Logo breed NGK Ichthuskerk 2024 - Rotterdam

NGK Rotterdam

30 juli 2023 – Maleachi 3 – Mag ik de rekening?

Welkom                                                           

Votum & groet

Zingen:                Liedboek 1973 Lied 125: 1, 3, 4/ O kom, o kom, Immanuel          

De Tien Woorden

Zingen:                 DNP Psalm 1: 1, 2, 3/Gelukkig wie verkeerd gezelschap mijdt

Gebed

Bijbellezing:        Maleachi 3: 13-24                                                                                     

Zingen:                DNP 37: 1, 2, 8/Wees niet afgunstig op wie onrecht plegen

Preek                    Maleachi 3: 16

Zingen:                 Lied 481: 1, 2, 3/Hoor, de engelen zingen de eer

Gebed                 

Collecte              

Zingen:                 Opwekking 44: 1, 2, 3/Geprezen zij de Heer, die eeuwig leeft

Zegen                  

Maleachi 3, 16

[1]       Mag ik de rekening?

            Ja, ik dacht, ik moet beginnen met een zinnetje dat wel past bij de vakantie. En ik weet niet hoe het jou vergaat, maar in de vakantie zit ik iets vaker op een terrasje, om iets te eten of om iets te drinken. En op een gegeven moment is het feestje over en moet je weer verder en je komt er niet om heen. Iemand moet het vragen. Mag ik de rekening? En dan schrik je, van die rekening, ja, of niet, want je was er zelf bij tenslotte. En stiekem, want ik ben nu eenmaal dominee, stiekem is dat ook een vraag die je, en eigenlijk ook wel net in de vakantie, als je een beetje tot rust en bezinning komt, stiekem is het ook wel een vraag om op gegeven momenten bij je leven te stellen. [2] Mag ik de rekening? Om voor jezelf eens op een rijtje te zetten: wat heb ik in het afgelopen jaar opgeleverd? Wat zijn de bonuspunten die ik heb binnengehaald? En natuurlijk ook: wat heb ik gekost? Wat is de schade van mijn leven, van mijn manier van leven, voor de mijzelf, voor de mensen om mij heen, voor de wereld van God, voor God misschien? En is dat schrikken, dan, ondanks dat ik er zelf bij was? – Mag ik de rekening.

            Op een bepaalde manier zijn we in het lezen van Maleachi ook eraan toe om de rekening op te maken, [3] de slotsom van Maleachi. Toen ik eind juni zag dat ik in juli een aantal zondagen achter elkaar op de preekstoel zou staan, ben ik op zoek gegaan naar een bijbels onderwerp voor een kleine prekenserie. Het werd Maleachi. Waarom? Allereerst: qua kerkelijk jaar zitten we een beetje in de pauzestand, tussen de tijd van Pinksteren die allang voorbij is en voordat het over een hele poos weer verder gaat met advent. Vervolgens: ik vind het normaal dat ik door het jaar heen meer over het Nieuwe Testament preek, dan over het Oude Testament. Ik heb het Nieuwe Testament nodig om God en de Bijbel te begrijpen en jullie denk ik net zo goed. Maar juist in zo’n stil moment, zo aan het begin van de vakantie, is het dan een goed idee om nog eens in het Oude Testament te lezen, op zoek naar waar we ook al weer vandaan komen. En Maleachi beloofde genoeg opvallende dingen te zeggen om een paar keer over te kunnen preken. Vandaag de laatste, en we maken de rekening op.

            Het slotgedeelte van Maleachi heeft in zichzelf ook dat karakter. Hier worden de dingen nog een keer samengevat, hier wordt de conclusie getrokken, hier worden de losse eindjes aan elkaar geknoopt, hier wordt de rekening opgemaakt. Ik herinner je nog één keer eraan hoe Maleachi begon. Maleachi opende met een saluut voor de liefde van God. [4] Het begon met Gods liefde. ‘’Ik heb jullie lief,’ zegt de Heer.’ Dat het volk van God dat daar woont in een half herbouwd Jeruzalem het maar even weet. Hij heeft ze niet voor niets uit ballingschap teruggehaald. Thuiskomen bij God is thuiskomen bij zijn liefde. Maar op basis van deze liefde heeft God wel de nodige kritische vragen. Naar hun offergedrag (geef jezelf – de zevende wet van de liefde), naar hun verwachtingen van God (werkt liefde wel?), naar hun huwelijksgedrag (wees wijs met je liefde), naar hun (niet) geven van de tienden (geef ze wel en raak nooit meer failliet).  En nu zijn we aan het eind van de discussies gekomen en wordt het tijd om de rekening op te maken. Mag ik de rekening?

