, voor Hem. Tot ik Hem kon begrijpen en wat Hij wel of niet van plan was. Sufferd. ‘Kom bij Mij.’ Maar God, U staat al die tijd al naast me. En God doet ‘hm hm’.
Ik weet dat tal van onderwerpen uit de belijdenissen van de kerk allemaal hun eigen vragen kunnen oproepen. Ook wanneer ik vandaag bij het kiezen van God niet op al die vragen inga: ik vind dat ze gesteld mogen worden. Want òf het gaat ergens over in de kerk, over iets van waarheid bijvoorbeeld, maar dan hoef je ook niet bang te zijn voor vragen. Òf we zeggen maar wat met z’n allen en zijn als de dood voor het kind dat zegt dat de keizer geen kleren aan heeft. Maar ik geloof dat zo’n belijdenis als dat God in Christus voor ons gekozen heeft, met alle vragen die je mag hebben, ik geloof dat precies dat belijden mij mag verlossen van al mijn onzekerheid over wanneer het echt is en of het wel waar is. Het begint niet bij mij. Het begint bij onze God en Vader die in Christus kiest voor jou en voor mij en die daarmee het vloertje legt voor de rest, voor mijn kiezen voor Hem, voor mijn nadenken over Hem, voor mijn vragen aan Hem. In Christus heeft God ons uitgekozen, voordat de wereld gegrondvest was. [13] Jij en ik in Gods ene wereldgrote bouwplan.
III.
[14]…om heilig en zuiver voor Hem te staan. Dat is dan hoe Efeziërs 1: 4 eindigt. ‘In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan.’ Het kan zijn dat een preek over Gods kiezen voor ons voor jou misschien niet zo nodig is. Of dat zo’n preek voor jou meer theoretisch is dan waar je behoefte aan hebt. Ik vind ook dat er in de geschiedenis van de kerk wel wat erg veel energie naar de theoretische kant van geloven is gegaan. Daarom ben ik ook zo blij dat Paulus in deze kerntekst over Gods kiezen voor ons, het doel van die keuze van God heel erg praktisch formuleert. We zijn gekozen – om heilig en zuiver voor Hem te staan.
Weet je waar die uitdrukking vandaan komt, heilig en zuiver? Die komt uit het eerste deel van de Bijbel, uit het Oude Testament. Als God zijn volk Israël heeft uitgekozen en Hij met ze onderweg is naar huis, naar het beloofde land, op dat moment stelt God priesters aan. [15] Priesters zijn verzoeners, priesters zijn vredestichters. Priesters zijn mensen die de hand van God en de handen van mensen bij elkaar brengen. Priesters zijn mensen die de handen van mensen bij elkaar brengen. Die mensen en schepping met elkaar verbinden. Priesters zijn beroepsverbinders. Priesters doen hun werk symbolisch door offers te brengen. En die priesters en hun symbolische offers, die moeten heilig zijn, heilig en zuiver. Ik zeg dat God ons in Christus heeft uitgekozen zodat wij priesters zijn en zodat ons leven, niet symbolisch, 10% hier, half om half daar, maar helemaal, heilig en zuiver is. Verzoend. Vol vrede. Zoals het past in het wereldgrote plan van God. ‘Jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om zijn grote plan vorm te geven’ – dat is (ongeveer) 1 Petrus 2: 9. Grote woorden? Ja, want een grote God. Te groot voor jou? Begin maar bij Jezus. ‘Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven.’ ‘Ja, Heer, ik kom d’r aan.’
Amen.