5 april 2026 – Johannes 11 – Ik ben de opstanding en het leven

Votum & Groet

Zingen:                               GK‘06 Gezang 95: 1, 2, 3, 4 – Daar juicht een toon, daar klinkt een stem

Gebed

Bijbellezing:       Johannes 20: 1-18.

Zingen:                               Sela – Opgestaan

Preek                   Johannes 11: 25-26

Zingen:                Lied 641: 1, 2, 3, 4 – Jezus leeft en ik met Hemem.

Belijdenis van het geloof

Zingen:                Opwekking 832 – Waar U verschijnt, wordt alles nieuw

Gebed

Collecte

Zingen:                Opwekking 213 – U zij de glorie

Zegen

Johannes 11: 25-26

[1] Ik ben de opstanding en het leven.

I.

[2] Jezus leeft – gefeliciteerd! Ik wens je zo toe dat voor jou, midden in alle andere belangrijke dingen in je leven, het vandaag tot je doordringt: mijn Heer en Heiland leeft. Ja, er speelt van alles in jouw leven en, ja, het is intens en belangrijk. Maar vandaag heeft God een boodschap voor jou, die hiermee begint: Jezus leeft – gefeliciteerd. En daarmee beweert God niet dat wat er speelt in jouw leven niet intens en niet belangrijk zou zijn. Integendeel. Als je blijft luisteren vandaag, dan ga je ontdekken waarom juist die opstanding van de Heer Jezus ten diepste betekent dat God wat er speelt in jouw leven ontzettend belangrijk vindt. Maar dan wil God wel dit gezegd hebben: Jezus leeft –  gefeliciteerd!

En ik word daar vandaag vrolijk van. Op het moment dat ik zag dat het zo uitkwam dat wij van de SGA en wij van de Ichthus net vandaag de eerste zondagse kerkdienst van de rest van onze kerkdiensten samen hebben, toen dacht ik: fantastisch, dat is op Pasen! Want serieus, elke keer als je nadenkt over christen zijn vandaag en over samen christen zijn vandaag, dan heb je, of ik tenminste, de neiging om bij de verschillen te beginnen. Om achteraan te beginnen. Alsof achteraan het belangrijkste zit. Verschillen tussen twee kerken die samen gaan vieren. Of verschillen tussen kerken met en kerken zonder vrouwelijke dominees. Of verschillen tussen het accent op A in de Bijbel en het accent op B in de Bijbel. Verschillen, verschillen, verschillen, hoe verder van de kern verwijderd hoe interessanter. Allemaal prima. Maar er is ook nog een kern. Zeg me, vier jij vandaag dat jouw Heer is opgestaan? Ja? Gefeliciteerd, dan ben ik je broer! En jij de mijne. Of mijn zus. Kinderen van één Vader. Mooi wel.

II.

[3] Als Jezus in Johannes 11 zegt: ‘Ik ben,’ dan weet je dat je op moet letten. Want elke keer dat Jezus in het evangelie van Johannes zegt dat Hij iets is, dan gebeurt er iets bijzonders. Zo ook hier. Ik ben – de opstanding en het leven. Als Jezus dat hier zegt, dan is dat heel concreet. Je moet weten, dat onze broers en zussen in Israël toen wél in de opstanding geloofden, maar dan anders. In Johannes 11 gaat het over de dood en de opwekking van Jezus zijn vriend, Lazarus. Want Lazarus was overleden. Marta, de zus van Lazarus zegt tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, dan had hij nog geleefd!’ ‘Marta,’ zegt Jezus, ‘geloof jij in de opstanding?’ ‘Ik weet dat Lazarus bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan,’ zegt Marta. Ja dus. En dan zegt Jezus wat Hij zegt: ‘Ík ben de opstanding en het leven.’ Wat Israël verwachtte dat op de laatste dag van deze wereld zou gebeuren, haalt Jezus naar zichzelf toe. [4] In Jezus haalt God de opstanding naar voren. En dat had niemand zien aankomen. Dat wil zeggen: achteraf hadden sommige profeten en Psalmen er wel op gehint – maar het was nooit echt doorgedrongen tot het geloof. En om te laten zien wat het betékent als je jezelf de opstanding en het leven noemt, laat Jezus Lazarus opstaan.