            Ik lees dat ook hier in het slot van Maleachi zelf. In 3, 13-15, het begin van wat we net lazen, komt er nog één discussiepunt aan de orde. [5] Het eindigt met nog één discussie. ‘’Jullie hebben tegen elkaar harde woorden over Mij gesproken,’ zegt de Heer.’ En ergens is dat van Gods kant de samenvatting van wat Hem in hun gedrag en in hun keuzes en in hun woorden, wat Hem daarin tegen de borst stuitte. En als God dan uitlegt wat ze over Hem hebben gezegd, dan leest dat in Maleachi 3 als een samenvatting van al die andere punten: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen en ons in een boetekleed hullen voor de Heer van de hemelse machten?’ Dat is de samenvatting van hun vragen, van hun kritiek, en deze samenvatting is in zichzelf ook weer een rekening, een balans: wat kost het ons en wat levert het ons op, dat hele dienen van Jahwe? Maleachi 3: 13-15: nog één keer alles op tafel, nog één keer een samenvatting.

            Maar hoe dan verder? Eigenlijk: wel opvallend, hoe het dan verder gaat. Dit is de tekst voor vanmorgen, Maleachi 3, 16: ‘Zo spraken de mensen die ontzag hadden voor de Heer met elkaar, en de Heer hoorde het en luisterde met aandacht. Ten overstaan van de Heer werden in een boek de namen van de mensen opgetekend, die ontzag voor Hem hadden, die zijn naam hoogachtten.’ Dus [6] God maakt de boeken op. Ik vind dat vers opvallend genoeg om straks nog wat meer over te zeggen. Maar eerst ga ik nog even door met uitleggen hoe Maleachi 3 als geheel de rekening opmaakt van wat er in het boek besproken is. Maleachi 3, 17-21 gaat dan verder over dat verschil tussen mensen mét en mensen zónder dat respect voor de Heer. Aan de ene groep wordt heling beloofd, herstel, aan de andere groep wordt ondergang beloofd, het einde. De rekening wordt opgemaakt.

            En dan volgt in Maleachi 3, 22-24 nog dat stukje over Mozes, de man die centraal stond in het verhaal van zeg maar de grondlegging van Israël, en over Elia, de man die hier en overal de grote en kleine profeten van God vertegenwoordigt. En de oproep is om Mozes trouw te zijn en om een nieuwe Elia, een nieuwe profeet te verwachten. [7] En het is net of het hele Oude Testament bij zijn vier hoeken wordt opgepakt en opgetild en aan de mensen wordt overhandigd: dit is het, hier moet je het mee doen. Dit is, zegt God, wat ik ervan kan maken. Dit is mijn conclusie. Dit is hoe Ik halverwege de geschiedenis de rekening opmaak. Doe er je voordeel mee. Doe er je voordeel mee. Doe er je voordeel mee. Want anders… ‘want anders zou Ik het land volledig moeten vernietigen.’ [8] De cirkel is rond. Het Oude Testament begon met de schepping en met God die het uitriep: wat is dit mooi! Het Oude Testament eindigt met de balans en met de keus in de handen van mensen. Doe dit en leef als gezegende mensen. En anders? En anders loopt het uit op vernietiging, loop het uit op een vloek.

            En de sleutel in dit slot vind ik dan in Maleachi 3, 16. [9] Want daar gaat het over mensen die aan het oordeel van Jahwe ontkomen en over hoe dat dan gaat. Laten we die woorden nog een keer lezen:  ‘Zo spraken de mensen die ontzag hadden voor de Heer met elkaar, en de Heer hoorde het en luisterde met aandacht. Ten overstaan van de Heer werden in een boek de namen van de mensen opgetekend, die ontzag voor Hem hadden, die zijn naam hoogachtten.’ Er wordt hier dus gesproken, geluisterd en gerekend. Allereerst gesproken, en dat is opvallend, dat wil zeggen, hoe er dan gesproken wordt. Want dat sluit dus aan bij het begin van wat we vanmorgen lazen, namelijk: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen?’ Kennelijk kan dat samengaan, dat je ontzag hebt voor de Heer en tegelijk eerlijke vragen stelt. Kennelijk kan dat samengaan, dat je realistisch om je heen kijkt en de nodige kwesties tegenkomt, maar dat je dat doet met een houding van respect. Tenminste, als dat is wat er staat. Want ik moet eerlijk zijn dat er soms ook wordt vertaald: ‘Toen…’ ‘Toen spraken de mensen die ontzag hebben voor God met elkaar.’ Maar zelfs dan ligt het voor de hand dat ze met elkaar praatten over deze vragen. Linksom of rechtsom, het verschil tussen geloof en ongeloof zit hem niet in de vragen die je stelt, maar hoe je ze stelt. [10] In gesprek over hoe je God waardeert.

