30 augustus 2026 – Genesis 5 – Een goed verhaal

Zingen:                               Lied 513: 1, 2, 3, 4 (God heeft het eerste woord)

                              GK Psalm 96a (Zing en speel voor de Heer van ganser harte)

Gebed

Bijbellezing:       Genesis 1: 26 – 2: 7; Genesis 4: 25 – 5: 5             

Zingen:                               Opwekking 355 (U die mij geschapen hebt)

Preek                   Genesis 5: 1-2

Zingen:                Opwekking 689 (Spreek, o Heer, door uw heilig woord)

                              Geloofsbelijdenis van Nicea

Gebed  

Collecte              

Zingen:                Sela, Toekomst vol van hoop

Zegen

[1] Genesis 5: 1-2

I.

[2] ‘En, heb jij nog goede verhalen overgehouden aan je vakantie?’ Dat is een vraag die ik je kan stellen, vandaag, in deze periode. De vakantie is achter de rug, we gaan weer verder met school en werk, met kerk en sport… Dus, nog goede verhalen? En dan kun jij vertellen wat je hebt meegemaakt en hoe mooi het was en hoe ver… Ja, of net niet, natuurlijk. Misschien viel het wel wat tegen. Of is wat jou is overkomen juist niet een goed verhaal. En zoals het is met je vakantie, zo is het misschien ook als ik wat door zou vragen. En je weet, doorvragen, dat is net wat we doen in de kerk. Dus ik kan dieper doorvragen dan je vakantie. Ik kan doorvragen naar je leven… ‘En, is jouw leven nog een beetje een mooi verhaal?’ En wie weet kun jij opnieuw allemaal mooie dingen vertellen. Een goed verhaal. Ja, of net niet… ‘Een goed verhaal? Maar Rinze, je weet toch wat me is overkomen? Je weet toch wat we meemaken? Echt geen goed verhaal. Of in elk geval geen mooie hoofdstukken…

II.

Een goed verhaal. Ik wil vandaag een preek houden over wat de Bijbel is. [3] En de Bijbel is vooral een goed verhaal. En de Bijbel is nog veel meer, maar dat komt een andere keer wel weer. Wij christenen geloven van de Bijbel dat het een goed verhaal is. En dan niet mijn privé-levensverhaal, maar het verhaal eerst van God, en over God, en dan ook over ons. En wij geloven dat in dat grote goede verhaal van de Bijbel, het verhaal van dat leven  van ons ook een plekje heeft. En daarover wil ik vanmorgen graag preken. Het goede verhaal van de Bijbel.

Ik wil graag vooraf even zeggen hoe ik bij dit onderwerp kom. Toen ik hier vijf jaar geleden in Rotterdam begon leek het me een goed idee om telkens per jaar bepaalde onderwerpen te bepreken, onderwerpen die altijd al in het onderwijs van de kerk voorkomen. Want al vanaf het begin van de kerk is er steeds gepreekt over onderwerpen zoals het gebed, de wet en de geloofsbelijdenis. Dus het eerste jaar heb ik een aantal preken gedaan over het Onze Vader. Het jaar, of het seizoen, daarna over de Tien Geboden en toen was de geloofsbelijdenis aan de beurt. Dus ik had in oktober 2024 daarvoor een plannetje klaar, maar misschien heb jij dat ook wel eens met plannetjes: dan loopt het verhaal in de praktijk toch even anders.

Mooi, we zijn twee jaar verder en ik probeer het gewoon opnieuw. Het komende jaar een aantal preken over onderwerpen uit onze belijdenis. Maar dan wel met een beetje vrijheid. Ik neem de vrijheid om niet letterlijk de Twaalf Artikelen te volgen, maar om verschillende onderwerpen uit de leer van de kerk aandacht te geven. En ik wil dat dan doen, niet door over elk onderwerp, zeg maar, alles wat de Bijbel erover vertelt op een rijtje te zetten, maar juist door vanuit één Bijbeltekst één element van het onderwerp wat meer uit te diepen. En dus vandaag over de bijbel als een goed verhaal, met als invalshoek Genesis 5: 1-2.

III.