En ik denk dat de dood zich werkelijk rot geschrokken is. De dood en elke vijand van God had wel door dat je met die Jezus moest uitkijken. De dood en elke vijand van God had wel door dat je die Jezus van alle kanten moest aanvallen. Gemakkelijk zat, het is toch een slappeling. Aanvallen! Verleiden, die man. Platpraten, die man! Stoken tussen Hem en zijn familie, tussen Hem en zijn leerlingen, tussen Hem en zijn vrienden. Wacht even, heeft Hij vrienden? Daar weet de dood wel raad mee en de dood doet wat de dood doet, hij doodt Lazarus. En kijk Jezus dan huilen, de zwakkeling, ha ha. Maar de lach sterft op de lippen van de dood. Want hier is Jezus en waar Jezus is, is God. De grote ‘Ik ben.’ ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ Maar dat kun je wel zeggen, Jezus, maar dat kun je niet waarmaken. De dóód regeert. Ja – of niet. Of niet, zegt Jezus bij zijn dode vriend. Zegt God op de dag van Pasen. De dood regeert? Of niet. Dat is Pasen. ‘Of niet.’ ‘Ik ben de opstanding en het leven.’

III.

De volgende stap is dat ik je graag wil laten zien dat juist Jezus als de ware invulling van het Joodse geloof in een opstanding op de jongste dag, waarom dat zo’n zegen is voor jou – en net zo goed voor mij, wat dat betreft. Doe jezelf een plezier en knijp jezelf eens in de arm. Of als je naast papa of naast oma zit, mag je die ook even knijpen. Voel je dat? De Heidelbergse Catechismus zegt in Zondag 22: ‘Ik geloof dat niet alleen mijn ziel na dit leven tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden, maar dat ook dit mijn vlees (voel je  ’m?), door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.’ Dit vlees van mij. Dat sterke lijf van jou. Maar ook die sputterende motor van mij. Jouw huid en jouw ogen, jouw hart en jouw klieren, jouw struikelende zenuwen en jouw stuiterende brein. Dit mijn vlees. Deze schepping. Opgewekt. Door de kracht van Christus. ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ [5] Hij garandeert: dat lichaam van jou zal herleven.

En hier is het gepast om even een stapje terug te doen en eerlijk te erkennen: weten wij veel… Even voor alle helderheid: man, wij weten machtig veel. De Heer is waarlijk opgestaan. Fundamenteel, zeker weten. Maar: ik was daar niet bij. En jij was daar niet bij. Sommigen van ons, van ons mensen, hebben Hem gezien, na zijn dood. Zij zeggen dat ze Hem herkenden aan zijn wonden. Dus zij hebben zijn fysieke wonden gezien. Maar anderen vertellen dat de deur op slot was, maar toch kwam Hij binnen zonder kloppen. In dat lichaam van Hem. Weten wij veel… En zelfs die Catechismus met z’n keurige onderscheid tussen lichaam en ziel. Wat weten wij helemaal? Jezus leeft en ik met Hem. Dat weten we. En voor de rest past ons bescheidenheid. Geeft niks. Want Jezus leeft.

IV.

Dus. Jezus leeft – gefeliciteerd! Híj is die opstanding en dat leven, dat Israël pas op de jongste dag verwachtte. In Hem haalt God het leven naar voren. Dat doet God al voor een deel als Jezus Lazarus laat opstaan, dat doet God helemaal als Jezus’ opstaat. En dat is goed nieuws voor precies dit lichaam van jouw, want dat is het lichaam dat de Heer gaat herstellen. Heel maken. Bevrijden. Maar die bevrijding geldt niet alleen je lichaam, maar ook jouw hele bestaan. Lees Paulus maar en de rest van de brieven in het Nieuwe Testament. Dus tot slot nog dit: de opstanding van Jezus en de betekenis daarvan voor de rest van je leven. ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ Wat betekent het einde van de slavernij aan de dood in het leven van een gelovige vandaag? En nee, het betekent niet dat mij vanaf Pasen geen kwaad meer zal treffen, geen verdriet en geen pijn. Er zit een vloek ingebakken in dit bestaan, die jij en ik er niet uitgedreven krijgen. Dus blijven jij en ik naar God gaan, elke keer dat we vastzitten, elke keer dat we tegen onze beperkingen en de grenzen van ons leven aanlopen. In het vertrouwen dat Hij er wel boven uitsteekt. En dat de dag komt dat Hij ons gaat bevrijden. Maar met alles wat er nog niet is, mag je niet vergeten dat er soms opeens van alles wel is. Aan bevrijding. Aan vernieuwing. Aan einde van de slavernij. [6]

