Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

28 april 2024 – 8ste gebod – Je geld of je leven

Votum & groet  Sela/Votum en groet

Zingen:                Schrijvers voor Gerechtigheid/Welkom in Gods huis

De Tien Woorden =

                              Romeinen 13: 8-14                                                                                   

Zingen:                Opwekking 595/Licht van de wereld                                                                  

Gebed

Bijbellezing:        Lucas 12: 29-40                                                            

Zingen:                Opwekking 40/Zoekt eerst het koninkrijk van God

Preek                    Lucas 12: 33-34

Zingen:                 Lied 718: 1, 2, 3, 4/God die leven hebt gegeven

Gebed                 

Collecte              

Zingen:                 Opwekking 818/Eenmaal maakt U alles weer nieuw

Zegen                  

[1]       Het 8ste gebod: je geld of je leven.

[2]       Mijn dochter werkt bij een Jumbo in een arme stadswijk. Nu doet ze haar werk goed, dus in de loop van de tijd krijgt ze wat verantwoordelijkheid. Zo is ze nu op zaterdagmorgen de eindverantwoordelijke van de winkel. Maar je raadt al wat dat ook betekent: als er dan op zaterdagmorgen iemand op winkeldiefstal wordt betrapt, dan is het ook haar pakkie an, haar verantwoordelijkheid. Dus dan krijg ik af en toe een appje van haar met de boodschap: nou, ik sta weer in een filmpje op Dumpert. Want dan hebben wat omstanders gefilmd hoe zij met haar collega’s alles lieten vallen en snel snel achter iemand aangingen en hem tackelden en boven op hem gingen zitten, net zolang tot de politie kwam. Meestal app ik dan terug: joh, laat toch lopen en breng jezelf niet in gevaar. Maar ja, mijn dochter is net als jullie opgegroeid ook met het achtste gebod: steel niet. Duidelijk.

[3]       Nu weet jij net zo goed als ik dat je met de geboden van God niet klaar bent als je eenvoudigweg niet doet wat ze verbieden. Want de geboden verbieden negatieve dingen, zoals het zesde gebod je verbiedt om te moorden en het achtste gebod je verbiedt om te stelen, maar tegelijk roepen de geboden je dan op om het omgekeerde te doen. Bij het zesde gebod, pleeg geen moord, moet je dus het omgekeerde wel doen: mensen hun leven beschermen en beter maken. Bij het achtste gebod, steel niet, moet je dus het omgekeerde wel doen: geld en dingen weggeven, andere mensen rijker maken. En daar zit wel even een pijnpunt bij het achtste gebod. Want juist bij dit gebod maakt Jezus steeds weer duidelijk dat je er niet bent als je niet doet wat het gebod verbiedt. Juist bij dit gebod hamert Hij er steeds weer op dat je verder moet gaan. Dat je heel ver moet gaan in het doen van het omgekeerde van het verbod. Niet stelen, maar geven, geven, geven. Het is hier echt je geld of je leven, voor Jezus.

            Serieus. Het achtste gebod wordt alleen maar sterkerk. Niet alle geboden zijn zo. Volgens mij relativeert de bijbel zelf bij voorbeeld het vierde gebod. Het vierde gebod gaat over de sabbatsrust. Jezus zelf gaat ontspannener om met dat gebod dan veel van zijn tijdgenoten en de apostel Paulus doet daar nog een schepje bovenop. Of ook het zevende gebod, over echtscheiding. Nee, je kunt niet zeggen dat Jezus dat gebod relativeert, juist niet, maar Jezus en Paulus noemen wel een paar uitzonderingen en rond huwelijk en seksualiteit is er ook gewoon ruimte voor barmhartigheid. Maar niet bij geld. Niet bij het achtste gebod. Hier is niks relatief. Hier is het zwart of wit. Je geld of je leven. Zoals bijvoorbeeld in de woorden die we van Jezus lazen: ‘Verkoop je bezittingen en geef het geld aan de armen.’ Ik bespreek in mijn preek twee vragen bij dit gebod. Eén: hoe lukt het jóu om dit gebod te negeren? En twee: hoe ga jij proberen ernaar te luisteren? Dus eerst:

1.        [4] Hoe lukt het jou om dit gebod te negeren? Oké, nu ga ik er dus van uit dat niemand van jullie dat heeft gedaan. Ik ga ervan uit dat niemand van jullie zijn of haar bezittingen heeft verkocht en het geld aan de armen heeft gegeven. Als ik me daarin vergis, bied ik mijn excuses aan. In dat geval is deze preek ook niet voor jou bedoeld. Maar voor zover ik weet van mezelf en van jullie, is dit gebod van Jezus een gebod, dat we allemaal naast ons neer weten te leggen. Misschien vind je het zelfs wel vreemd dat ik je nu op zoiets betrap. Misschien denk je wel: waar heeft ie het over? Want zo gaat dat natuurlijk, met woorden van Jezus die je niet direct kunt plaatsen, met woorden van Jezus die jou niet helemaal logisch lijken. Voor zulke woorden word je makkelijk immuun. Maar dan wil ik even irritant zijn deze morgen. Net zo irritant als de woorden van Jezus bedoeld zijn. ‘Verkoop je bezittingen en geef het geld aan de armen.’ Hoe lukt het  je om dit gebod te negeren?

[5]       Wat je bij voorbeeld kunt proberen, is dat je kijkt of deze woorden vandaag nog wel van toepassing zijn. Het is gewoon zo dat de meeste bijbelwoorden minstens tweeduizend jaar oud zijn. Bovendien komen ze uit een heel ander deel van de wereld, uit het Midden-Oosten en niet uit West-Europa. Dus is er heel veel afstand, in tijd en ruimte, tussen die woorden van toen en daar aan de ene kant en ons hier en nu aan de andere kant. En even voor de helderheid: ik vind dat je de bijbel niet serieus neemt, als je die afstand in ruimte en tijd niet meeweegt. Bij serieus bijbellezen hoort dat je steeds eerlijk op zoek gaat naar wat het toen en daar betekende, voordat je de oversteek naar hier en nu maakt. Maar hoe zit dat dan bij dit gebod van Jezus, ‘Verkoop je bezittingen en geef het geld aan de armen?’

            Het grappige is dat Jezus zo’n opdracht ook wel eens heel gericht, heel beperkt heeft gegeven. Dat is de geschiedenis van de rijke jongeman. Er komt een rijke jongeman bij Jezus met de vraag: wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Nou, zegt Jezus, wat dacht je van de tien geboden? Of in elk geval de nummers 6 t/m 9? Die doe ik al, zei de jonge  man. Oké, zei Jezus, als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg Mij. – Je ziet dat het een vrijwel identieke opdracht is. Maar in dat verhaal kun je zeggen, en terecht: dat zei Jezus daar op dat moment tegen die ene man. Het kan goed zijn dat ik er wat van kan leren, maar het is geen directe opdracht aan mij. En weet je, ik las verschillende bijbeluitleggers die ook zonder meer zeiden, dat de woorden van Jezus in Lucas 12 natuurlijk net zo goed niet algemeen en altijd geldend zijn. Nou, denk ik dan, zo hebben die heren geleerden zichzelf geleerd de woorden van de Heer te negeren. Maar volgens mij kan dat niet. [6] Het is gewoon niet waar.

            En toch is het mij tot nu toe ook gelukt om deze woorden van de Heer wel te negeren. Ik bedoel: ik heb een auto en een bootje en een huis (ook al staat er geloof ik in de kleine lettertjes dat als het er op aan komt mijn huis van de bank is) en ik heb dat allemaal niet in de verkoop staan om aan de armen te geven. Dus je kunt het mij ook vragen: hoe lukt het jou om deze woorden van de Heer te negeren? En dan is dit mijn antwoord: ik denk dat de Heer hier gebruikt maakt van een hyperbool. [7] Nu voel jij op je klompen aan, als ik zo’n duur woord gebruik, dat ik eigenlijk smoesjes zit te verzinnen, maar voordat je nu al te kritisch wordt op mij, realiseer je wel dat jij ook nog op zoek bent naar een excuus om aan dit gebod te ontkomen, dus misschien kun je die van mij ook wel gebruiken.

            Een hyperbool is eigenlijk gewoon dat je overdrijft. ‘Mam, ik ben vanmiddag helemaal zeiknat geregend, ik ga vanavond echt niet naar FM!’ ‘Helemaal zeiknat’ is dan een hyperbool. Je overdrijft een beetje om je punt te kunnen maken. Nu zijn er plekken in de Bijbel, waar we er terecht van uitgaan dat Jezus een hyperbool gebruikt, een overdrijving. Bij voorbeeld als Hij zegt, dat als je oog je tot zonde verleidt, dat je je oog dan uit je hoofd moet rukken en weggooien. Of als je hand je tot zonde verleidt, dat je dan je hand moet afhakken en weg moet gooien. Dan zeggen we: dit is een hyperbool. Jezus overdrijft om zijn punt duidelijk te maken. En dus, elke keer als ik weer een beetje onrustig word van deze woorden van Jezus hier, dan fluister ik tegen mezelf: het is een hyperbool. [8] Het zou kunnen.