Als eerste: [4] de Bijbel is het verhaal van God. Niet mijn levensverhaal, maar zijn levensverhaal. In de bijbeltekst vanmorgen begint het verhaal met deze woorden: ‘Toen Gód Adam schiep, maakte Hij hem …’ De Bijbel is het verhaal van God. Ik bedoel daarmee beide dingen: de Bijbel is het verhaal dat over God gaat en de Bijbel is het verhaal dat God zelf wil vertellen. Want dat is de claim van de Bijbel zelf. Van de Bijbel zelf… maar ja, hoe weet ik dan dat de Bijbel gelijk heeft? Hoe weet ik dat de Bijbel de waarheid spreekt?

Ik nodig je uit om de Bijbel serieus te nemen. Het is de eeuwen door de ervaring geweest van het volk van God en de ervaring van gelovige mensen van over de hele wereld, dat dat een goed idee is, om de Bijbel serieus te nemen. Als Bijbel. Als het verhaal van God, over God. Niet omdat, bij voorbeeld, de Bijbel zo’n goed geschiedenisboek is. Of omdat de Bijbel zo’n goed natuurkundeboek is. Want dan vergelijk je de Bijbel met mensenboeken. En dat is prima en dat is interessant. Maar de Bijbel heeft niet pas wat te zeggen, nadat wij eerst bepaald hebben wat en hoe de Bijbel mag spreken. Het is andersom: deze Bijbel doet een beroep op ons en wij geloven deze waarheid, voordat wij een soort wetenschappelijke meetlat naast de Bijbel leggen. En als de Bijbel dan de schepping op een andere manier vertelt dan de Big Bang Theory, prima – maar ga dan na wat God ons met deze manier van vertellen wil zeggen. Zoals dat er een Schepper is, die groot is en goed. Laat Gods Geest je daarmee overweldigen en raken.

Vroeger heeft de kerk het zo geformuleerd (en dat gaat over al de boeken die samen de Bijbel vormen): [5] ‘Wij ontvangen al deze boeken als heilige norm om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij betuigen. [6] Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs  blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren.’ Dat staat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis uit de 16e eeuw, in hoofdstuk 5. Sterke woorden. Maar volgens mij zeg je als kerk hiermee: de Bijbel vertelt het verhaal van God. Zo begint het. En zo willen we de Bijbel ontvangen. En eigenlijk is het nu aan God om zijn verhaal ook waar te maken, dat wat hier verteld wordt ook echt gebeurt en gaat gebeuren.

IV.

Een volgende stap: de Bijbel vertelt het verhaal van God en ons. [7] Dus: de Bijbel vertelt het verhaal van God en van jou. En van mij. En van alle mensen. ‘Toen God Adam schiep, maakte Hij hem zo dat hij leek op God.’ We geloven dat ons verhaal vanaf het begin aan dat van God is verbonden. Dat God zelf vanaf het begin al die verhalen van ons aan zichzelf heeft verbonden. Als je Genesis 5 verder leest, dan ga je ze tegen komen: Adam, Set, Enos…, al de namen uit het begin. Namen van mensen die wij niet meer kennen. Namen van mensen met onbegrijpelijk hoge leeftijden. En eigenlijk kan ik het me voorstellen dat een moderne bijbellezer dan de neiging heeft om af te haken. Zoals de Bijbel begint, de schepping, dat is al moeilijk te rijmen met onze natuurkunde en geologie, maar als van Adam dan verteld wordt dat hij 930 werd enzovoort enzovoort, weet je, dat past gewoon niet bij onze biologische kennis en bij onze kennis van geschiedenis.

Oké. Let op. Ik maak hier een keuze. Ik ga in deze preek niet vertellen hóe je dit verhaal moet lezen, ik ga je niet vertellen hóe de Bijbelse geschiedenis misschien wel of misschien niet te verenigen is met andere kennis die we hebben; ik ga je vertellen hoe belangrijk het is dát de Bijbel dit vertelt. Weet je, wát hier allemaal staat is één ding en daar kun je allerlei preken over houden. In deze preek wil ik het hebben over dát het er staat. Dat Israël en de kerk déze vertelling hebben ontvangen als heilig, als het verhaal van God en ons. En ik wil je uitleggen hoe belangrijk dat is aan de hand van een beeld dat ik geleend heb van collega Koert van Bekkum (dus Koert: bedankt).

