7 juni 2026 – Filippenzen 3 – Volg de leider

Votum en groet

Zingen:              NPB 29: 1, 4 (Engelen, erken de Heer)

Leefregels

Zingen:              Opwekking 811, Was mij witter dan sneeuw                                                 

Gebed

Bijbellezing:    Filippenzen 3: 1-17

Zingen:              Opwekking 689, Spreek, o Heer, door uw heilig woord

Preek                 Filippenzen 3: 15-17

Zingen:              GK ’06 Gezang 89: 1, 3 (Jezus, leven van mijn leven)

Gebed

Zingen:              Opwekking 602, Vrede van God

Collecte

Zingen:              NPB 134: 1,2 (Kom trouwe dienaars)

Zegen

[1]      Volg de leider…

‘Volg de leider.’ Dat is het onderwerp vanmorgen. En nee, ik bedoel vanmorgen niet dat er leiders in de kerk zijn en dat je die moet volgen. Dat bedoel ik niet. Dat is dom van mij, natuurlijk. Dat ik net op een zondagmorgen dat er nieuwe ouderlingen beginnen in de Ichthuskerk, dat ik het net dan met je ga hebben over leiderschap. En toch is dat niet wat ik bedoel, als ik zeg: volg de leider.

Ik weet natuurlijk ook niet hoe jij dat hebt. Ik heb zelf een lichte allergie voor leiderschap. Of een zware, eigenlijk. Als iemand zegt: die kant moeten we op, dan is het eerste wat ik denk: wat is er mis met die andere kant? Waarom gaan we daar niet heen? Niet dat ik altijd dwarslig, hoor. Ik ben zo meegaand als het maar kan. Maar van binnen wil ik vrij zijn. Ik wil wel meedoen, maar ‘ik wil’ komt eerst en daarna pas ‘meedoen’. Ik denk dat het is omdat mijn moeder Fries is. Maar het is ook wel Nederlands. Je eigen leider zijn.

Als ik het goed heb, hebben veel mensen dat ook met Paulus. Dat ze een lichte allergie hebben voor Paulus zijn leiderschap. Of ook wel een zware allergie. Die apostel zegt een paar keer in zijn brieven; ‘Jullie moeten mij navolgen.’ In 1 Korintiërs 11 zegt hij: ‘Volg mij na.’ In 2 Thessalonicenzen 3: ‘We wilden onszelf tot voorbeeld stellen.’ En hier dus ook, in Filippenzen 3: ‘Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben.’ Ik ga je niet vragen om je vinger op te steken als je wel eens hebt gedacht dat die broeder Paulus wel een beetje eigenwijs is, maar volgens mij ben je niet uniek als je dat denkt…

Volg de leider… en nu wil ik dat vanmorgen graag wel op Paulus toepassen. Dat net hij voor mij wel een leider is die ik wil volgen. En een leider die ik vandaag ook jou vraag om te volgen. Om hem te volgen, ook als jij net als ik een eigenwijze Nederlander bent. Om hem te volgen, ook als jij vandaag actief bent met werk in de kerk. Om hem te volgen, ook juist omdat jij vanmorgen bij deze kerkdienst aanwezig bent. Ik ga eerst proberen te vertellen waarom  ik Paulus nu net wel een sympathieke leider vind. Want dat vind ik. Want ik vind Paulus zeker ook eigenwijs – maar ook heel sympathiek. En wel om twee redenen. Dat dus eerst. Volg de leider. Waarom is deze oproep van Paulus mij wel sympathiek.

De eerste reden waarom ik Paulus sympathiek vind, is Paulus zijn menselijkheid. Kijk, ik heb de afgelopen tijd een paar keer gepreekt over Paulus’ brief aan de Filippenzen en ook over Paulus zijn ervaringen in de stad Filippi. Zo heb ik gepreekt over Lydia, Handelingen 16, de vrouw met een open mind, een open hart en een open huis. En ik heb gepreekt over de vernedering en de verhoging van onze Heer Jezus, Filippenzen 2, op Hemelvaartsdag. En ook vandaag en vast nog wel een keer of twee, preek ik over Filippenzen.

