29 maart 2026 – Jesaja 58 – Verstop U niet/verstop je niet

Votum & groet

Zingen                 Lied 550: 1, 2, 3

Leefregels           1 Johannes 2: 1-11.

Zingen                 Opwekking 767

Gebed

Bijbellezing        Jesaja 58: 1-14.

Zingen                  NPB Psalm 37: 1, 5, 6 (Wees niet afgunstig op wie onrecht plegen)

Preek                   Jesaja 58: 9-10

Zingen                  Opwekking 705

Gebed

Collecte              

Zingen                  Opwekking 268

Zegen

Jesaja 58: 9-10. [1]

[2] Verstop U/je niet.

I.

Wat doe jij als God zich voor jou verstopt? Wat doe jij als God zich voor jou verstopt? Of herken je dat niet? Voor sommigen onder ons is het wel de werkelijkheid. Of is het soms de werkelijkheid. En voor iedereen van ons kan het een keer de werkelijkheid worden. Dat je op zoek bent naar God, maar dat Hij zich verstopt. Daarover wil ik het graag met je hebben vanmorgen. Want ik denk dat het daarover gaat in Jesaja, in het stukje dat we lazen. En ik denk dat Jesaja nog een oplossing heeft ook. Iets wat je kunt doen als je op zoek bent naar God en als je Hem kwijt bent. Maar dat komt straks.

Want eerst wil ik het probleem nog wat groter maken. Dat je God kwijt bent. Want ik denk dus dat het jou persoonlijk kan overkomen, [3] maar ik denk ook dat het ons samen overkomt. Ons als samenleving. Zie jij dat ook? Misschien niet dat we met z’n allen zo hard op zoek zijn naar God. Maar wel dat God lijkt verdwenen. Dat je Hem zo doordeweeks niet tegenkomt. En dat je Hem zo doordeweeks ook niet echt nodig hebt. Hoe zit dat nou? Of is het misschien zo dat Hij zich verstopt? In elk geval lijken we het als samenleving prima te redden zonder God. Toch?

II.

Maar laat me beginnen met uitleggen waarom ik deze vraag vandaag centraal zet. Deze vraag aan God: verstop U niet, alstublieft. Ik denk dus dat dit de grote vraag [4] van het volk van God was in de tijd van Jesaja 58. Dat heeft te maken met de opbouw van dit bijbelboek, van Jesaja, hoe ik denk dat je dat moet lezen. Nog even weer op een rijtje: [5] Jesaja begint met vertellen dat als het volk van God doorgaat zoals ze bezig zijn, dan gaan ze hun ondergang tegemoet. Want dat is niet oké, zoals ze bezig zijn. En die ondergang gaat concreet zijn dat de koning van Babel gaat komen en ze allemaal gaat deporteren, wegvoeren in ballingschap, en daarna gaat hij het land van Juda en de stad Jeruzalem en de tempel daarin kapotmaken. Zo waarschuwt Jesaja in hoofdstuk 1-39.

Het tweede deel van het bijbelboek, hoofdstuk 40-55, pakt de draad dan op als het wegvoeren en het verwoesten een feit zijn. Wonderlijk genoeg gaat de profeet toch verder. En wonderlijk genoeg komt de profeet met de mooiste beloften. Net zoals God vroeger zijn volk had bevrijd en ze uit Egypte naar het beloofde land had gehaald, net zo gaat God ze nu uit Babel bevrijden en opnieuw naar het beloofde land halen. Opnieuw een soort van Exodus. En feitelijk, zoals God eenmaal de wereld gemaakt had, en kijk, het was goed, net zo gaat God opnieuw de wereld herstellen, het lijkt wel een nieuwe wereld. Opnieuw een soort van Genesis. Opnieuw goed.