Stel je je voor dat je samen oude foto’s zit te bekijken. Échte oude foto’s, op papier. Oude foto’s van jullie familie. Hoe gaat dat dan? Je bladert terug. O kijk, zeg je, die foto daar zit een scheur in, en die is helemaal vergeeld. Want dat is zo. O kijk, zeg je dan, wat hebben ze daar een rare kleren aan, het ziet er niet uit. Maar kijk, zeg je dan, moet je nou kijken, die ogen van opa, dat zijn precies die van jou. Of ook, o ja, die foto, dat is die tante, die heeft in de oorlog haar Joodse buren verborgen, zo goed van haar, die foto moeten we nooit vergeten… Snap je dat dit een onderdeel is van wat er gebeurt als Israël en de kerk de Bijbel lezen? Dat we dan terugbladeren in plaatjes, verhalen van vroeger? En het klopt, soms lijkt het nergens naar, wat je dan ziet. Zulke gewoonten, dat kan echt niet meer. Of ook: daar zit zo’n scheur in, ik kan niet precies zien wat dit betekent. Maar ik herken ze wel. Misschien niet meer hun uiterlijk, na zoveel generaties. Maar wel hun passie en de keuzes die ze maken. Dat moeten we niet vergeten.

En weet je wat de Bijbel daar dan over zegt? Dat als je ver genoeg terugbladert, dat je dan uitkomt bij God. Ook als je niet meer kunt nagaan wat er onderweg allemaal gebeurd kan zijn. Het hoe. Maar dát je uitkomt bij God. Dat is de reden dat Israël, het volk van God van vroeger, al die geslachtregisters en al die verhalen heeft willen bewaren. En ik zou zeggen: dank jullie wel. Dát jullie het gedaan hebben. Dat God het jullie heeft laten doen. Want Hij wil zich vanaf het begin met ons verbinden. De Bijbel: het verhaal van God en ons. Kijk maar hoe het staat in Genesis 5. ‘Toen Adam 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek, die zijn evenbeeld was.’ Zie je die ogen? Precies zijn vader. Ja. Want toen God Adam schiep maakte Hij hem zo dat hij leek op God. Zie je die passie, zie je die deugden? Precies zijn Vader. De Bijbel vertelt het verhaal van God en ons.

V.

Er zit nóg iets in deze bijbeltekst dat ons iets vertelt over de Bijbel en wat de Bijbel wil zijn. Namelijk: de Bijbel vertelt dat het verhaal van God en ons verder gaat. Verder. [8] Het gaat door. Het wordt vervolgd. In het bijbelboek Genesis kom je een paar keer een uitdrukking tegen, die je steeds een beetje anders wilt vertalen, met ‘geschiedenis’ of met ‘nakomelingen’ of met ‘afstamming’, maar die wel steeds hetzelfde betekent. Namelijk: ‘het verdere verhaal’.  [9] Toledot, t-o-l-e-d-o-t, maar dat mag je weer vergeten. [10] Wordt vervolgd. En die uitdrukking wordt in het boek Genesis telkens gebruikt, als een bepaald verhaal al begonnen is, maar dat het dan een soort van nieuwe start maakt. Bij voorbeeld op de grens van Genesis 1 en 2. Daar staat: ‘Dit is ‘de geschiedenis’ (toledot) van de hemel en de aarde, zo werden ze geschapen.’ Zie je? We zijn begonnen en nu begint een nieuwe invalshoek. Het verdere verhaal. Ook bijvoorbeeld bij het begin van wat er over Noach verteld wordt. ‘Dit is ‘de geschiedenis [van Noach] en zijn nakomelingen’ (toledot).’ Hij is al geïntroduceerd, maar hoe ging het nu verder.