Eén van de dingen die me is opgevallen is de ronduit vriendelijke relatie tussen Paulus en de gemeente in Filippi. Soms heb je uit een brief het gevoel dat Paulus ruzie heeft met een gemeente. ‘Stelletje stomme Kelten!’  schrijft hij aan de Galaten. Soms heb je uit een brief het gevoel dat Paulus echt in de leraar-modus staat. Bijvoorbeeld de brief aan de Romeinen. Maar bij deze brief niets van dat al. Geen bijbedoelingen. Het enige wat de apostel wil zeggen is: ‘dank jullie wel. Dank jullie wel dat jullie zo royaal en liefdevol voor mij hebben gezorgd. Ik ben zo blij met jullie. Ik proef aan alle kanten de zorg van God voor mij in jullie.’ Zegt Paulus. En haast en passant vertelt hij dan ook nog wat over zijn gevangenschap, en over de vernedering en verhoging van de Heer Jezus. Én dus dit, dat hij ze vraagt zijn volgers te zijn. Maar dan is zijn toon niet die van der Führer. Dan is zijn toon die van een vriend, een broer. Een en al menselijkheid.

Dus ik vind Paulus sympathiek omdat hij zo menselijk is. Maar het gaat verder. De tweede reden waarom Paulus mij sympathiek is, is dan zijn nederigheid. Zijn nederigheid. Echt waar. Ik denk dat als je Paulus blijvend arrogant vindt, dan heb je hem niet goed begrepen. Als je hem blijvend eigenwijs vindt, dan heb je hem niet goed gelezen. Omdat hij kampioen is – in nederig zijn. Paulus leefde meer dan wij in een wereld waarin eer een ding was. Eer. Waar je stond op de sociale ladder. Wat je afkomst was. Wie je vrienden waren en hoe hun positie afstraalde op jou. Zeker in Filippi hadden ze daar ervaring mee. Filippi was een stad, die was opgericht om Romeinse soldaten met pensioen te kunnen laten gaan. Als jij uit die oude Romeinse  families kwam, dan was je iemand. Als dat soort mensen je vrienden was, dan telde je mee. Respectabel.

Maar ook in de jonge kerk, en niet alleen in Filippi, waren mensen daar gevoelig voor. Voor eer en oneer. En zoals het er in een stad als Filippi om ging of jij Romein was, zo ging het er in de kerk om, hoe Joods jij was. Als jij leider in de kerk wilde zijn, dan had je een streepje voor, of misschien wel drie streepjes, als jij je stamboom tot aan de aartsvaders kon traceren, of als jij bijvoorbeeld besneden was, of als jij bevriend was met mensen die hun Jood-zijn serieus namen. Die dingen, daar kon je mee voor de dag komen. Die waren jouw eer. Daar had je wat aan in een wereld waarin christen zijn eigenlijk iets kleins was en niet meetelde. Dan telt tweeduizend jaar Joodse bagage juist wel mee. Respect.

Maar kijk dan wat die Paulus doet. Midden in een wereld die draait om eer. Midden in een wereld waarin mensen van van alles onder de indruk zijn en onder de indruk willen zijn, midden in die wereld horen we Paulus zeggen: ‘Jongens, ik had het allemaal en ik was het helemaal. Volbloed Jood, lid van de juiste groep, kind van vader Jakob zijn lievelingszoon – als iemand kan zeggen: ‘Neem mij als voorbeeld,’ dan ik! Maar! In mijn ogen is het waardeloze troep. Alles waar mensen hun eer uit halen – ik vind het drie keer niks. Want ik heb Jezus leren kennen. En in  Hem raakt God mij aan. En echt waar – als God je aanraakt, dan gaat alles wat mensen eervol vinden op in rook.’ Poef. Grote leiders? Poef. Mensen tegen wie je opkijkt? Poef.

Deze Paulus is mijn man. Menselijk als hij is. En nederig als hij is. Doe mij daar maar meer van. Dat is voor mij een leider die de moeite van het volgen waard is. Voor mij met al mijn vrijheidsdrang. Met al mijn behoefte om mijn eigen weg te gaan. Om zelf uit te maken wat voor mij werkt en wat niet. Als deze leider me zegt: volg mij maar, in alle menselijkheid, in alle nederigheid, dan is deze Paulus mij sympathiek.

De grap is alleen dat hij het niet zegt. Paulus niet. Paulus zegt niet: wees mijn navolgers. Paulus zegt het net even anders. Kijk maar na in de Statenvertaling. Paulus zegt hier: wees mijn medenavolgers. En ik denk dat hij dat expres doet. Wees mijn medenavolgers. Ik denk dat Paulus hier niet bedoelt, dat jij zonder meer een volger van Paulus moet worden, maar dat jij een volger van Paulus moet worden – omdat Paulus een volger van Jezus is. Begrijp je? Paulus is een volger van Christus geworden. En nu nodigt Paulus jou uit om dat ook te doen. Samen met hem een volgeling van Jezus te worden. Een medevolgeling. Volg mijn voorbeeld, in dat ik het voorbeeld van Jezus volg.