            ‘En de Heer hoorde het en luisterde met aandacht. Ten overstaan van Hem werden in een boek de namen van de mensen opgetekend…’ Jahwe is de God die ziet. Jahwe is de God die doet. Jahwe is de God die is. Maar Jahwe is ook de God die hoort. En Hij is de God die luistert. Dankjewel, Maleachi, dat jij het in je boek, dat jij het daar aan het eind van het verhaal van het Oude Testament, dat jij het nog eens voor ons onder woorden brengt. Dankjewel dat jij erom denkt dat wij het niet zullen vergeten. Het leven zit vol vragen, of het nu de vragen zijn van toen rond de herbouw van Jeruzalem en het omgaan met de Perzische overheersing, of de vragen van vandaag, over de scheuren in onze samenleving en over ons omgaan met Gods wereld, en over zulke vragen praat je met elkaar. En God luistert. Wat mij betreft mocht Hij wel wat meer antwoorden geven, maar als ik erover nadenk begint het wel hiermee, dat Hij luistert en dat ik dat weet en dat wij dat weten. Want als je dat weet, hou je er wel rekening mee. Hou je rekening met Hem. En precies dat lijkt hier wel de bedoeling.

            ‘Ten overstaan van Hem werden in een boek dat namen van de mensen opgetekend die ontzag voor Hem hadden, die zijn naam hoogachtten.’ Hier wordt geluisterd en gerekend. [11] In deze boekhouding van God staan aan de winstkant opgetekend de namen van de mensen die, ja wat? Die respect voor Hem hadden, die Hem de waarde gaven die Hem toekomt, die Hem waardeerden voor wie Hij is, en die zijn naam hoogachtten, die rekenden met zijn naam. De naam van God is Jahwe, ‘Ik ben’. Wat jij niet met God moet doen, is leven alsof Hij er niet is, er niet toe doet. Je mag Hem op tientallen manier benaderen, je mag bij Hem klagen, je mag aan Hem vragen, je mag Hem bedanken, je mag Hem toeschreeuwen – maar je mag Hem niet negeren. Ik weet niet hoe jouw leven eruit ziet vandaag. Is het er stil, misschien? Of is het juist chaos? Wat ik je vraag vandaag is om nog eens extra goed te luisteren, of het niet net God is die jou aandacht vraagt door de stilte heen, of juist door die chaos heen. ‘En Ik dan?’ zegt God. Geef Hem het respect waarop Hij mag rekenen. Erken Hem voor wat Hij waard is, de Heer, de God die nabij is.

            We lezen het slot van Maleachi, de rekening wordt opgemaakt, en we lezen de sleuteltekst van dat slot, Maleachi 3, 16. De vraag die blijft is hoe we dat nu gaan doen, dan. En feitelijk geeft Maleachi nog wel een voorzet, precies in die slotwoorden die eigenlijk een slotakkoord voor het hele Oude Testament zijn. ‘Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op Horeb wetten en geboden heb gegeven die gelden voor heel Israël. Voordat de dag van de Heer aanbreekt, die groot en ontzagwekkend is, stuur Ik de profeet Elia, en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders.’ [12] Luister naar Mozes en let op Elia. Bestudeer de woorden van Mozes, de dienaar van God, en blijf zoeken naar een goede toepassing van zijn regels en aanwijzingen in jouw leven en in jouw tijd. Blijf je richten op de lessen van de profeten, van Elia en de anderen, zodat je je zelf voorbereidt op het moment dat God zelf gaat ingrijpen, zodat je weet waarnaar je uit moet kijken. Je houding moet er één zijn van respect voor Jahwe en achting voor zijn naam. En die houding geef je vorm door te luisteren naar Mozes en uit te kijken naar Elia.

            Nu kun je vandaag met recht zeggen dat wij vandaag het Oude Testament voorbij zijn. En misschien vind je dat stiekem of minder stiekem nog wel prettig ook. Want al die regels en al die voorschriften van Mozes, daar zit ook iets vermoeiends aan. En ook dat eeuwige oordeel van al die profeten, die wil je misschien net zo lief niet zo nodig het laatste woord geven. En ik geef het je ook meteen cadeau: dit is het Oude Testament en wij leven in een nieuwe bedeling. En toch, voor de aardigheid, hoe zou jij scoren? Of laat ik voor mezelf spreken, als ik de rekening opmaak, hoe ziet mijn leven er dan uit, als ik reken met wat Maleachi aangeeft? De ethiek die Mozes aanreikt, als ik dat naast mijn eigen leven leg, dan is dat leven van mij een wat twijfelachtige mix van goed en fout. Ik mag God zij dank ook het goede zien en benoemen in dat leven van mij en in dat leven van jou. Als we dat zouden negeren zouden we het werk van de Heilige Geest tekort doen en iedereen weet dat je de Geest van God niet moet minachten.