En die uitdrukking staat ook in Genesis 5: 1. ‘Dit is de lijst van ‘nakomelingen’ (toledot) van Adam.’ Dus: ‘dit is het verdere verhaal van Adam.’ En precies dat kenmerk van het begin van de Bijbel, uit het boek Genesis, dat heeft je iets te zeggen over de hele Bijbel. Dit is het verhaal van God, het verhaal van God en ons, en dat verhaal is een verhaal dat verder gaat. Vanaf het begin, Genesis 1 en 2, via het begin van de zonde en via de moord van Kaín op Abel. Het gaat verder, met Adam en Eva, met Set en met Enos, met het aanroepen van de naam van de Heer en met het wandelen met God, met geboren worden en met kinderen krijgen, met leven en met sterven. Met kinderen krijgen? Maar wacht, dat is, heel verdrietig, niet aan iedereen gegeven. En met sterven? Maar hoe is het verhaal van God en ons dan een verhaal dat verder gaat? Wordt  vervolgd?

Moet je eens horen hoe het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, hoe dat begint. Dit is Matteüs 1: 1. ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.’ ‘Overzicht van de afstamming.’ Geloof me, opnieuw dezelfde uitdrukking. We zijn begonnen en we hebben een bepaald punt bereikt. Tijd voor een nieuwe invalshoek. Tijd voor het verdere verhaal. En Matteüs met een dikke knipoog, gebruikt letterlijk de uitdrukking die hij in zijn vertaling van Genesis 5: 1 leest. En iedereen die weet hoe het werkt als je een verhaal schrijft en als je het leest, die begrijpt de hint. Door dezelfde woorden te gebruiken, laat Matteüs het evangelie van Jezus, de zoon van David, de zoon van Abraham, aansluiten bij het verhaal van Adam en dan verdergaan. Het evangelie. Dat betekent: de blijde boodschap. Of in gewoon Nederlands: een goed verhaal. En het wordt vervolgd.

Ik wil graag voorlezen wat we als kerk nog meer belijden over de Bijbel. Dit komt uit de Heidelbergse Catechismus. Er is in de Catechismus eerst verteld waar de wereld vandaan komt en de zonde en de dood en er is ook verteld welk goede verhaal God daartegenover zet en dan is de vraag: ‘Waaruit weet u dat?’ Antwoord: [11] ‘Uit het heilig evangelie. God heeft dat zelf eerst in het paradijs geopenbaard. [12] Daarna heeft Hij het door de heilige aartsvaders en profeten laten verkondigen. Ook heeft Hij dat evangelie van tevoren laten afbeelden door de offers en andere schaduwachtige (een beetje vergeelde) gebruiken die Hij in de wet had voorgeschreven. [13] Ten slotte heeft Hij het door zijn eniggeboren Zoon vervuld.’

VI.

En juist omdat het goede verhaal van de Bijbel, het goede verhaal van God en ons in Christus is vervuld, juist daarom gaat het door. Ook vandaag. Ook in jouw leven. [14] Als goed verhaal. Zoals het al stond in Genesis 5: 2: ‘Toen God de mens geschapen had, zegende Hij hen en noemde hen mens.’ Hij zegende hen. Zegenen is dat God je naam noemt en zijn liefde en trouw aan jouw naam verbindt. Zo wordt jouw verhaal een goed verhaal. Een goed verhaal. Ja, of net niet… ‘Een goed verhaal, maar Rinze, je weet toch wat me is overkomen? Je weet toch wat we meemaken? Echt geen goed verhaal. Of in elk geval geen mooie hoofdstukken.’ …Weet je, je hebt gelijk. Wie ben ik om je tegen te spreken, wanneer jij jouw verhaal vertelt en het is geen goed verhaal…

Maar als ik nu de Bijbel goed gelezen heb, het goede verhaal van God en ons, het verhaal dat verder gaat, weet je, ik geloof dat het ook betekent dat ergens, net buiten ons gehoor, een Vader en een Zoon jouw familieverhaal zitten te lezen en dat van mij en dat van allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God tot zich zal roepen. ‘Kijk, zegt de Zoon, en Hij laat jouw foto zien en Hij noemt met liefde jouw naam, kijk, die ogen, precies haar Vader.’ ‘Kijk, zegt de Vader, en Hij ziet jou voor zich, kijk, die passie, die keuzes, echt ons evenbeeld.’ En ik weet het, dat plaatje van mij, van jou, krassen hier, vlekken daar, het ziet er niet uit. Maar Hij maakt jouw verhaal een hoofdstuk in zijn verhaal. Geloof me. Een goed verhaal? Hij maakt het waar. Wordt vervolgd.

Amen.

Scroll naar boven