            En als extra geruststelling: het is ook in de bijbel niet de praktijk van alle gelovigen geworden, om al hun bezittingen te verkopen en altijd het geld aan de armen te geven. En Jezus kan ook verhalen vertellen van mensen die talenten ontvangen en daarmee aan het werk gaan, waardoor hun eigendommen toenemen. Ook die gegevens geven je reden om te denken, dat niet iedereen deze woorden van de Heer altijd letterlijk hoeft te nemen. Kennelijk is er ook hier wat ruimte. Maar voordat ik jou en mijzelf nu al teveel gerust stel, wil ik op dit punt toch als huiswerk formuleren: [9] laat je hart onrustig zijn. Laat tot je doordringen dat de Heer deze woorden wel heeft uitgesproken. Laat tot je doordringen dat de eerste gemeente in Handelingen 2 en 4 wel zo heeft geleefd. Laat tot je doordringen dat Jezus als het over geld gaat irritant duidelijk is: je geld of je leven.

2.        En dus stap twee: [10] hoe gaan we dan proberen wel naar deze woorden van Jezus te luisteren? Ik geef je twee gedachten mee en ook nog één daad om, ook als Jezus hier een hyperbool gebruikt, om dan toch een begin te maken in de richting van wat Hij bedoelt. De eerste gedachte is dit: [11] alles wat je hebt, heb je cadeau gekregen. Als Jezus het heeft over bezittingen, dan houdt Hij niet op te benadrukken, dat alles waardoor jij je zo zeker voelt, dat geld van je en dat bezit van je, dat dat zo fragiel is als de neten. Voor je het weet stort de economie in elkaar en ga je failliet. Of er komt oorlog en dan kun jij honderd keer verzekerd zijn, maar naar je geld kun je fluiten. Als je al iets hebt, dan is dat geen bezit in de zin van een onvervreemdbaar recht. Integendeel, het is toevallig jou kant opgerold en het kan zomaar weer verder rollen. Of denk ook aan de zeven vinkjes van Joris Luyendijk. Welke mensen zijn in onze maatschappij het meest succesvol? Dat is als je man bent, wit, hetero, vwo, universiteit, met minstens een HBO+- of rijke ouder en met minstens één in Nederland geboren ouder. Ga even na: welke van deze zeven factoren heb je verdiend, heb je zelf voor elkaar gebokst? Precies: nul. Alles wat je hebt is cadeau. Zelfs als je er hard voor gewerkt hebt: heb jij jezelf gezondheid gegeven en slimheid? En hier ga ik geen concessies doen en hier ga ik geen relativeringen geven. Ik moet je namens God vertellen, jij en ik, alles wat we hebben is gekregen, is cadeau, is genade. En als je dat anders ervaart moet jij je bekeren. Helder?

            Tweede gedachte: in de bijbel wordt armoede niet gezien als schuld van de arme. In de bijbel wordt armoede ook niet gezien als noodlot, dat de arme treft. [12] In de bijbel wordt armoede gezien als onrecht. Onrecht. Als ik rijk ben en mijn buurman is arm, dan zegt God niet: ja, dan had die arme ook maar beter moeten opletten! En God zegt ook niet: tsjongejonge, armoede, tsja, wat doe je eraan. God zegt: een, twee, klaar. Als je je hierin wilt verdiepen, raad ik je een boek van Tim Keller aan, Ruim baan voor gerechtigheid, Generous Justice in het Engels. Tim Keller is een rechtse Amerikaan. Maar: Tim Keller leest de Bijbel serieus en komt tot de conclusie: armoede is onrecht. Om dat onrecht recht te zetten moet er geld van de rijken naar de armen. Dat kan een investering zijn, dat kan een eerlijk loon zijn, dat kan ontwikkelingssamenwerking zijn, dat kan belasting zijn, dat kunnen giften zijn. Maar het onrecht moet worden rechtgezet. Opnieuw: dit is hoe Jezus het wil. ‘Verkoop je bezittingen en geeft het geld aan de armen.’ Oké, hyperbool, dus niet altijd alles, maar wel: geef aan de armen.