En nu is dus mijn voorstel om het derde deel van het bijbelboek Jesaja te lezen als profetie voor de tijd van na de terugkeer. En dat dan de situatie is: eerst was het oordeel gekomen. De koning van Babel had iedereen meegenomen. Het beloofde land was verwoest. Maar God was wel met hen verder gegaan. Een volgende koning had de Joden terug laten gaan naar hun land. Een veelbelovend begin! Het eerste herstel van de stad en het land was een feit, de wederopbouw was begonnen!… Maar nu hapert het… Grote beloften van een nieuwe bevrijding en een nieuwe wereld… Maar wat komt er nu van terecht? Waar is God mee bezig? Waar is God? Verstopt Hij zich?

En hoe langer ik zo over Jesaja nadenk, hoe meer ik overeenkomsten zie tussen die tijd van het slot van Jesaja en de tijd van vandaag. Denk even mee: ook wij weten van Gods oordeel over zonde. Sterker nog: in de dood van Jezus hebben we gezien hoe serieus dat oordeel is. Maar tegelijk hebben we gezien dat dit niet het einde was. God ging verder. God begon opnieuw. En ook wij hebben grote beloften gehoord. De belofte dat God ook ons zal bevrijden uit het slavenhuis van de zonde en ons naar huis zal brengen in zijn stad, het rijk van God. De belofte dat God de hele wereld, alle dingen nieuw maakt. Maar wat komt er nu van terecht? Waar is God mee bezig? Waar is God? Verstopt Hij zich? De vraag van Gods volk uit de tijd van Jesaja is een vraag die ook ik vandaag herken.

III.

Maar als onze tijd lijkt op die van hen en hun vragen op die van mij, is er dan misschien iets te leren uit hoe zij met deze vraag naar God toe omgingen? Ik ben bang van wel… Dat wil zeggen: in Jesaja 58 lees je volgens mij hoe onze broers en zussen van toen op zoek waren naar God. [6] Serieus op zoek waren naar God. Maar dan lees je ook hoe zij in hun zoektocht de fout ingingen. Ze hebben een blinde vlek en Jesaja confronteert hen daarmee. En nu is natuurlijk de vraag: hebben wij diezelfde blinde vlek? En confronteren de woorden van Jesaja ons daar dan ook mee? Laten we kijken!

De manier waarop de mensen van toen op zoek waren naar God, was de manier waarop ze dat gewend waren. Ze hadden nog steeds de boeken van Mozes, ook in de tijd van Jesaja. In de boeken van Mozes stond natuurlijk van alles, maar daarin stond ook dat als je serieus op zoek was naar God, dat, zeg maar, gedrag dat daarbij hielp was dat je je hield aan [1 2] het vasten en aan de sabbat [7]. Ik leg het uit. Als je op zoek bent naar God, dankun je gaan vasten, dus op vaste momenten of perioden niet of minder eten. Dat helpt je om echt je afhankelijkheid te ervaren en zo zet je  je open voor God. Dus het helpt je God te zoeken. En misschien herken je daar iets van in je eigen vasten, zoals je dat kunt doen in de veertigdagentijd. Of je houd je aan de sabbat. Eén dag in de week ga je niet aan het werk, maar die geef je aan God. Daarmee schuif je heel concreet allerlei afgodjes aan de kant, afgodjes zoals geld verdienen en hard werken en noem het maar op. En daarmee ontstaat ruimte voor God, naar wie je op zoek bent. Oké? Vasten en sabbat vieren, als vormen van gedrag, die ruimte maken voor God. Die je helpen God te zoeken.

Maar het werkte niet. Ze probeerden het serieus, maar ze kwamen God er niet mee op het spoor. Ze deden echt hun best, maar het leek wel of God zich bleef verstoppen. Wat nu? Speelde God een spelletje? Had Mozes zich vergist? Niks daarvan. Mozes heeft groot gelijk en God is heel serieus. Het probleem zit hem bij onze broers en zussen van toen. Want één van de doelen van vasten is dat je door je lege maag ervaart: ik heb zelf werkelijk niks waardoor ik mijzelf overeind kan houden; alles wat ik heb, heb ik alleen maar gekregen. En net zo is één van de doelen van de sabbat dat je doorkrijgt: ik kan 24/7 ploeteren en zweten, maar aan het eind is alles waarvan ik denk dat het van mij is, een cadeau van God. Zo was het de bedoeling.