Maar ik moet ook eerlijk onder ogen zien dat er dingen fout gaan in mijn leven. Al is het alleen maar aan collateral damage, de bijkomende schade van wat ik verricht. Als ik bij mijn moeder op bezoek ga, op zich een goede daad en in overeenstemming met het vijfde gebod, stoot ik geloof ik 60½  kilo CO2 uit en ik geloof niet dat dat ideaal is. En naast mijn directe fouten en naast de bijkomende schade had er ook regelmatig meer in gezeten, meer goeds, zeker als ik mijn leven af en toe vergelijk met waar de profeten van dromen. Dus… wat wordt de optelsom? Wat moet de conclusie zijn? [13] ‘Anders zou Ik het land volledig moeten vernietigen?’ Maar God, de wereld was toch goed in het begin?

            Gelukkig schrijft God een ander slot. Gelukkig blijkt het Oude Testament deel één van een verhaal dat verder gaat. En als je deze preken over Maleachi een beetje gevolgd hebt, dan weet je wel wie het is die ik nu ga noemen. Onze Heer Jezus Christus. Ook het slot van het Oude Testament vraagt om de sleutel die Hij is. En omdat we vandaag een beetje in de rekensfeer zitten, introduceer ik onze Heer en zijn werk vandaag in een formule. Deze formule: [14] C = (ME)2. En? Kun je uitpuzzelen wat ik ermee bedoel? Als het gaat over Christus en over hoe Maleachi het Oude Testament hier afsluit in hoofdstuk 3, 22-24? C = (ME)2: Christus is Mozes maal Elia in het kwadraat. [15] Christus is Mozes maal Elia in het kwadraat.

Christus is Mozes en tegelijk meer dan Mozes. Christus neemt alle regels van Mozes serieus tot op het merg en scherpt ze nog aan met de factor liefde. Christus is Mozes maal Elia in het kwadraat. De Elia die volgens Maleachi nog moet komen is volgens het Nieuwe Testament Johannes de Doper. Maar dieper dan dat is er de kern van wat Elia en alle profeten vertelden, dat God Koning is en op een dag niet maar zijn boodschap aan zijn profeten zal openbaren, maar zichzelf aan de wereld. Elia in het kwadraat. En los van de wetten van Mozes en van de boodschap van Elia, is er ook nog het grote verhaal waarvan zij, Mozes en Elia, tot dan toe de samenvatting waren. Het grote verhaal van de schepping, van de zondeval, van het verbond, van de Exodus, van het beloofde land, van vallen en opstaan en vallen en opstaan, het grote verhaal van geloof en van hoop en van wat, ja, van wat? Het grote verhaal van de wereld en het grote verhaal van ons allemaal en aan het eind van het Oude Testament stond het open, stond het open, naar wat? C = (ME)2. Christus is [16] het antwoord op het open einde van het Oude Testament.

            Want God kwam zelf naar ons toe in Christus en jij weet wat Híj zei. Jij weet wat Hij zei. Jij weet dat Hij het zei: mag Ik de rekening? [17] God heeft alles opgeteld en de rekening bepaald. Zou Hij ervan geschrokken zijn? Weet je, Hij was er zelf bij, Hij is Jahwe. Maar toen Christus de rekening zag, toen heeft Hij wel gevloekt. Dat wil zeggen, toen Hij onze rekening voor zijn rekening nam, toen zei Hij in feite: God, verdoem Míj. Maar met dat Hij dat zei heeft Hij Gods naam juist niet geloochend, Hij niet, juist niet, Hij was juist trouw in zijn respect. En daarom, maar dit is weer eens goddelijke wiskunde, en ik snap de relativiteitstheorie al niet, laat staan dat ik Gods realiteitstheorie snap, ik snap alleen dat het gaat om relaties en om liefde en dat is mij werkelijk genoeg, maar goed, omdat Hij mijn rekening oppakte, zich liet verdoemen, maar God niet verloochende, zei God: het is genoeg. Als Jij en Ik zo de vernietiging opvangen, gaat vernietiging niet het laatste woord krijgen. Het laatste woord is aan de liefde.

            En ik? Allen maar dankbaar. Alleen maar verwonderd. En als ik vandaag de boeken van de profeten sluit, spits ik mijn oren, of ik ze niet hoor, de engelen van God, met hun stem als een bazuin. Amen, kom, Heer Jezus. ‘Ja, Ik kom spoedig!’ De genade van onze Heer Jezus zij met u allen.

            Amen.

Scroll naar boven