Laat me een voorbeeld geven. Dat wordt dan het voorbeeld van de letterlijke slavernij. Dat er inderdaad slaven zijn en vrije mensen. Naast elkaar. En tegenover elkaar. Aan de ene kant: ook in het Nieuwe Testament gaat het over slavernij als over een gegeven, als over een soort van natuurwet. Zo lijkt het. En al gaat het in elk geval niet over raciale slavernij, het blijft een graat in de keel van bijbellezers van nu. Dat er niet duidelijker afstand van genomen wordt. Maar wacht even. Stel je voor, iets heel anders, stel je voor dat je ontdekt dat het schoner is om met waterstof te verbranden voor energie in plaats van steenkool. Kun je dat dan met een vingerknip veranderen? Nee, dat gaat niet lukken. Maar je kunt wel dingen in beweging zetten. En dat is de andere kant: ik denk oprecht dat de opstanding van Jezus als het gaat over slavernij dingen in beweging heeft gezet. Dat Paulus werkelijk dat hele stuiterende brein van hem heeft aangezet om hierover na te denken. Wat betekent de opstanding van Jezus? Wat betekent die hier? En Paulus wist dat hij de slavernij niet met een vingerknip kon afschaffen. Maar dat weerhield hem niet om het principe neer te zetten: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, geen slaven of vrijen, geen mannen of vrouwen – u bent allen één in Jezus.’ Galaten 3: 28. En dus schreef Paulus aan zijn vriend Filemon in de mooiste brief van het Nieuwe Testament, dat Filemon zijn weggelopen slaaf Onesimus, in plaats van hem te straffen met de dood (jammer dan voor de dood), moest ontvangen als een broer. En een broer is geen slaaf. Jij bent bedoeld om mijn broer te zijn, niet mijn heer, niet mijn slaaf. Eén in Jezus. Die is onze opstanding en ons leven.

V.

[7] Ik begrijp dat ik zo niet af kan sluiten. Want ik zet hier een deur op een kier, waarvan ik ook niet overzie wat voor Narnia zich hierachter bevindt. Ik begrijp heel goed dat ik niet bij elk verschil simpelweg kan zeggen: ‘Nou, als je goed kijkt, dan zie je wel dat er in Christus, in de opgestane Heer, helemaal geen verschil is, geen probleem.’ Zo werkt het niet. Oké. Goed. Nu is er een eeuwenoude Paastraditie, waarvoor ik dan graag op dit moment nog eens jullie aandacht vraag. Die staat in Exodus 12, bij de instelling van het Joodse Paasfeest. Daar staat: ‘En als uw kinderen dan vragen: ‘Wat betekent dit paaslam?’, antwoord dan: ‘Wij brengen de Heer een offer omdat Hij de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan toen Hij de slavenhouders strafte; maar ons heeft Hij bevrijd.’’ Daar is ons nieuwe leven begonnen, ons leven als vrije mensen.

[8] Wat houdt ons tegen om in onze kerken en onze commissies en onze gesprekken een kind te benoemen aan wie we dan vragen: ‘Knijp ons eens.’ Knijp ons eens en stel ons de vraag: ‘Wat heeft bij dit probleem, bij dit verschil, bij deze vraag – de opstanding van de Heer ons te zeggen?’ Wat voor licht laat zijn opstanding hier schijnen? En kunnen we daar misschien ook iets mee? Je hebt gelijk, dan heb je een vraag en nog geen antwoord. Maar het is wel een vraag die je samen bij de kern bepaalt. Bij de kern, waarmee je volgens mij goed doet om daarmee te beginnen. ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ Gefeliciteerd – onze Heer en Heiland leeft.

Amen.

Scroll naar boven