Nu de praktijk – dat ging zo: wel vroom vasten, maar ondertussen het eten van andere mensen stelen; wel braaf sabbat vieren, maar ondertussen je personeel laten ploeteren. Ze deden vroom [8], maar ze negeerden hun naasten. En dat soort vroomheid, zegt God, daar koop Ik niks voor. Als je denkt dat Ik daarop wel ga reageren, dan heb je het mis. Als dit is hoe je Me zoekt, vergeet het dan maar. Dan ga je Me niet vinden. Dan houdt Ik Mij verborgen. Herkenbaar? Hm… Weet je, mijn boodschap is tot nu toe: onze Joodse broers en zussen waren in de tijd van Jesaja op zoek naar God. Maar Hij liet zich niet vinden. Waarom niet? Kennelijk hierom: omdat zij deden alsof ze niet thuis waren, wanneer hun broers en zussen bij hen aanklopten. En op dit punt is dus de vraag aan ons: als jij of ik of wij God soms niet kunnen vinden, kan dat soms ook komen omdat wij ons niet als naaste door onze naasten laten vinden?

[9] Ik ben er zelf vrij goed in om weg te kijken bij het leed van een ander. Het journaal sla ik bij voorkeur over. En ik kan ook heel goed allerlei problemen van anderen weg analyseren. Zo van: niet echt mijn schuld, dus ook echt niet mijn probleem. Ik ben best goed in verstoppertje spelen. Bovendien, ik ben ook gewoon niet in staat al het leed van de wereld op mijn schouders te nemen. Dus ik voor mij snap het punt wel dat Jesaja hier maakt. Als ik zeg dat ik God wel eens kwijt ben, dan kan God terecht aan mij vragen of ik er dan wel ben voor mijn naaste.

IV.

Maar wat is dan de oplossing? Of waar moeten we beginnen? Ik denk echt dat Jesaja ons hier meegeeft, waar we dan mee kunnen beginnen. Jesaja zegt: [10] ‘Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt zegt Hij: ‘Hier ben Ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt.’ ‘De hongerige schenken wat je zelf nodig hebt.’ Of in de Herziene Statenvertaling: [11] ‘Als u uw hart opent voor de hongerigen.’ Of in mijn eigen woorden – en let op, want hier maak ik een keus, die volgens mij terecht is én belangrijk, [12] ‘wanneer je de hongerige schenkt wie je zelf bent.’ Als ik de profeet van de Heer goed begrijp, is dat wat Hij van mij vraagt. Is dat zijn oplossing. Dat ik mij niet verstop, maar dat ik mij geef, van harte, mij zelf. [13]

Maar wat betekent dat dan? Wel. heel gewoon, dat ik de mensen om mij heen niet als dingen zie, maar als mensen. Geen objecten buiten mij, maar medemensen met mij. Heel gewoon, dat ik mijn klasgenoten en mijn straatgenoten niet negeer, maar open voor ze ben. Dat ik groet wie ik ontmoet. Dat ik de namen van mijn werknemers ken. Dat het beleid dat ik help ontwikkelen aan mensen ruimte laat om mens te zijn. Dat ik jou en jou in de ogen kijk, of anders dat ik nieuwsgierig naar je ben. En dat ik royaal voor je ben, omdat we niet elkaars concurrenten zijn in de strijd om te overleven, maar omdat we allemaal door God geschapen zijn en in die zin broers en zussen, kinderen van één God. Ik kan niet de problemen van de wereld oplossen. Hoeft ook niet, dat is God zijn werk. Een nieuwe Exodus, een nieuw Genesis. Maar jij en ik, wij kunnen wel afspreken dat wij open en eerlijk met elkaar omgaan. En als wij falen dat erkennen. En elkaar blijven zoeken. En onszelf niet verstoppen.