Want eerlijk is eerlijk, dat is wat Paulus hier doet. De beweging die Paulus hier maakt in dit hoofdstuk Filippenzen 3, dat is de beweging die de Heer Jezus maakt in Filippenzen 2, het hoofdstuk over hemelvaart.  In Filippenzen 2 beschrijft Paulus hoe Christus eerst God was, maar dat Hij zich niet  aan die eer vastgreep, maar dat Hij die losliet en slaaf werd en alles droeg tot aan de dood aan het kruis. Maar dat dat reden was voor God om Jezus te belonen met de hoogste eer in de hemel en op aarde. Dat was de weg van Jezus. Deze Jezus is het die Paulus volgt, wanneer ook hij, Paulus beschrijft, hoe heel zijn hoge positie van vroeger hem waardeloos was, omdat hij, Paulus, gezien had, dat in deze waardeloze looser uit Nazareth God zelf zijn handen uitstrekte naar de wereld en naar Paulus en naar jou en mij. En nu is deze lijdende Knecht van de Heer, in al zijn kwetsbare menselijkheid, voor Paulus de leidsman ten leven geworden. De leider die hij gaat volgen en die hij jou aanraadt om ook te volgen.

Dus volg vandaag de leider, die de Leider volgt. Volg Paulus, die de Heer in zijn voetsporen volgt. Die niet verbaasd is, wanneer hij vanwege zijn volgen van Jezus in de gevangenis komt. Die mensen in Filippi ook vraagt niet verbaasd te zijn, dat zij een leider, Paulus, volgen die de vernedering van gevangen gezet zijn ondergaat. Ook al is dat niet eervol voor jou, om zo’n figuur te volgen. Maar als jouw hoogste doel is alleen met succesvolle mensen om te gaan, dan moet je niet bij Paulus zijn. Want dan moet je niet bij Jezus zijn.

En als jij vandaag leiding wilt geven in de kerk, misschien in het kinderwerk of bij FM, wie weet vandaag als ouderling en kerkraadslid, geloof me, het is zo eenvoudig als dit: volg jij, ook jij, vooral de leider. En zet geen spotlight op jezelf, maar op de Heer. Natuurlijk is het de bedoeling dat je de talenten die God je gegeven heeft gebruikt. Opnieuw, of het er nu om gaat dat je jongeren iets leert uit de Bijbel, of je een echt-menselijk, een pastoraal gesprek met iemand hebt of een bijdrage levert bij iets organiseren of bij een vergadering. Natuurlijk is het de bedoeling dat je de talenten die God je gegeven heeft gebruikt. Maar alleen omdat je dan door jou heen iets van de Heer aan het werk kunt zien. Omdat ook jij de echte Leider volgt. Heel eenvoudig.

En tegelijk: ingewikkeld genoeg. Daarom kom ik nu aan het eind van de preek terug op het begin van de tekst voor de preek. We lazen  in Filippenzen 3: 15-17: ‘Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan. Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben.’

Ik denk dat Paulus ons hier een knipoog geeft. Dat hij zichzelf en de Filippenzen en ons zijn lezers hier ‘volmaakte mensen’ noemt, volgens mij doet hij dat met een knipoog. Omdat hij net heeft verteld, hoe hij alles waar hij zelf ooit trots op was, al zijn goedheid, grootheid en menselijke volmaaktheid, had laten schieten op het moment dat Jezus hem greep. Onze volmaaktheid is alleen volmaaktheid in Christus. Alleen wat wij in Jezus zijn telt nog ergens voor mee. Alle goeds wat ik bijdraag is alleen goed in Hem en niet in mijzelf.

En toch kan ik verder. Kan ik verder vandaag. Paulus zegt: ‘Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.’ Kennelijk is dat waar een volger van de Leider op mag rekenen. Dat er vanzelf nog onduidelijkheden zijn. Maar dat als we dan in het spoor van de grote Leider verder gaan, dat God ons de weg zal wijzen. Ik weet niet wat jij precies van plan bent, in de kerk en in je leven. Maar ik ga Jezus blijven volgen. In het vertrouwen dat God ons zelf verder gaat helpen.

Amen.

Scroll naar boven