            En als derde een daad: [13] doe die tienden dan gewoon. De tienden, dat je tien procent van wat je binnen krijgt reserveert om weg te geven. In de Bijbel was dat in de tijd van een Oude Testament een gebod van God. Van die tienden die iedereen moest geven, werd de tempeldienst draaiend gehouden, de offers en de feesten en het zingen en het bidden enzo. Van die tienden werden ook de armen geholpen. Nu moet ik eerlijk zeggen dat dit gebod niet als gebod in het Nieuwe Testament wordt herhaald, door Jezus of door Paulus. Dus heb je hierbij een excuus om het naast je neer te leggen. Maar mijn advies aan je is dit: als je nou Oudtestamentische geboden naast je neer wil leggen, leg dan die woorden naast je neer die een ander raken. En de woorden die jou misschien pijn doen, denk daar nog eens extra over na. Doe die tienden nou gewoon. Want dan laat je zien dat je niet zo aan je geld vast zit, dat God gaat twijfelen of jou leven met Hem je wel lief is.

[14]    En toch even tussendoor: ik zeg niet en de SGA zegt niet en de Ichthuskerk zegt niet dat je die tienden van je inkomen aan de kerk moet geven. Jij moet zelf gaan nadenken: wat ga ik geven en aan wie? Daarover moet jij met je partner praten als je die hebt of anders met je vrienden of met je gezin als je dat hebt en daarover moet je zeker met God in gesprek in gebed en zo moet jij daar zelf een verantwoorde keus in maken. En vervolgens zeg ik wel dat de kerk ook een goed doel is. Een gemeente heeft wel een dak nodig boven het hoofd en we hebben tot nu toe de gewoonte om tegen dominees te zeggen dat ze geen ander werk hoeven doen, want dat we samen voor hun levensonderhoud zorgen. En er zijn ook landelijke financiële verplichtingen van de kerken samen. En dan heb je het zomaar over 2000 euro per adres per jaar. Als dat nu tien procent van je inkomen is, hoef je dat bedrag echt niet aan de kerk te geven. Echt niet. Maar als het nu twee procent van je inkomen is, dan mag jij dus wat meer doen. Zeg ik even, niet eens als je dominee, gewoon als je broer. Doe die tienden dan gewoon.

[15]    Bij de vraag: hoe lukt het jou om dit gebod van de Heer te negeren, gaf ik  je als huiswerk mee: laat je hart onrustig zijn. Laat tot je doordringen dat Jezus als het over geld gaat irritant duidelijk is: je geld of je leven. Bij de vraag: hoe lukt het ons om wel naar deze woorden van Jezus te luisteren, geef ik je als huiswerk mee: [16] ga bedenken en dan ook doen, dat je je bezit gebruikt als een genademiddel van God. Snap je? Het plaatje is dan, dat alles wat jij hebt, een cadeau is van God. Heeft Hij je gegeven om er zoveel mogelijk plezier mee te maken. Maar echt plezier is dit: dat jij in hoe je met je bezit omgaat ook zelf weer een genademiddel bent in de handen van God. Ken je een arme van dichtbij? Wat zou er gebeuren als stiekem ’s nachts een envelop met tweehonderd euro in zijn brievenbus gooit? Moet je het wel in briefjes van tien doen, zodat het niet opvalt. Of los die schulden van je neef af, of van je collega. Moet je je even voorstellen hoe blij je iemand kunt maken, gewoon, zomaar. Mensen blij maken, daar wordt God nou blij van. En nog een keer: ik weet zelf hoe fijn het voelt om rijk te zijn, juist omdat ik het ook wel eens minder heb gehad. Maar ik wil echt niet dat het tussen mij en mijn God in komt te staan. Dat mijn aandacht en mijn tijd, mijn hoop en geloof en liefde meer op geld dan op God gericht zouden zijn. Ik geloof in Jezus en ik geloof in zijn woord. Hoe meer ik geef, hoe meer ik leef.

            Eenmaal maakt God alles weer nieuw. Wanneer dat zijn zal, geen idee. Jezus zegt zelf dat Hij komt als een dief op zaterdagmorgen – o nee, als een dief in de nacht. In de tussentijd heeft Hij de winkel aan ons toevertrouwd. Leef jij dan zo, elke dag, dat als Hij plotseling voor je staat, dat jij dan niet vastzit aan wat je ook maar bij Hem vandaan houdt. Als bij jou je geld je leven beheert, geloof me, dan heb je nu al in feite geen leven. Maar als het jou lukt hoe langer hoe meer je geld en bezit te zien als een dagelijks cadeau en als het je lukt hoe langer hoe meer je leven vorm te geven met God bovenaan in plaats van met geld bovenaan, dan ga jij nu al proeven hoe rijk het is om zo te leven, hoe verrijkend het is om vrijgevig te zijn.

            Amen.

Scroll naar boven