Sta me toe dat ik het even nog dichterbij breng. De Ichthuskerk. Ik heb oprecht de ervaring gehad dat als je hier ziek bent, dat de anderen je dan niet zien als een geval of een ding of een dominee ofzo, maar dat ze je dan zien als mens. Dat was wel een ontroerende ontdekking. Maar ik heb nu een paar keer gehad, dat in een goed gesprek iemand belangstellend naar míjn ervaring bij ziekte vraagt en ik gewoon eerlijk dít deel, dat er dan ook precies andere ervaringen opduiken. Van niet gezien zijn. Je niet gezien voelen. En dan weet ik het even niet meer. Heb ik mij vergist? Vergissen die anderen zich? Ik denk het eigenlijk (twee keer) niet. Ik denk dat we allebei ervaren hebben, wat we hebben ervaren. Maar hoe zit het dan wel? Misschien wil jij daar zelf ook nog eens over nadenken. Hoe dat dan in deze gemeente zit. Qua open en eerlijk met elkaar omgaan. Falen erkennen. Elkaar blijven zoeken. En onszelf niet verstoppen.

En als dit inderdaad is wat God van ons vraagt, dan snap ik Hem ook nog wel. Kijk, Hij is God. En Hij heeft beloofd dat Hij de grote bevrijder is, die de wereld gaat herscheppen. En dat hele project, wees gewoon eerlijk, dat is ons gewoon een paar maten te groot. Die nieuwe Genesis, die nieuwe Exodus, dat kunnen wij nooit. Maar dat jij en ik op onze bescheiden plaats er wel voor kiezen om niet tegen Hem in te gaan, maar met Hem mee te doen. Dus ook onszelf openstellen voor elkaar. Royaal voor wie dat nodig heeft. Lijkt een beetje op dat ene verhaal van de Heer Jezus. Over een man met een enorme schuld bij de koning en dat die koning hem dat toen kwijtschold – totdat die koning hoorde dat onze man zelf niet bereid was een knullig leninkje te vergeven. Toen kon hij de gevangenis in, niks geen vrijheid en een nieuw leven. En even denk je: huh, is dat hoe het werkt bij God? Zijn genade was toch voor altijd? Maar ergens kan ik God hier wel volgen. Als Hij onze bevrijder is en de vernieuwer van onze wereld, maar ik kies ervoor om hardnekkig volgens de regels van mijn oude wereld te leven, zonder een ander echt te zien, zonder hem of haar te vergeven… tsja, dan maak ik mijzelf ongeschikt voor die nieuwe wereld van God.

 V.

En over Jezus gesproken… Dit is het beeld dat Hij schetst van het moment dat zijn nieuwe wereld begint: ‘Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. [14] Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” [15] Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” [16] En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’

‘Voor mij…’ Boeiend. [17] Dus als jij op zoek bent naar God, en Hij lijkt zich voor jou te verstoppen, en jij vraagt waarom Hij jou niet ziet staan… En als Hij dan door middel van zijn profeet zegt: ‘Maar zie jij je naaste wel staan? Of verstop jij je voor haar? Ben jij wel bereikbaar?’ En dat jij dan denkt: ‘Hij heeft gelijk, dit ga ik doen! Ik verstop mij niet langer, maar ik geef mezelf.’ Dat dan blijkt dat God al die tijd verborgen was in die naaste van je… Boeiend. Lees als je wilt nog een keer met me mee, Jesaja 58. [18] ‘Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wie je zelf bent en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.’ Dan denk ik: ‘Heer, laat die nieuwe schepping maar komen. Maar dat is uw werk. Het echte werk zult U moeten doen. Maar help mij op mijn plek die bevrijdende boodschap vorm te geven en mij niet te verstoppen. Niet voor U en dus niet voor mijn naaste.’

Amen.

Scroll naar boven